Het kan me niets schelen — en toch ga ik door
De strijd tussen twee naturen en wie ik werkelijk dien
Waarom doe ik dit eigenlijk?
Een eerlijke confrontatie met wat er in mij zit
Het klinkt misschien vreemd — maar als ik eerlijk ben:
er zit in mij iets dat er niets om geeft.
“Niemand kan twee heren dienen; want hij zal den enen haten, en den anderen liefhebben; of hij zal den enen aanhangen, en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon.”
— Mattheüs 6:24
Soms moet ik mezelf stilzetten en een vraag stellen waar ik liever omheen loop.
Waarom doe ik dit eigenlijk?
Waarom schrijf ik over redding?
Waarom blijf ik maar hameren op eeuwige zekerheid?
Waarom voel ik steeds weer die drang om het evangelie uit te leggen?
Als ik daar eerlijk naar kijk — echt eerlijk, zonder mezelf te sparen — dan kom ik tot een conclusie die allesbehalve mooi is.
Er zit namelijk iets in mij dat hier totaal niets om geeft.
Niet een beetje onverschillig.
Niet af en toe minder gemotiveerd.
Nee — het kan me, van nature, gewoon niets schelen.
Twee naturen — en beide ben ik
De Bijbel beschrijft het scherp en zonder verzachting: ik besta uit twee naturen.
👉 Geboren uit Adam — dat ben ik.
👉 Geboren uit God — dat ben ik ook.
👉 Twee geboortes → twee keer “ik”.
Niet half om half.
Niet een mengvorm.
Maar twee complete werkelijkheden die tegelijk in mij aanwezig zijn:
- mijn vlees
- mijn geest
En het punt dat ik niet wil ontwijken, is dit:
beide ben ik.
Ik kan het niet wegschuiven alsof het “niet echt mij” is.
Mijn vlees is geen vreemde indringer.
👉 Mijn vlees, dat ben ik — 100% ik.
Maar datzelfde geldt ook voor mijn nieuwe natuur:
👉 Mijn geest, dat ben ik óók — 100% ik.
Niet een stukje van mij.
Niet een betere versie naast mij.
👉 Twee keer volledig mij.
Twee naturen.
Beide echt.
Beide aanwezig.
Mijn vlees — en dat is wie ik van nature ben
“Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont…”
— Romeinen 7:18
Dat is geen overdreven uitspraak.
Dat is een diagnose.
In mij — zoals ik van mezelf ben — woont geen goed.
Niet een beetje goed dat af en toe naar boven komt.
Niet een verborgen kern die eigenlijk wel wil.
👉 Geen goed. Punt.
“Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God…”
— Romeinen 8:7
Dat betekent dat mijn natuurlijke denken niet neutraal is tegenover God.
Het staat er vijandig tegenover.

En dat gaat verder dan onwil:
“…het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.”
— Romeinen 8:7
Dus als ik puur naar mezelf kijk — naar wie ik ben in mijn vlees — dan is de waarheid dit:
- ik wil God niet dienen
- ik kan God niet dienen 
“…zo dan, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.”
— Romeinen 8:8
Het is niet moeilijk.
👉 Het is onmogelijk.
Dit is pijnlijk eerlijk
Als ik het concreet maak, wordt het nog confronterender.
Want als ik kijk naar dit schrijven, deze website, dit spreken over het evangelie…
👉 dan moet ik eerlijk zeggen: het kan me van nature totaal niets schelen.
En dat gaat verder dan alleen de inhoud.
👉 Het maakt me van mezelf ook niets uit of iemand dit leest.
Of iemand erdoor geraakt wordt.
Of iemand het begrijpt.
Of iemand er iets mee doet.
👉 Dat laat mij, van nature, gewoon koud.
Niet een klein beetje.
Niet alleen als ik moe ben.
Niet alleen op slechte dagen.
👉 Gewoon: helemaal niets.
Als ik mezelf volg — echt volg — dan:
- raakt het mij niet of iemand gered wordt
- doet het mij niets of iemand de waarheid hoort
- laat het mij koud of iemand verloren gaat
Dat klinkt hard.
