Waarom is er zóveel ellende in deze wereld?

Waarom is er zóveel ellende in deze wereld?

Diepere uitleg + uitgebreid Bijbelbewijs

Deze pagina verklaart waarom ellende bestaat, niet om God te beschuldigen, maar om Zijn rechtvaardigheid én genade helder te maken. Zij laat zien dat ellende geen argument tegen God is, maar een gevolg van leven zonder Hem.


De vraag naar ellende is een vraag die opkomt uit pijn, uit onbegrip, uit wanhoop.
Zij wordt gesteld bij ziekte en dood, bij oorlog en onrecht, bij persoonlijk lijden en wereldwijde rampspoed.
En bijna altijd wordt de blik omhoog gericht:
“Waarom laat God dit toe?”


Maar de Bijbel leert ons dat deze vraag niet begint bij God,
maar bij
de mens.



1. God is niet de bron van ellende


Dit moet eerst onwrikbaar vaststaan:
God is
niet de oorsprong van kwaad, lijden of ellende.

“God is licht, en ganselijk geen duisternis is in Hem.

— 1 Johannes 1:5

God is heilig, rechtvaardig en goed. Hij schiep de wereld niet met ellende, maar met leven, orde, waarheid en vrede.

“En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed.”
— Genesis 1:31

Ellende hoort dus niet bij Gods scheppingswil.
Zij is geen uitdrukking van Zijn karakter.



2. Ellende begon toen de mens God losliet


De oorsprong van alle ellende ligt in één fundamentele daad:
de mens luisterde niet naar God.


De zondeval was geen kleine fout, maar een bewuste keuze om onafhankelijk te zijn, om zelf te bepalen wat goed en kwaad is.


Vanaf dat moment kwam er scheiding.

“Maar uw ongerechtigheden maken een scheiding tussen ulieden en tussen uw God.”

— Jesaja 59:2

Die scheiding is de kern van alle ellende:


  • geestelijk (vervreemding van God),
  • moreel (verdorvenheid),
  • lichamelijk (ziekte en dood),
  • maatschappelijk (chaos en geweld).



3. De mens is sindsdien geestelijk dood


De Bijbel beschrijft de natuurlijke mens niet als “onvolmaakt”, maar als dood.

“En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.”
— Efeze 2:1

Een geestelijk dode mens:


  • heeft geen gemeenschap met God,
  • bezit geen nieuw leven,
  • kan zichzelf niet herstellen.


Dit is fundamenteel om ellende te begrijpen.


Wat hieruit volgt, verklaart waarom ellende niet vanzelf verdwijnt.
Niet omdat God onmachtig is, maar omdat de mens sinds de zondeval niet meer leeft vanuit God, maar vanuit het vlees.



4. Zolang de mens niet gelooft, leeft hij uitsluitend in het vlees


Zonder geloof heeft de mens maar één natuur: het vlees.
Hij heeft geen Heilige Geest, geen nieuw beginsel, geen innerlijke vernieuwing.

“Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.”

— Romeinen 8:9


“Die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.

— Romeinen 8:8

Dit betekent iets zeer diepgaands:
👉 de ongelovige
kan niet anders dan leven uit het vlees.



5. Het vlees is niet neutraal, maar vijandschap tegen God


Het vlees is niet slechts zwak of onwetend.
Het is
actief tegen God gericht.

“Want het bedenken des vleses is vijandschap tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.”
— Romeinen 8:7

Daarom is ongeloof geen onschuldige positie.
Het is
rebellie.



6. Geloven is eenvoudig — maar het vlees wil niet buigen


Belangrijk onderscheid


Dat de mens in het vlees leeft, betekent niet dat hij niet kán geloven, maar dat hij niet wíl geloven. Het Evangelie is oprecht en werkelijk tot ieder mens gericht. Niemand wordt uitgesloten van het aanbod van genade, maar de natuurlijke mens verzet zich tegen dat aanbod zolang hij niet buigt voor God.


