Wat is de hel?
Wat is de hel?
De hel is precies datgene waarvan wij gered moeten worden.
Als de hel niet bestond, was er geen redding nodig. Dan had het kruis geen noodzaak gehad, het bloed geen betekenis, en het evangelie geen urgentie.
Het is helemaal geen verkeerd motief om te zeggen:
“Ik geloof, opdat ik niet naar de hel ga.”
Dat is geen lage drijfveer — dat is gezond verstand. Niemand springt vrijwillig in het vuur om te bewijzen dat hij oprecht is.
De Bijbel schaamt zich niet voor dit motief. Integendeel: zij waarschuwt openlijk, herhaaldelijk en ernstig voor de toorn die komt, en roept mensen op om daarvan gered te worden.
En die redding is niet ingewikkeld.
Niet moeilijk.
Niet elitair.
Zij is eenvoudig.
Niet door werken.
Niet door religie.
Niet door sacramenten.
Maar
alleen door geloof in Jezus Christus —
dat Hij ook
voor u alles volledig heeft betaald.
Wie dat gelooft,
hoeft nooit naar de hel.
Wie het verwerpt,
heeft geen andere ontsnapping.
1. De hel is reëel, letterlijk en bewust
De Bijbel spreekt over de hel als een concrete werkelijkheid, niet als een beeldspraak voor schuldgevoel of innerlijke leegte.
“En vreest niet degenen die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Dengene Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.”
— Mattheüs 10:28
Hieruit blijkt:
- De hel is een plaats waar ziel én lichaam betrokken zijn.
- Het oordeel is niet abstract, maar persoonlijk.
- Het is God Zelf Die dit oordeel uitvoert, in volmaakte rechtvaardigheid.
- De hel is dus geen toestand die men “ervaart”, maar een plaats waar men zich bevindt.
2. Onmiddellijk na de dood: geen tussenfase, geen neutraliteit
Wanneer een mens sterft zonder Christus, komt hij onmiddellijk in de hel. Er is geen overgangsfase, geen neutraliteit en geen mogelijkheid om alsnog te kiezen.
“…en de rijke stierf ook, en werd begraven. En in de hel zijnde, hief hij zijn ogen op, zijnde in de pijn…”
— Lukas 16:22-23
Deze woorden zijn uiterst ernstig. De dood betekende voor deze man geen einde, maar een plotseling ontwaken in pijn.
Belangrijk om te zien:
- Hij is bij bewustzijn.
- Hij kan denken.
- Hij kan spreken.
- Hij herinnert zich zijn aardse leven.
- Hij begrijpt dat zijn toestand rechtvaardig is.
“En hij riep en zeide: Vader Abraham, ontferm U mijner…”
— Lukas 16:24
Zelfs daar roept hij om ontferming — maar ontferming is daar niet meer verkrijgbaar.
“Een man die dikwijls bestraft wordt, en den nek verhardt, zal plotselijk verbroken worden zonder genezing.”
— Spreuken 29:1
“Zonder genezing” — dat is de definitieve ernst van de dood zonder Christus.
3. De hel is een plaats van echte, voortdurende pijn
De Bijbel gebruikt geen zachte termen. Zij spreekt over lijden, pijniging en foltering.
“…ik lijd smarten in deze vlam.”
— Lukas 16:28
“Die zal ook drinken van den wijn des toorns Gods… en hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer…”
— Openbaring 14:10
Dit is:
- geen symbolische pijn,
- geen innerlijk schuldgevoel,
- maar werkelijke, voortdurende pijniging.
“…en hij zal gepijnigd worden met vuur en sulfer…”
— Openbaring 14:10
“Hij zal op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel; en een schrikkelijke stormwind zal het deel huns bekers zijn.”
— Psalm 11:6
Het woord “gepijnigd” betekent: actief, voortdurend, zonder onderbreking. Er is geen moment van verlichting, geen gewenning, geen afvlakking.
4. Bewustzijn zonder ontsnapping
Wat de hel extra verschrikkelijk maakt, is dat men
volledig bewust is, maar
volledig machteloos.
“Maar een schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.”
