Wanneer een ongelovige sterft, wordt zijn lichaam begraven, maar houdt hij niet op te bestaan. Volgens Lukas 16 bevindt hij zich bewust in de hel, in afwachting van de opstanding der verdoemenis. Daarna verschijnt hij voor de grote witte troon, waar hij naar zijn werken wordt geoordeeld. Wie niet in het boek des levens staat, wordt uiteindelijk in de poel des vuurs geworpen.
Wat gebeurt er met een ongelovige na de dood?
De laatste adem lijkt vanaf deze zijde het einde.
Het lichaam wordt stil. Het hart stopt. Familie neemt afscheid. Er volgt een begrafenis of crematie.
Maar volgens de Bijbel stopt de tijdlijn daar niet.
De dood beëindigt het aardse leven, maar niet het bestaan van de mens.
„En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.”
— Hebreeën 9:27
Wat gebeurt er dan met iemand die zonder Jezus Christus sterft? Lees ook: Wie gaat naar de hel volgens de Bijbel?
De Schrift laat een duidelijke volgorde zien.
De Bijbelse tijdlijn
| Moment | Wat gebeurt er? |
|---|---|
| 1. Sterven | Het aardse leven eindigt |
| 2. Het graf | Het lichaam wordt begraven |
| 3. De hel | De persoon blijft bewust bestaan |
| 4. De opstanding | Hij wordt opgewekt tot de verdoemenis |
| 5. De grote witte troon | Hij wordt geoordeeld naar zijn werken |
| 6. De poel des vuurs | De definitieve tweede dood |
Deze stappen mogen niet met elkaar worden verward.
De hel direct na de dood is nog niet hetzelfde als de uiteindelijke poel des vuurs. Tussen beide ligt de opstanding en het laatste oordeel.
1. Het aardse leven eindigt
De dood sluit het leven op aarde af.
Bezittingen blijven achter.
Plannen worden niet meer uitgevoerd.
Gemiste gelegenheden kunnen niet meer worden ingehaald.
De Bijbel spreekt niet over steeds nieuwe aardse levens waarin iemand zijn keuzes opnieuw kan maken. Hij zegt:
„eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.”
De dood is daarom geen overgang naar een nieuwe proeftijd.
De tijd waarin iemand het Evangelie kan horen en in Christus kan geloven, ligt vóór zijn sterven.
Na zijn laatste adem kan hij niet terugkeren naar gisteren.
2. Het lichaam wordt begraven
Jezus vertelde in Lukas 16 over een rijke man:
„En de rijke stierf ook, en werd begraven.”
— Lukas 16:22
Zijn lichaam kreeg de gewone bestemming van een gestorven lichaam: het werd begraven.
Dat is echter niet alles wat Jezus vertelt.
De rijke man was niet eenvoudig verdwenen. Ook lag hij niet als volledige persoon bewusteloos in het graf.
Direct na de vermelding van zijn begrafenis staat:
„En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn…”
— Lukas 16:23
Er wordt dus onderscheid gemaakt tussen:
- zijn lichaam, dat begraven werd;
- de rijke man zelf, die in de hel zijn ogen ophief.
De dood scheidde hem van zijn lichaam, maar maakte geen einde aan zijn bewustzijn.
3. Hij bevindt zich bewust in de hel
De rijke man kon na zijn dood:
- zien;
- spreken;
- voelen;
- nadenken;
- herinneren.
Hij wist waar hij was.
De hel wordt in Lukas 16 daarom niet beschreven als het niets, een droomloze slaap of slechts een ander woord voor een graf.
De rijke man noemde haar:
„deze plaats der pijniging”
— Lukas 16:28
Toch is dit nog niet zijn definitieve eindbestemming.
Hij bevindt zich daar in afwachting van wat nog komt: de opstanding en het laatste oordeel.
De Bijbel beschrijft de hel dus als een werkelijke tussenliggende plaats van oordeel, niet als het eindpunt van de volledige tijdlijn.
Wat iemand daar volgens de Schrift ervaart, wordt afzonderlijk behandeld in: Hoe ziet de hel eruit volgens de Bijbel?
4. Hij wordt uit de dood opgewekt
Het lichaam blijft niet voor altijd in het graf.
Jezus zei:
„Want de ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen.
En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.”
— Johannes 5:28-29
Er is niet alleen een opstanding van geredde mensen.
Er is ook:
„de opstanding der verdoemenis.”
Openbaring beschrijft hetzelfde moment:
„En de zee gaf de doden, die in haar waren; en de dood en de hel gaven de doden, die in hen waren…”
— Openbaring 20:13
De hel moet haar doden teruggeven.
De verlorene blijft dus niet voor altijd zonder lichaam in de huidige hel. Hij wordt opgewekt om voor God te verschijnen.
Dat maakt ook duidelijk waarom de huidige hel niet de definitieve poel des vuurs kan zijn. Zij geeft haar bewoners nog terug.
5. Hij verschijnt voor de grote witte troon
Na de opstanding volgt het oordeel.
Johannes schrijft:
„En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden.”
— Openbaring 20:11
Voor deze troon valt alles weg waarop mensen tijdens hun leven vertrouwden.
