Is mens niet in een totale doodstaat?

Maar is de mens sinds de zondeval niet onbekwaam om te geloven?

Diepere uitleg + uitgebreid Bijbelbewijs

Dit is één van de bekendste en meest effectieve leugens van de satan.


Hij fluistert:
“Je kúnt het niet. Je bent geestelijk dood. Je moet eerst uitverkoren zijn, eerst wedergeboren worden, eerst iets ontvangen — anders lukt het nooit.”


Maar wat zegt de Schrift zelf?

“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”

— Johannes 6:47

God geeft hier een bevel én een belofte.
Geen voorbehoud. Geen verborgen voorwaarde. Geen beperking tot een select groepje.



Als God de mens zou bevelen te geloven, terwijl de mens dat per definitie niet kán, dan zou dat geen rechtvaardige oproep zijn maar een wrede spot. Dat is niet de God van de Bijbel.


Wat betekent ‘dood’ in de Bijbel?


Veel mensen lezen “dood in zonden” en vullen daar automatisch in:
totale onbekwaamheid, geen enkel vermogen, geen mogelijkheid om te reageren.


Maar dat is niet hoe de Bijbel dood definieert.


Dood in de Schrift betekent scheiding, niet ophouden te bestaan en niet onvermogen om te reageren.


Kijk allereerst naar Adam.

“En zij hoorden de stem des HEEREN Gods, wandelende in den hof… en Adam en zijn vrouw verborgen zich…”

— Genesis 3:8


“En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij?”

— Genesis 3:9

Adam was geestelijk dood verklaard door zijn zonde.
En toch:


  • hij hoorde Gods stem
  • hij begreep de roep
  • hij antwoordde
  • hij sprak met God


Als “dood” zou betekenen dat iemand totaal onbekwaam is om te reageren, dan had Adam nooit kunnen antwoorden. Maar hij deed dat wél.



Zijn dood bestond hierin:
hij was gescheiden van God, niet buiten bewustzijn.


Dood = scheiding, niet onvermogen


Dat zien we overal in de Schrift.


Lichamelijke dood:
scheiding van lichaam en ziel.

“En het stof wederkeert tot de aarde, als het geweest is, en de geest wederkeert tot God, Die hem gegeven heeft.”

— Prediker 12:7

Eeuwige dood:
scheiding van God voor eeuwig.

“En de dood en de hel werden geworpen in den poel des vuurs. Dit is de tweede dood.”

— Openbaring 20:14

Niemand houdt op te bestaan.
Niemand houdt op bewust te zijn.
Het is
scheiding.



Dus wanneer Paulus zegt:

“En Hij heeft u levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.”

— Efeze 2:1

Dan betekent dat:
u leefde
vervreemd van God, afgesneden van Zijn leven, onder het oordeel — niet dat u niet kón denken, kón luisteren, kón geloven.



Paulus zelf bevestigt dit:

“Dat gij te dien tijde waart zonder Christus… vervreemd van het burgerschap Israëls… geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.”

— Efeze 2:12

Let op de woorden:
zonder Christus, vervreemd, zonder hoop, zonder God
Dat is
relatie-scheiding, geen mentale of morele verlamming.


God roept alleen mensen die kunnen antwoorden


Door de hele Bijbel heen roept God mensen die “dood” genoemd worden — en Hij verwacht antwoord.

“Wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde.”

— Jesaja 45:22

“Zoekt den HEERE, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is.”

— Jesaja 55:6

Waarom zou God oproepen tot zoeken, roepen, wenden, geloven, als de mens dat onmogelijk kan?



Jezus zelf zegt:

“En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.”

— Johannes 5:40

Niet: gij kunt niet komen.
Maar:
gij wilt niet komen.



De onmacht van de mens is geen gebrek aan vermogen, maar een probleem van de wil.


Iedere mens gelooft voortdurend


Het idee dat een mens “niet kan geloven” is ook praktisch onhoudbaar.


Iedere mens leeft dagelijks door geloof:


  • u drukt op een lichtknop en verwacht licht
  • u stapt in een auto en vertrouwt de remmen
  • u eet voedsel en vertrouwt dat het geen vergif is
  • u gaat slapen en verwacht wakker te worden


Iedereen gelooft. Altijd.


De vraag is dus niet:
kan een mens geloven?


Maar:
waar zet hij zijn geloof op?


Daarom zegt de Bijbel niet:
“Wacht tot je kunt geloven.”


Maar:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”

— Handelingen 16:31


Als ‘totale doodstaat’ waar was, stort het evangelie in


Als de mens werkelijk totaal onbekwaam was om te geloven, dan zouden deze teksten onwaar of misleidend zijn:

“God dan verkondigt nu alle mensen alom, dat zij zich bekeren.”

— Handelingen 17:30

“En die wil, neme het water des levens om niet.”

— Openbaring 22:17

“Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld.”

— Johannes 3:18


Waarom verspreidt de satan deze leugen?


Omdat hij weet dat het evangelie eenvoudig is.


Als mensen geloven dat ze eerst iets mysterieus moeten ontvangen — een speciale wedergeboorte, een verborgen uitverkiezing, een innerlijke kracht — dan stellen ze het geloven uit. Dan wachten ze. Dan twijfelen ze. Dan sterven ze in ongeloof.


Maar God zegt:

“Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet.”

— Hebreeën 3:7

Niet morgen.
Niet na een ervaring.
Niet na een teken.



Heden.