Wat betekent het dat God geen aannemer des persoons is?

“Wat betekent het dat God geen aannemer des persoons is — en waarom is dit de sleutel tot het evangelie?”

Diepere uitleg + uitgebreid Bijbelbewijs

Er zijn bijbelse waarheden die zó fundamenteel zijn, dat wie ze loslaat, onvermijdelijk niet slechts een detail verliest, maar het evangelie zelf vervormt.


“God is geen aannemer des persoons” is zo’n waarheid.


Het is geen randopmerking.
Het is geen nuance.
Het is geen cultureel bijschrift.


Het is een dragende pijler onder Gods rechtvaardigheid, Zijn oproep tot bekering én de echtheid van het evangelie zelf.


Want dit raakt niet slechts aan hoe God handelt, maar aan Wie God is.


Wie dit begrijpt, begrijpt waarom het evangelie eerlijk is.
Wie dit loslaat, ontkomt er niet aan de Schrift geweld aan te doen — hoe vroom de bedoeling ook lijkt.


1. De Schrift verklaart zichzelf — en spreekt nooit tegen zichzelf


Wie de Bijbel serieus neemt, begint bij één onwrikbaar uitgangspunt:


God spreekt Zichzelf nooit tegen.


Dat komt niet omdat mensen zo zorgvuldig waren, maar omdat God Zelf de Auteur is.
De Schrift is daarom geen verzameling losse meningen, maar één samenhangende, goddelijke openbaring.

“Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging.
Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door den wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.”

— 2 Petrus 1:20–21

Hieruit volgen twee onontkoombare conclusies:


– De Bijbel vormt één geheel, afkomstig van God Zelf
– Geen uitleg mag een andere duidelijke bijbelse waarheid ondermijnen


➡️ Elke leer moet standhouden in het volle licht van alles wat God over Zichzelf zegt.
Juist dit principe is beslissend wanneer het over het evangelie gaat, want dat evangelie weerspiegelt Gods karakter.



2. God openbaart Zich expliciet als onpartijdig


Over Gods onpartijdigheid laat de Bijbel geen enkele ruimte voor twijfel — niet één tekst, maar consequent, door de hele Schrift heen.

“Want er is geen aanneming des persoons bij God.”

— Romeinen 2:11


“In waarheid bevinde ik, dat God geen aannemer des persoons is.”

— Handelingen 10:34


“Want de HEERE, uw God, is een God der goden … Die geen persoon aanneemt…”

— Deuteronomium 10:17

Dit zijn geen losse opmerkingen, maar openbaringen van Gods wezen.
Zoals God heilig is, waarachtig is en rechtvaardig is, zo is Hij ook
volkomen onpartijdig.


Dat betekent:
God is niet een béétje eerlijk.
Niet grotendeels rechtvaardig.
Niet meestal consequent.


Hij is volmaakt.


➡️ Onpartijdigheid is daarom geen bijkomende eigenschap, maar een noodzakelijke uitwerking van Gods rechtvaardigheid.
Zonder onpartijdigheid kan rechtvaardigheid niet bestaan.



3. Wat betekent “aanneming des persoons” werkelijk?


“Aanneming des persoons” betekent niet: verschillen erkennen.
Het betekent:
ongelijk behandelen zonder rechtvaardige grond.


Als God wél aannemer des persoons zou zijn, zou dat betekenen dat:


– de één genade kan ontvangen
– de ander dat nooit kan
– terwijl dat verschil niet in henzelf ligt


Dat zou God willekeurig maken.
En willekeur is het tegenovergestelde van rechtvaardigheid.


Maar de Schrift zegt precies het tegenovergestelde:

“Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gericht. God is waarheid en geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.”

— Deuteronomium 32:4

➡️ Onpartijdigheid is noodzakelijk voor Gods rechtvaardigheid.
Zonder dit stort het morele fundament van het evangelie in.



4. Daarom is Gods uitnodiging werkelijk universeel


Wie belijdt dat God geen aannemer des persoons is, kan hier eenvoudigweg niet omheen.


Vanuit dat onpartijdige karakter spreekt de Schrift zonder dubbelzinnigheid tot alle mensen — niet symbolisch, niet beperkt, niet verhuld.

“God … verkondigt nu alle mensen overal, dat zij zich bekeren.”

— Handelingen 17:30

Niet: sommigen.
Niet: een verborgen groep.
Maar:
alle mensen, overal.

“Welke wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen.”

— 1 Timotheüs 2:4

Niet: allerlei mensen.
Niet: mensen uit alle categorieën.
Maar:
alle mensen — precies zoals het er staat.

“Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen.”

— Titus 2:11

Dit is geen poëtische overdrijving.
Dit is leerstellige helderheid.



“Een iegelijk” en “de wereld” — elke twijfel weggenomen


De Schrift laat het niet bij algemene termen, maar scherpt het juist verder aan.

“Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat
een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”

— Johannes 3:16

“De wereld” betekent hier niet:

  • een uitverkoren deel van de wereld
  • of een verborgen groep binnen de wereld


Het staat juist tegenover een select volk of een besloten kring.


En “een iegelijk” is misschien wel het meest ondubbelzinnige woord dat de Schrift gebruikt:
ieder afzonderlijk, zonder voorafgaande uitzondering.