Maar het is nog niet eens het ergste.
👉 De werkelijkheid is dat ik er actief van weg wil.
Ik wil het uitstellen.
Ik wil het laten liggen.
Ik wil ermee stoppen.
Niet omdat het moeilijk is.
Niet omdat het iets van me vraagt.
👉
Maar omdat ik — zoals ik van mezelf ben — er geen enkel innerlijk belang bij heb.
Er zit in mij, van nature:
- niets dat zegt: dit moet
- niets dat zegt: dit is belangrijk
- niets dat zegt: dit mag niet stoppen
👉 Er zit in mij niets dat hier echt om geeft.
👉 Het interesseert mij gewoon niet.
“Want hetgeen ik wil, dat doe ik niet; maar hetgeen ik haat, dat doe ik.”
— Romeinen 7:15

“Want het goede dat ik wil, doe ik niet; maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.”
— Romeinen 7:19
Dat is geen theorie.
👉 Dat is herkenning.
En toch is dat niet het hele verhaal
Want als dat alles was, dan had ik allang opgegeven.
Er is namelijk ook iets anders in mij.
“Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens.”
— Romeinen 7:22
Er is in mij een verlangen dat niet uit mijn vlees komt — maar het is wél van mij.
“Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt…”
— Romeinen 8:2
Mijn geest — dat wat uit God geboren is — is geen buitenstaander.
👉 Dat ben ik ook — volledig.
En die wil iets totaal anders dan mijn vlees.
Het verlangt naar God.
Het verlangt naar waarheid.
Het wil dat mensen het evangelie horen.
En dat is net zo echt als dat andere.
De botsing zit in mij
“Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees…”
— Galaten 5:17
Dit is geen strijd buiten mij.
👉 Dit is een strijd in mij — tussen twee keer ‘ik’.
Aan de ene kant: ik — zoals ik van nature ben — en die geeft er niets om.
Aan de andere kant: ik — zoals ik uit God geboren ben — en die kan er niet los van komen.
En die twee gaan niet samen.
Dus waarom doe ik dit?
Niet omdat ik zo toegewijd ben.
Niet omdat ik van mezelf zo bewogen ben.
Als het alleen van mij — zoals ik van nature ben, mijn vlees — afhing, dan was dit er niet.
👉 Ik zou het laten liggen.
Ik zou geen zin hebben.
Ik zou het uitstellen.
Ik zou ermee stoppen.
En dat is geen overdreven zelfkritiek.
👉
Dat is gewoon wie ik ben van mezelf — niet iets buiten mij, maar ik zoals ik van nature ben.
Dat is mijn natuur zoals die uit Adam is.
Daar zit niets in dat naar God verlangt.
Niets dat dit wil.
Niets dat dit gaande houdt.
Maar ik doe het toch
Waarom?
Omdat er in mij iets is dat niet loslaat.
Iets dat blijft trekken.
Iets dat wil dat dit gezegd wordt.
En dat is niet minder “ik”.
👉 Dat is óók ik — mijn nieuwe natuur, uit God geboren.
Niet een invloed van buitenaf.
Niet alleen iets dat mij helpt.
👉 Maar iets dat werkelijk mij is.
En die natuur is totaal anders.
Die komt niet uit Adam.
Maar uit God.
“Een iegelijk, die uit God geboren is, die doet de zonde niet… want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen…”
— 1 Johannes 3:9
Dat is geen gedeeltelijk verschil.
👉 Dat is een totaal andere oorsprong.
Dus waar mijn ene natuur:
- niets wil
- niets kan
- niets om God geeft
…daar is mijn andere natuur:
- uit God
- levend
- en niet in staat om te zondigen
👉 Twee keer ‘ik’ — maar totaal tegenovergesteld.
En telkens komt het neer op hetzelfde:
“…welken gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, diens dienstknechten zijt gij…”
— Romeinen 6:16
Niet omdat ik het voel.
Niet omdat ik er zin in heb.
Want als het van mijn vlees afhangt, dan heb ik geen zin.
Dan stel ik het uit.
Dan laat ik het liggen.
Maar mijn geest wil dit wel.