— Hebreeën 10:27
“En in die dagen zullen de mensen den dood zoeken, en zullen hem niet vinden…”
— Openbaring 9:6
Men weet:
- dat dit verdiend is,
- dat dit eeuwig is,
- dat er geen weg terug is.
Zelfs de dood is daar geen ontsnapping.
5. De huidige hel is niet het eindstation
De hel waarin de doden nu zijn, is niet de uiteindelijke bestemming. Zij is een plaats van bewaring tot het laatste oordeel.
“En de zee gaf de doden die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden die in hen waren…”
— Openbaring 20:13
Dit betekent:
- Niemand ontsnapt.
- Niemand blijft achter.
- Iedereen wordt persoonlijk voor God gesteld.
6. Het grote witte troon-oordeel: totale ontmaskering
"En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.
En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken."
— Openbaring 20:11-12
Dit oordeel is:
- universeel voor alle ongelovigen,
- persoonlijk,
- openbaar,
- rechtvaardig.
"…opdat alle mond gestopt worde, en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.”
— Romeinen 3:19
Daar zal niemand zich verdedigen. Niemand zal klagen over onrecht. Iedereen zal weten: God is rechtvaardig.
7. Oordeel naar werken — zonder genade
“…en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.”
— Openbaring 20:12
Dit is het verschrikkelijke:
- Geen Christus als Borg.
- Geen bloed dat bedekt.
- Geen genade die pleit.
“…indien gij niet gelooft dat Ik Die ben, gij zult in uw zonden sterven.”
— Johannes 8:24
En wie in zijn zonden sterft, verschijnt met volle schuld voor God.
8. De tweede dood: de poel van vuur
"En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood.
En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs."
— Openbaring 20:14-15
Dit is:
- geen vernietiging,
- geen ophouden te bestaan,
- maar een eeuwige toestand van sterven zonder dood.
“Maar den vreesachtigen, en ongelovigen… zal hun deel zijn in den poel, brandende van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood.”
— Openbaring 21:8
Het woord “deel” betekent: blijvend aandeel, onveranderlijk bezit.
9. Vuur én buitenste duisternis — tegelijk
"Toen zeide de koning tot de dienaars: Bindt zijn handen en voeten, neemt hem weg, en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal zijn wening en knersing der tanden."
— Mattheüs 22:13
"Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt."
— Markus 9:48
"Wilde baren der zee, hun eigen schande opschuimende; dwalende sterren, denwelken de donkerheid der duisternis in der eeuwigheid bewaard wordt."
— Judas 1:13
Het vuur:
- brandt zonder te verlichten,
- verteert zonder te vernietigen.
De duisternis:
- is totaal,
- is verlaten,
- is eeuwig.
“…hun worm zal niet sterven, noch hun vuur zal uitgeblust worden…”
— Jesaja 66:24
10. Eeuwig betekent werkelijk eeuwig
“…en zij zullen gepijnigd worden dag en nacht in alle eeuwigheid.”
— Openbaring 20:10
“Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.”
— Mattheüs 25:41
Eeuwig betekent:
- zonder einde,
- zonder vermindering,
- zonder ontsnapping.
11. Volledige scheiding van God
"Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte"
— 2 Thessalonicenzen 1:9
Geen liefde.
Geen genade.
Geen waarheid.
Geen goedheid.
Alleen Gods heilige toorn.
12. Waarom deze straf zo zwaar is
Omdat:
- God oneindig heilig is,
- Christus oneindig kostbaar is,
- ongeloof een bewuste verwerping is van licht en waarheid.
“Hoeveel te zwaarder straf… die den Zoon Gods vertreden heeft…”
— Hebreeën 10:29
⚠️ De meest aangrijpende waarheid
“Die niet gelooft, is alrede veroordeeld…”
— Johannes 3:18
U hoeft niet veroordeeld te worden — u bent het al.
✝️ De enige ontsnapping
“…door Hem behouden worden van den toorn.”
— Romeinen 5:9
“…Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn.”
— 1 Thessalonicenzen 1:10
Christus
droeg de hel aan het kruis — opdat u er nooit hoeft te komen.
Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
— 2 Korinthe 5:21
❗ De beslissing is nu
“Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet.”
— Hebreeën 3:15
Na de dood:
- geen genade,
- geen bekering,
- geen hoop.
"Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe."
— Johannes 3:16