als ik eenmaal geloof, kan ik dan nog verloren gaan?
“Maar als ik eenmaal geloof, kan ik dan nog verloren gaan?"
Kan ik mijn redding verliezen?
Nee. Wie werkelijk in Jezus Christus gelooft, kan nooit meer verloren gaan. Niet tijdelijk, niet gedeeltelijk, niet onder voorwaarden. Dat is geen mening, maar een keiharde Bijbelse belofte.
De Schrift zegt niet: opdat gij hoopt, maar:
“Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons Gods, opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt.”
— 1 Johannes 5:13
Eeuwig leven is geen gevoel en geen toekomstkans — het is een
bezit.
En eeuwig leven dat verloren kan gaan, is per definitie
geen eeuwig leven.
Jezus Zelf zegt:
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
God kan niet liegen. Als Hij zegt dat u het hééft, dan hééft u het.
Waarom kan een gelovige niet meer naar de hel?
Omdat er geen zonden meer zijn om voor te betalen.
“Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.”
— 1 Johannes 1:7
Niet: bijna alle.
Niet: tot uw volgende misstap.
Maar:
alle zonde.
“Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn.”
— Romeinen 8:1
Geen verdoemenis betekent:
geen oordeel,
geen straf,
geen hel.
Als een gelovige alsnog naar de hel zou kunnen gaan, dan zou God twee keer straffen voor dezelfde zonden — eenmaal in Christus, en daarna alsnog in u. Dat is onmogelijk. God is rechtvaardig.
“Het is volbracht.”
— Johannes 19:30
Volbracht betekent: volledig betaald.
Er staat
geen schuld meer open.
Romeinen 3:25–26 — Gods rechtvaardigheid én volledige betaling
Dit wordt prachtig en juridisch exact bevestigd door Paulus:
“Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning Zijner rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn, onder de verdraagzaamheid Gods;
Tot een betoning Zijner rechtvaardigheid in dezen
tegenwoordigen tijd, opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.”
— Romeinen 3:25–26
Let goed op wat hier staat.
God heeft Christus voorgesteld als
verzoening — betaling — door Zijn bloed.
Dat bloed rekent af met
de zonden die te voren geschied zijn. Dat zijn alle zonden
tot het moment van geloof.
Maar Paulus stopt daar niet.
Hij zegt vervolgens dat God dit doet “in dezen tegenwoordigen tijd”, zodat Hij rechtvaardig blijft terwijl Hij de gelovige rechtvaardigt.
Dat betekent dit:
– Zonden uit het verleden zijn vergeven
– In het heden blijft God rechtvaardig
– De gelovige staat blijvend gerechtvaardigd
Als toekomstige zonden niet onder datzelfde offer zouden vallen, dan zou God na het geloof opnieuw moeten oordelen en straffen — en dan zou Hij niet langer “rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is”.
Maar Paulus’ punt is juist:
God blijft rechtvaardig — eens voor altijd — door het ene offer van Christus.
Daarom zegt dezelfde apostel:
“Want door één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.”
— Hebreeën 10:14
Niet tijdelijk.
Niet tot de volgende zonde.
Maar:
in eeuwigheid.
Uw zekerheid rust niet op uw trouw, maar op Christus’ trouw
Uw redding hangt niet af van hoe goed u Hem vasthoudt, maar van hoe stevig Hij u vasthoudt.
En Jezus zegt:
“En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken.”
— Johannes 10:28
“Mijn Vader, Die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en
niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders.”
— Johannes 10:29
Dubbele zekerheid:
de hand van de Zoon
én de hand van de Vader.
Paulus bevestigt dit onomkeerbaar:
“Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven… noch enig ander schepsel, ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.”
— Romeinen 8:38–39
Niets.
Niemand.
Ook u zelf niet.
U bent verzegeld — niet voorlopig, maar blijvend
“In Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.”
— Efeze 1:13
En:
“En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.”
— Efeze 4:30
Niet tot u struikelt.
Niet tot u faalt.
Maar:
tot de dag der verlossing.
Maar wat als een gelovige afdwaalt of zondigt?
Dan kan God kastijden, maar Hij zal nooit verdoemen.
“Want dien de Heere liefheeft, kastijdt Hij…”
— Hebreeën 12:6
Een vader kastijdt zijn kind —
maar hij onterft het niet.
Wat een gelovige wél kan verliezen:
– vreugde en gemeenschap
“Geef mij weder de vreugde Uws heils.”
— Psalm 51:14
– praktische wandel in het licht
— 1 Johannes 1:6–7
– loon bij de rechterstoel van Christus
“Indien iemands werk verbrand wordt, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur.”
— 1 Korinthe 3:15
Schade: ja.
Loonverlies: ja.
Hel:
nee.
Wat een gelovige nooit kan verliezen
– zijn eeuwig leven
– zijn rechtvaardiging
– zijn verzoening
– zijn positie in Christus
– zijn verzegeling door de Geest
“Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.”
— 2 Timotheüs 2:13
Uw zekerheid rust niet op uw volharding, maar op Zijn trouw.
De Bijbelse conclusie
Wie gelooft in Christus:
– is volledig vergeven
– heeft geen zonden meer om voor te betalen
– staat rechtvaardig voor God (Rom. 3:25–26)
– kan niet meer naar de hel
– is voor eeuwig behouden
Dat is genade.
Niet:
ik houd Hem vast.
Maar:
Hij houdt mij vast.
En Hij laat
nooit meer los.