Geen maatschappelijke positie.
Geen bezit.
Geen aanzien.
Geen kerkelijke achtergrond.
Geen vergelijking met mensen die slechter leefden.
Johannes vervolgt:
„En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.”
— Openbaring 20:12
De boeken worden geopend
God oordeelt niet op basis van vermoedens.
Geen daad is vergeten.
Geen verborgen motief is Hem onbekend.
Geen mens wordt onrechtvaardig veroordeeld.
De werken laten de persoonlijke schuld van ieder mens volkomen zien. Niemand zal voor God kunnen aantonen dat hij Zijn volmaakte rechtvaardigheid heeft bereikt.
Ook het boek des levens wordt geopend
Naast de boeken van de werken wordt één ander boek genoemd:
„het boek des levens”.
Daar ligt de beslissende scheiding.
Niet de vraag of iemand iets beter leefde dan zijn buurman.
Niet de vraag of hij ook goede dingen heeft gedaan.
Maar of zijn naam in het boek des levens staat.
6. Hij wordt in de poel des vuurs geworpen
Na het oordeel volgt de definitieve bestemming:
„En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs; dit is de tweede dood.
En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.”
— Openbaring 20:14-15
De hel geeft eerst haar doden terug.
Daarna wordt de hel zelf in de poel des vuurs geworpen.
Dat is de tweede dood.
De eerste dood beëindigde het leven op aarde.
De tweede dood is de definitieve bestemming na het oordeel.
De Bijbelse volgorde is daarom:
sterven → hel → opstanding → oordeel → poel des vuurs
Een uitgebreide vergelijking staat in: Wat is het verschil tussen de hel en de poel des vuurs?
Geen rechtszaak om alsnog gered te worden
De grote witte troon is geen plaats waar een ongelovige alsnog kan proberen eeuwig leven te verdienen.
De boeken worden niet geopend om te ontdekken of zijn goede werken misschien tegen zijn zonden opwegen.
De Bijbel zegt:
„Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods.”
— Romeinen 3:23
Eeuwig leven wordt nooit als loon voor voldoende goede werken gegeven.
Het is een gave die tijdens het leven door geloof in Jezus Christus wordt ontvangen.
Wie voor de grote witte troon verschijnt, staat daar niet om opnieuw een keuze tussen geloof en ongeloof te maken. Zijn aardse leven is voorbij. Zijn werken worden beoordeeld en zijn naam wordt niet gevonden in het boek des levens.
Daarom eindigt het oordeel met de poel des vuurs.
Een tijdlijn zonder terugweg
Opvallend aan deze tijdlijn is dat zij steeds vooruitgaat.
De rijke man keert niet terug naar zijn aardse huis.
De hel wordt niet een tweede evangelisatieplaats.
De opstanding leidt niet naar een nieuwe proeftijd.
De grote witte troon biedt geen mogelijkheid om alsnog door werken gered te worden.
Na de dood volgt het oordeel.
Dat maakt de vraag naar Jezus Christus geen onderwerp dat veilig tot later kan worden uitgesteld.
Dit is de tijdlijn zonder Christus
De Bijbelse tijdlijn voor iemand die zonder Christus sterft is ernstig:
- zijn aardse leven eindigt;
- zijn lichaam wordt begraven;
- hij bevindt zich bewust in de hel;
- hij wordt opgewekt tot de verdoemenis;
- hij staat voor de grote witte troon;
- hij wordt in de poel des vuurs geworpen.
Maar deze tijdlijn hoeft niet de uwe te worden.
Jezus Christus kwam juist om zondaren van het oordeel te redden.
Hij stierf voor onze zonden, werd begraven en stond op uit de dood.
Jezus zegt:
„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.”
— Johannes 5:24
Let op wat Hij belooft aan degene die gelooft:
- hij heeft eeuwig leven;
- hij komt niet in de verdoemenis;
- hij is overgegaan uit de dood in het leven.
Wie in Christus gelooft, hoeft niet te wachten tot de grote witte troon om te ontdekken waar hij terechtkomt.
Zijn zekerheid rust nu al op de belofte van Jezus Christus.
Hoe word ik gered volgens de Bijbel?
Lees hoe u vandaag het eeuwige leven ontvangt door op Jezus Christus alleen te vertrouwen.
Conclusie
De dood is volgens de Bijbel geen zwart scherm waarachter niets meer gebeurt.
Voor een ongelovige loopt de tijdlijn verder:
het graf is niet het einde, de hel is niet het eindstation en de grote witte troon is geen tweede kans.
Na het sterven bevindt hij zich bewust in de hel. Later wordt hij opgewekt, verschijnt hij voor God en wordt hij geoordeeld naar zijn werken. Wie niet in het boek des levens staat, wordt in de poel des vuurs geworpen.
Daarom is de belangrijkste vraag niet alleen wat er na de dood gebeurt.
De belangrijkste vraag is:
Hebt u vóór uw dood in Jezus Christus geloofd?
VERDER LEZEN
Wat is de hel volgens de Bijbel?
Hoe ziet de hel eruit volgens de Bijbel?
Hel en poel des vuurs: wat is het verschil?
Is er na de dood nog een tweede kans?