Bijbelse voorbeelden van redding

Wat de Schrift laat zien over geloof, gerechtigheid en leven

Bijbelse voorbeelden van redding

Wat de Schrift laat zien over geloof, gerechtigheid en leven

Bijbelse voorbeelden van redding

De Bijbel legt niet alleen uit wat geloof en redding zijn. Hij laat het ook zien in concrete geschiedenissen.


Abel werd door geloof rechtvaardig genoemd. Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Noach geloofde Gods waarschuwing voordat hij de ark bouwde. Israël moest zien op de koperen slang om te leven. Een stervende misdadiger ontving zekerheid uit de mond van Christus. En toen een gevangenbewaarder rechtstreeks vroeg wat hij moest doen om zalig te worden, kreeg hij een rechtstreeks antwoord.


Niet iedere geschiedenis spreekt over precies dezelfde soort redding. Soms gaat het om rechtvaardiging voor God, soms om lichamelijke bewaring of leven, en soms gebruikt de Schrift zo'n gebeurtenis als beeld van een grotere geestelijke werkelijkheid.


Daarom moeten de voorbeelden in hun eigen context worden gelezen.


Maar één onderscheid wordt telkens duidelijk:



geloof is niet hetzelfde als werken.

Begin hier

De koperen slang

Een gebeten Israëliet moest niet zichzelf genezen, maar zien op het reddingsmiddel dat God had gegeven. Jezus Zelf verbindt deze geschiedenis met geloof in Hem en eeuwig leven.


Abraham en Rachab — geloof en werken

Abraham werd reeds door geloof gerechtvaardigd voordat hij Izak offerde. Jakobus laat vervolgens zien welke plaats werken in het leven van een gelovige hebben.


Noach — wat is geloof?

God sprak over dingen die nog niet gezien werden. Noach geloofde wat God zei en handelde daarna overeenkomstig dat geloof.


De misdadiger aan het kruis

Zijn leven was bijna voorbij. Hij kon geen jaren van goede werken, volharding of levensverbetering meer laten zien. Toch ontving hij zekerheid van Christus Zelf.


Paulus — de voornaamste der zondaren

De Schrift noemt Paulus „de voornaamste” der zondaren. Juist aan hem is barmhartigheid geschied, tot voorbeeld voor degenen die daarna in Christus zouden geloven ten eeuwigen leven.

Abel: door geloof rechtvaardig genoemd


Al vroeg in de Schrift wordt geloof rechtstreeks verbonden met gerechtigheid.

„Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kaïn, door hetwelk hij getuigenis bekomen heeft, dat hij rechtvaardig was, alzo God over zijn gaven getuigenis gaf; en door hetzelve geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.”

— Hebreeën 11:4

Let op wat de Schrift nadrukkelijk vooropzet:


„Door het geloof...”


Abel bracht inderdaad een offer. Maar Hebreeën wijst niet naar menselijke verdienste als grond van zijn gerechtigheid. De Schrift noemt geloof als het beslissende onderscheid.


Dat beginsel verschijnt daarna steeds opnieuw.



Abraham: geloof gerekend tot gerechtigheid


Bij Abraham wordt het nog duidelijker gezegd:

„En hij geloofde in den HEERE; en Hij rekende het hem tot gerechtigheid.”

— Genesis 15:6

Abraham geloofde God.


En God rekende hem dat geloof tot gerechtigheid.



Paulus haalt juist deze tekst aan wanneer hij uitlegt hoe God de goddeloze rechtvaardigt:

„Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”

— Romeinen 4:5

Dat is belangrijk wanneer later in Jakobus 2 over Abrahams werken wordt gesproken.


Abraham offerde Izak pas in Genesis 22. Hij was echter reeds in Genesis 15 door geloof gerechtvaardigd.


Zijn latere gehoorzaamheid maakte hem daarom niet voor het eerst rechtvaardig voor God. Zijn werken hadden een andere plaats dan zijn rechtvaardiging door geloof.


Hetzelfde onderscheid helpt ook bij Rachab. Haar geloof leidde tot handelen. Haar handelen was niet hetzelfde als haar geloof en vormde geen betaling waarmee zij Gods gunst verdiende.



Noach: eerst geloof, daarna gehoorzaamheid


Noach geeft een helder voorbeeld van het verschil tussen geloven en handelen naar wat men gelooft.

„Door het geloof heeft Noach, door Goddelijke aanspraak vermaand zijnde van de dingen, die nog niet gezien werden, en bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoudenis van zijn huisgezin; door welke ark hij de wereld heeft veroordeeld, en is geworden een erfgenaam der rechtvaardigheid, die naar het geloof is.”

— Hebreeën 11:7

Kijk naar de volgorde.


God sprak.


Noach werd gewaarschuwd voor dingen die hij nog niet zag.


Noach geloofde God.


Daarna bouwde hij de ark.


Het bouwen van de ark was gehoorzaamheid aan wat God had gezegd. Maar het bouwen zelf was niet de definitie van geloof.