➡️ Wie “een iegelijk” herdefinieert, ontkent niet een detail, maar de duidelijke bedoeling van de tekst.



Waarom hier geen enkele verwarring mogelijk is


Als God geen aannemer des persoons is, dan volgt daar iets onontkoombaars uit:

  • Hij kan geen oprechte oproep doen aan mensen die niet kunnen reageren
  • Hij kan geen genade aanbieden die niet werkelijk beschikbaar is
  • Hij kan geen verantwoordelijkheid opleggen waar geen mogelijkheid is


Dat zou geen rechtvaardigheid zijn.
Dat zou schijn zijn.


Maar God is geen aannemer des persoons.


Daarom:


  • betekent alle ook echt alle
  • betekent wereld ook echt wereld
  • betekent een iegelijk ook echt ieder


Niet allerlei.
Niet een voorbestemd groepje.
Niet een verborgen selectie.


➡️ Dat kán eenvoudigweg niet samengaan met Gods onpartijdigheid.



5. Schrift mag Schrift niet tegenspreken


Hier ligt het beslissende toetsmoment.

Wanneer men zegt:


  • “God roept iedereen, maar slechts enkelen kunnen reageren”
  • “Allen betekent eigenlijk: allerlei”


dan ontstaat geen probleem met één tekst,
maar met
het geheel van de Schrift.


Want dan:


  • wordt Gods oproep niet oprecht
  • wordt verantwoordelijkheid ongelijk verdeeld
  • wordt Gods rechtvaardigheid aangetast


Maar de Schrift zegt:

“… God zij waarachtig, maar alle mens leugenachtig.”

— Romeinen 3:4

➡️ De Schrift wordt niet aangepast aan een leer —
de leer moet buigen voor de Schrift.



6. De sleutel tot het evangelie


Hier valt alles samen.


Als:


  • de één werkelijk kan geloven
  • de ander dat nooit kan
  • en dat verschil niet voortkomt uit hun eigen wil


dan is er per definitie aanneming des persoons.


Maar de Schrift zegt:
Die is er niet.


Daarom volgt onontkoombaar:


  • het evangelie wordt eerlijk aangeboden
  • de oproep is oprecht
  • de beslissing is persoonlijk
  • de verantwoordelijkheid is werkelijk


Niet om zichzelf te redden —
maar om
Christus wel of niet te aanvaarden.



7. Waarom dit de sleutel is


Wie deze waarheid loslaat, móét:

  • woorden herdefiniëren
  • uitnodigingen uithollen
  • verantwoordelijkheid verschuiven


Wie deze waarheid vasthoudt, ziet:

  • waarom het evangelie universeel is
  • waarom ongeloof schuld is
  • waarom geloof werkelijk geloof is
  • en waarom God volkomen rechtvaardig blijft



8. Daarom kan geloof geen selectief “gegeven vermogen” zijn


Als God werkelijk geen aannemer des persoons is — en dat verklaart Hij Zelf herhaaldelijk — dan volgt hieruit iets dat niet te ontwijken is zonder God tegen te spreken.


Want stel dat:


  • God het geloof wel aan de één geeft
  • en datzelfde geloof niet aan een ander geeft


terwijl beide mensen hetzelfde evangelie horen,


dan ligt het doorslaggevende verschil niet bij de mens,
maar bij
Gods selectieve handeling.


Dat is precies wat aanneming des persoons is.


Maar God zegt uitdrukkelijk:

“In waarheid bevinde ik, dat God geen aannemer des persoons is.”

— Handelingen 10:34

De vraag is dan onvermijdelijk:
Spreekt God hier waarheid — of niet?


En de Schrift is helder:

“God, Die niet liegen kan…”

— 1 Johannes 2:2


“God is geen man, dat Hij liegen zou…”

— Numeri 23:19

➡️ God kan niet liegen.
➡️ God spreekt waarheid over Zichzelf.
➡️ Dus God
handelt ook overeenkomstig Zijn woorden.



Wat geloof dan wél is


De Schrift presenteert geloof niet als een selectief geschonken vermogen,
maar als een
persoonlijke reactie op een oprecht aanbod.

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.”

— Johannes 1:12

Niet: zovelen aan wie geloof gegeven werd.
Maar:
zovelen Hem aangenomen hebben.

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”

— Handelingen 16:31

Een bevel veronderstelt mogelijkheid.
Een oproep veronderstelt verantwoordelijkheid.


➡️ God roept niet tot het onmogelijke.



Vrije wil en echte verantwoordelijkheid


Daarom spreekt de Schrift de mens consequent aan op zijn keuze:

“Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld…”

— Johannes 3:18

Niet omdat hij niet kon geloven,
maar omdat hij
niet wilde geloven.


Daarom ligt de beslissing:


  • niet 10%
  • niet 50%
  • maar 100% bij de mens zelf


Niet om zichzelf te redden —
maar om
Christus te aanvaarden of te verwerpen.



Slotconclusie


“God is geen aannemer des persoons” is geen randpunt,
maar het
morele en theologische kompas van het evangelie.


Zonder dit kompas raakt men onvermijdelijk de weg kwijt.


In één zin:

Omdat God geen aannemer des persoons is, kan het evangelie eerlijk tot ieder mens komen — en daarom is de keuze werkelijk.