Het Evangelie is opvallend eenvoudig:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
— Handelingen 16:31

Maar juist die eenvoud vereist iets wat het vlees weigert:


  • erkenning van schuld,
  • afhankelijkheid van genade,
  • onderwerping aan God.


Daarom verwerpt de mens het geloof, niet omdat het onbegrijpelijk is, maar omdat het vernederend is.



7. Daarom gelooft de meerderheid niet - ondanks Gods aanbod


De Bijbel is hier glashelder: ongeloof is de norm, geloof de uitzondering.

“Wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan.”

— Mattheüs 7:13


“Er is niemand, die God zoekt.”

— Romeinen 3:11

Dit betekent dat de overgrote meerderheid van de mensheid:


  • geestelijk dood is,
  • geen Geest heeft,
  • leeft in het vlees,
  • en God niet wil.



8. Wie in het vlees leeft, zaait verderf — onvermijdelijk


Hier ligt een onontkoombare geestelijke wet:

“Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.”

— Galaten 6:7


“Want die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderfenis maaien.

— Galaten 6:8

Zolang een mens geen Geest heeft, kan hij ook niet anders dan vlees zaaien.
En die oogst manifesteert zich als:


  • morele ontwrichting,
  • relationele breuk,
  • leegte,
  • geweld,
  • onrecht,
  • psychische nood,
  • en uiteindelijk: de dood.

“Want de bezoldiging der zonde is de dood.”
— Romeinen 6:23


9. Veel ellende is daarom geen raadsel, maar gevolg


Als een wereld:


  • God verwerpt,
  • Zijn waarheid onderdrukt,
  • Zijn orde loslaat,


dan moet die wereld ontwrichten.

“En omdat zij het niet goed gedacht hebben God in erkentenis te houden, zo heeft God hen overgegeven.”
— Romeinen 1:28

Gods “overgeven” is geen onverschilligheid, maar oordeel door loslaten.



10. God weerhoudt het kwaad nog — uit genade


Dat de wereld niet volledig ontspoord is, is geen vanzelfsprekendheid.

“Alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, zal hem wederhouden.”
— 2 Thessalonicenzen 2:7

Die Wederhouder is de Heilige Geest.
Hij overtuigt van zonde, remt wetteloosheid, handhaaft orde.

“En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde.”
— Johannes 16:8

Zonder deze weerhouding zou de ellende onmiddellijk exploderen.



11. God straft de zonde — maar nooit willekeurig


God is geen grillige God. Hij straft niet zomaar.

“Zou er kwaad zijn in een stad, dat de HEERE niet doet?
— Amos 3:6

Gods oordelen zijn:


  • rechtvaardig,
  • verdiend,
  • voorafgegaan door waarschuwing,
  • gedragen door lankmoedigheid.


Ellende is dus niet het falen van God, maar de rechtvaardige vrucht van zonde.



12. Niet elke persoonlijke pijn is directe straf — maar de oorzaak blijft zonde


De Bijbel waarschuwt voor oppervlakkige conclusies (Job).
Niet elk individueel lijden is directe straf.


Maar collectief blijft de oorzaak onontkoombaar:

“Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods.”
— Romeinen 3:23

Zonde is de wortel.
Ellende is de vrucht.


Alles wat hierboven beschreven is, dient één doel:
duidelijk maken dat ellende geen willekeur is, maar het onvermijdelijke gevolg van leven los van God.



13. En toch: God bleef niet op afstand


Het diepste antwoord is dit:
God liet de mens niet aan zichzelf over.

“Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.”
— Romeinen 5:8

Daarom is de kernvraag uiteindelijk niet:
“Waarom is er ellende?”
maar:



“Wat doet de mens met Gods genade?”

“Opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
— Johannes 3:16


Slotwoord


De wereld is vol ellende
niet omdat God onmachtig is,
maar omdat de mens ongehoorzaam is.


Niet omdat God Zijn hand terugtrok zonder reden,
maar omdat de mens Zijn hand wegduwde.


Ellende is geen raadsel,
maar een getuigenis van wat er gebeurt
wanneer schepselen leven zonder hun Schepper.


En toch — nu is er nog genade.