Hebreeën zegt bovendien dat Noach een erfgenaam werd van:


„de rechtvaardigheid, die naar het geloof is.”


Geloof en gehoorzaamheid horen dus niet door elkaar te worden gehaald. Geloof kan tot gehoorzaamheid leiden, maar gehoorzaamheid hoeft niet eerst aan het geloof te worden toegevoegd voordat geloof werkelijk geloof is.



De koperen slang: zien en leven


In Numeri 21 werd Israël gebeten door vurige slangen. God gaf vervolgens één middel waardoor de gebetene kon blijven leven:

„En de HEERE zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en zet ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, en haar aanziet, die zal leven.”

— Numeri 21:8

De gebetene hoefde zichzelf niet te genezen.


Hij hoefde niet eerst te bewijzen dat zijn blik oprecht genoeg was.


God gaf het middel en verbond daaraan Zijn belofte:


wie zag, leefde.



In Numeri gaat het concreet om lichamelijk leven. Maar Jezus Zelf gebruikt juist deze geschiedenis om eeuwig leven door geloof in Hem uit te leggen:

„En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;



Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”

— Johannes 3:14-15

De vergelijking komt van Christus Zelf:


zien → leven


en:


geloven in Christus → eeuwig leven



De misdadiger aan het kruis


Naast Jezus hing een schuldige misdadiger.


Zijn aardse leven was vrijwel voorbij. Hij had geen mogelijkheid meer om jarenlang goede werken te verzamelen, een veranderd leven te laten zien of door jarenlange volharding te bewijzen dat hij werkelijk bij Christus hoorde.


Hij zei:

„Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.”

— Lukas 23:42

Christus antwoordde:

„Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”

— Lukas 23:43

Niet:


misschien.


Niet:


wanneer u eerst voldoende vrucht hebt laten zien.


Maar:


„Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.”


Een stervende zondaar ontving zekerheid uit de mond van Jezus Christus Zelf.



Misschien wel de duidelijkste vraag


In Handelingen 16 wordt de vraag rechtstreeks gesteld:

„Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde?”

— Handelingen 16:30

Als ergens een ingewikkelde lijst met voorwaarden nodig was, zou hier de gelegenheid zijn geweest die te geven.



Maar het antwoord luidt:

„Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden...”

— Handelingen 16:31

De vraag is:


Wat moet ik doen om zalig te worden?


Het antwoord is:


Geloof in den Heere Jezus Christus.


Niet: verbeter eerst uw leven.


Niet: verricht eerst goede werken.


Niet: bewijs eerst jarenlang dat uw geloof echt is.


De stokbewaarder wordt rechtstreeks naar Christus gewezen.



Wat leren deze voorbeelden?


Wanneer deze geschiedenissen naast elkaar worden gelegd, moeten de verschillen tussen de teksten blijven staan.


Abels offer is niet hetzelfde als de ark van Noach.


De lichamelijke redding van een gebeten Israëliet is niet precies hetzelfde onderwerp als Abrahams rechtvaardiging.


En een geschiedenis uit Genesis moet niet worden behandeld alsof alle latere openbaring toen reeds volledig bekend was.


Maar juist wanneer iedere tekst in zijn eigen context blijft staan, worden enkele lijnen bijzonder duidelijk.


God spreekt.


De mens gelooft wat God heeft bekendgemaakt.


Geloof en werken zijn niet hetzelfde.


Menselijke werken verdienen geen gerechtigheid of eeuwig leven.


Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend.


Noach geloofde voordat hij de ark bouwde.


De Israëliet zag op het middel dat God had aangewezen.


De misdadiger vertrouwde zich toe aan Christus en ontving Zijn belofte.


De stokbewaarder vroeg hoe hij zalig moest worden en kreeg te horen:


„Geloof in den Heere Jezus Christus.”



En nu?


Wij hoeven niet te raden welke boodschap God vandaag over Zijn Zoon heeft bekendgemaakt.


Het Evangelie zegt dat Jezus Christus voor onze zonden gestorven is, begraven werd en uit de doden is opgestaan.

„Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften;

En dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften.”

— 1 Korinthe 15:3-4

En Christus zegt:

„Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”

— Johannes 6:47

Eeuwig leven is daarom niet het loon voor iemand die zichzelf goed genoeg maakt.


De zondaar wordt naar Christus gewezen.



Wie in Hem gelooft, heeft het eeuwige leven.

Verder over redding

Hoe word ik gered?

Een heldere uitleg van het Evangelie en hoe u eeuwig leven ontvangt door geloof in Jezus Christus.


Is redding alleen door geloof in Jezus Christus?

Waarom werken geen aanvullende voorwaarde voor eeuwig leven zijn en waarom Christus voldoende is.


Hoe kom ik in de hemel?

Een uitgebreidere uitleg over zonde, Gods rechtvaardigheid, Jezus Christus en de weg tot eeuwig leven.


Redding en het Evangelie

Bekijk het volledige overzicht van artikelen over het Evangelie, geloof, genade, werken, bekering, zekerheid en het leven na geloof.