geloof zonder werken is toch dood?
“Maar Jakobus zegt toch: geloof zonder werken is dood?”
Diepere uitleg + uitgebreid Bijbelbewijs
Dat klopt. Maar Jakobus spreekt hier niet tot ongelovigen die nog gered moeten worden, en ook niet over hoe iemand zalig wordt voor God. Jakobus richt zich tot mensen die al gelovigen zijn. Dat is cruciaal.
Jakobus begint zijn brief zo:
“Jakobus, een dienstknecht Gods en des Heeren Jezus Christus, aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn, zijnde gegroet.”
— Jakobus 1:1
En hij zegt verder:
“Mijn geliefde broeders…”
— Jakobus 1:16
“Mijn broeders…”
— Jakobus 2:1
Jakobus spreekt zijn lezers voortdurend aan als broeders — mensen die al bij de Heere horen. Hij schrijft dus niet om uit te leggen hoe zij gered moeten worden, maar hoe zij behoren te leven nu zij gered zijn.
Dat alleen al sluit uit dat Jakobus 2 over redding kan gaan.
Twee verschillende vragen — twee verschillende antwoorden
De Bijbel beantwoordt twee verschillende vragen:
- Hoe wordt een zondaar rechtvaardig voor God?
- Hoe wordt geloof zichtbaar en nuttig in het leven van een gelovige?
Paulus beantwoordt de eerste vraag:
“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die den goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.”
— Romeinen 4:5
Dat gaat over
redding voor God.
Geen werken. Alleen geloof.
Jakobus beantwoordt de tweede vraag. Hij vraagt niet:
Hoe word ik gered?
maar:
Wat heeft geloof voor nut, als het geen daden voortbrengt?
“Wat nuttigheid is het, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij geloof heeft, en hij heeft geen werken?”
— Jakobus 2:14
Let op dat woord:
nuttigheid.
Niet: zaligheid.
Niet: eeuwig leven.
Maar:
wat heeft het voor zin?
“Geloof zonder werken is dood” — voor wie?
Jakobus zegt niet:
een mens zonder werken is dood.
Hij zegt:
het geloof is dood — dat wil zeggen:
levenloos, onvruchtbaar, nutteloos.
Net zoals hij zegt:
“Gelijk ook het lichaam zonder geest dood is, alzo is ook het geloof zonder de werken dood.”
— Jakobus 2:26
Een lichaam zonder geest
bestaat nog steeds, maar het functioneert niet meer.
Zo kan een gelovige
echt geloof hebben, en toch geestelijk
onbruikbaar leven.
Dat is precies waarom Jakobus dit schrijft — tot gelovigen.
Abraham bewijst dit opnieuw
Abraham was al lang gerechtvaardigd voor God:
“En Abraham geloofde God, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend.”
— Genesis 15:6
Dat was zijn redding.
Maar Jakobus verwijst naar een veel later moment:
“Was Abraham, onze vader, niet uit de werken gerechtvaardigd, als hij Izak, zijn zoon, op het altaar geofferd heeft?”
— Jakobus 2:21
Dit kan onmogelijk over redding gaan, want Abraham was al gered. Jakobus spreekt hier over openbare rechtvaardiging — bewijs voor mensen.
Waarom gehoorzaamde Abraham?
Omdat hij geloofde.
“Overwegende, dat God machtig was hem ook uit de doden te verwekken…”
— Hebreeën 11:19
Zijn werken maakten zijn geloof zichtbaar, niet geldig.
En hier komt het beslissende principe
👉 De Bijbel spreekt Zichzelf nooit tegen.
Dat is niet een aanname, dat is Schrift.
“De som van Uw woord is de waarheid.”
— Psalm 119:160
“Al de Schrift is van God ingegeven…”
— 2 Timotheüs 3:16
God liegt niet:
“God is geen man, dat Hij liegen zou.”
— Numeri 23:19
Dat betekent:
als Paulus zegt dat redding
zonder werken is,
en Jakobus lijkt te spreken over werken,
dan
kunnen zij niet over hetzelfde onderwerp spreken.
Want anders zou God Zichzelf tegenspreken — en dat doet Hij nooit.
Daarom is de enige Bijbelse conclusie:
– Paulus spreekt over
rechtvaardiging voor God
– Jakobus spreekt over
rechtvaardiging voor mensen
Niet twee evangeliën.
Niet twee waarheden.
Maar
één waarheid, vanuit twee invalshoeken.
Waarom dit zo belangrijk is
Als Jakobus over redding zou spreken, dan zouden deze verzen onwaar zijn:
“Niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:9
“Doch dengene, die niet werkt, maar gelooft…”
— Romeinen 4:5
Maar omdat
God Zichzelf niet tegenspreekt, weten we zeker:
Jakobus
kan niet over redding spreken.
Hij waarschuwt gelovigen voor een leven dat:
– geen getuigenis heeft
– geen nut heeft voor anderen
– geen eer aan God geeft
– geen loon oplevert
Paulus zegt exact hetzelfde:
“Indien iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden.”
— 1 Korinthe 3:15
Behouden — maar met lege handen.
De Bijbelse conclusie
– Jakobus schrijft aan
gelovigen
– Zij zijn al gered
– De Bijbel spreekt Zichzelf nooit tegen
– Jakobus spreekt niet over redding, maar over nut en zichtbaarheid
– Geloof zonder werken kan echt geloof zijn
– Maar het is dood in werking: nutteloos
– Werken bewijzen geloof voor mensen, niet voor God
👉
Voor God: één moment van geloof is genoeg.
👉
Voor mensen: geloof wordt zichtbaar door werken.
Wie dit ziet, ziet dat de Schrift
volmaakt in harmonie spreekt —
en dat het Evangelie
zuiver, eenvoudig en onaangetast blijft.