Niet omdat het makkelijk is,
maar omdat het van God is.
👉 Waar mijn vlees koud blijft,
is mijn geest niet onverschillig.
👉 Mijn geest is verblijd als iemand de waarheid hoort.
👉 Mijn geest verlangt dat het evangelie gesproken wordt.
👉 En dat ben ik — maar niet zoals ik van mezelf ben.
👉 Dat is mij, zoals ik uit God geboren ben.
Niet tot mijn eer.
👉 Maar tot eer van God.
Want zonder Christus zou dit er helemaal niet zijn.
Dus ik kies.
👉 En die keuze ligt bij mij.
👉 Ik ben verantwoordelijk voor wat ik gehoorzaam — mijn vlees, of wat uit God is.
Niet tussen gevoel en geen gevoel,
maar tussen wat ik van nature ben — en wat uit God is.
En daarom doe ik dit.
👉 omdat ik weet dat het het juiste is om te doen
Dus ik geef gehoor.
Niet aan mezelf zoals ik van nature ben,
maar aan dat wat van God is — en ook in mij is.
Dat gaat niet vanzelf.
👉 Dat betekent dat ik dat wat van mijn vlees is, geen ruimte geef.
“Indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.”
— Romeinen 8:13
Geen middenweg
“Gij kunt niet God dienen en den Mammon.”
— Mattheüs 6:24
👉 Dat betekent niet dat het een beetje vlees en een beetje Geest tegelijk is.
👉 Het is op dat moment óf volledig mijn vlees — zoals ik uit Adam ben,
óf volledig mijn geest — zoals ik uit God geboren ben.
👉 Niet gemengd.
Niet half-half.
👉 Maar één van de twee die op dat moment bepaalt wat ik doe.
De eerlijke conclusie
Als ik het terugbreng tot de kern, dan is dit de waarheid over mij:
- In mij (mijn vlees) zit niets dat om God geeft
- In mij zit niets dat van nature naar waarheid verlangt
- In mij zit niets dat uit zichzelf het evangelie wil brengen
👉 Als het alleen dat ‘ik’ was, gebeurde er niets.
Maar er is ook dit:
👉 In mij (mijn geest) is een natuur die wél wil — en dat is net zo volledig mij.
Dus:
- één ‘ik’ wil niets
- één ‘ik’ wil God
En beide zijn echt.
Beide zijn volledig.
Laatste confrontatie
“Niemand kan twee heren dienen…”
— Mattheüs 6:24
Dus elke keer dat ik dit doe — elke keer dat ik schrijf, dat ik doorga, dat ik niet toegeef aan mezelf —
laat dat één ding zien:
👉 welke van die twee ‘ik’ ik op dat moment gehoorzaam
Niet wat ik zeg.
Niet wat ik vind.
Maar wie ik dien.
Wat betekent dit voor jou?
Misschien herken je dit.
Dat je merkt dat er in jezelf niets zit dat werkelijk naar God verlangt.
Dat je ziet dat je van nature onverschillig bent — of dat het je eigenlijk gewoon niets kan schelen.
Dan is de conclusie niet dat je harder moet proberen.
Niet dat je jezelf moet verbeteren.
Niet dat je meer toewijding moet opbrengen.
👉 De conclusie is dat het niet uit jou kan komen.
En dat is precies waarom het evangelie nodig is.
Niet als aanvulling op jou.
Niet als hulp voor jouw inspanning.
Maar omdat er in jou — zoals je van jezelf bent — niets zit dat God kan dienen.
👉 En juist daarom is er hoop.
Niet in jou.
Maar buiten jou.
De Heere Jezus Christus heeft gedaan wat jij niet kunt.
Hij is gestorven voor zondaren.
Hij droeg de straf.
Hij stond op uit de dood.
👉 En dat zeg ik niet zoals ik van mezelf ben,
maar zoals ik uit God geboren ben.
En Hij biedt redding — niet als iets dat je moet opbouwen,
maar als iets dat je ontvangt.
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
— Johannes 3:16
Vertrouw niet op jezelf — want daar zit het niet.
Vertrouw op Hem.