De verborgen schat stelt Israël voor: Gods bijzondere eigendom, verborgen in de wereld der volken en bestemd voor toekomstig herstel. De ene kostbare parel stelt de Gemeente voor: één nieuw lichaam uit gelovige Joden en heidenen, rechtstreeks door Christus’ bloed gekocht. De Koper is in beide gelijkenissen Jezus Christus. Eén kruis heeft betrekking op de gehele wereld, Israël en de Gemeente, zonder dat deze drie aan elkaar gelijk worden gemaakt.
De verborgen schat en de kostbare parel uitgelegd
Israël in de wereldakker en de ene Gemeente die Christus met Zijn eigen bloed kocht
De gelijkenissen van de verborgen schat en de kostbare parel staan direct naast elkaar. Daardoor lijken zij op het eerste gezicht dezelfde eenvoudige boodschap te geven: het Koninkrijk is zo waardevol dat een mens er alles voor moet opgeven.
Christus herhaalt inderdaad dat in beide gevallen alles wordt verkocht. Maar Hij verandert bijna ieder ander detail. De schat ligt verborgen in een akker, wordt gevonden en opnieuw verborgen, waarna niet de schat maar de gehele akker wordt gekocht. De parel ligt niet in de akker, wordt niet opnieuw verborgen en wordt zelf rechtstreeks gekocht.
Die verschillen zijn niet toevallig. Zij openbaren twee onderscheiden kostbare voorwerpen binnen Gods Koninkrijksplan:
- de verborgen schat is Israël, Gods bijzondere eigendom in de wereld der volken;
- de ene kostbare parel is de Gemeente, het ene nieuwe lichaam uit gelovige Joden en heidenen;
- de Koper is in beide gelijkenissen Jezus Christus, Die alles gaf en de prijs met Zijn eigen bloed betaalde.
De kern luidt:
De schat en de parel worden door hetzelfde offer verworven, maar zij zijn niet dezelfde groep. Israël blijft Gods bijzondere nationale eigendom met onvervulde beloften; de Gemeente is één nieuw lichaam dat Christus rechtstreeks met Zijn eigen bloed heeft gekocht.
Dit artikel maakt deel uit van Mattheüs 13 en de zeven gelijkenissen uitgelegd.
1. Lees beide gelijkenissen naast elkaar
Christus zegt over de schat:
“Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een schat, in den akker verborgen, welken een mens gevonden hebbende, verborg dien, en van blijdschap over denzelven gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft, en koopt dien akker.”
— Mattheüs 13:44
Daarna zegt Hij:
“Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone paarlen zoekt; dewelke, hebbende een parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had en kocht dezelve.”
— Mattheüs 13:45–46
De overeenkomsten zijn duidelijk:
- in beide gelijkenissen is er een waardevol voorwerp;
- in beide verschijnt een handelende man;
- in beide verkoopt hij alles wat hij heeft;
- in beide volgt een aankoop.
Maar de verschillen zijn even belangrijk:
| Verborgen schat | Kostbare parel |
|---|---|
| De schat ligt in een akker | De parel wordt niet in de akker geplaatst |
| De schat bestond reeds voordat hij gevonden werd | De koopman vindt één parel tussen gezochte parels |
| De schat wordt opnieuw verborgen | De parel wordt niet opnieuw verborgen |
| De man koopt de gehele akker | De koopman koopt de parel rechtstreeks |
| De vreugde over de schat wordt genoemd | De uitzonderlijke waarde van de parel wordt genoemd |
Een juiste verklaring moet niet alleen de overeenkomsten, maar juist ook deze verschillen verklaren.
2. De Koper is niet een zondaar die eeuwig leven koopt
Een bekende uitleg zegt dat de schat en de parel Christus of het eeuwige leven voorstellen. De mens zou hun waarde ontdekken en vervolgens alles opgeven om hen te verkrijgen.
Als toepassing bevat dat een ware discipelschapsles. Christus en Zijn Koninkrijk zijn meer waard dan ieder tijdelijk bezit. Wie Hem volgt, behoort al het andere daaraan ondergeschikt te maken.
Maar als primaire verklaring ontstaan ernstige problemen.
Eeuwig leven kan niet worden gekocht
Paulus schrijft:
“Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.”
— Romeinen 6:23
Een genadegift wordt niet door de ontvanger gekocht. Eeuwig leven wordt door geloof ontvangen, zonder werken en zonder betaling door de zondaar.
Geen mens kan de wereldakker kopen
Christus heeft eerder in hetzelfde hoofdstuk verklaard:
“De akker is de wereld.”
— Mattheüs 13:38
De mens in vers 44 koopt niet alleen de gevonden schat. Hij koopt de gehele wereldakker. Geen discipel kan dat doen.
De Schrift gebruikt kooptaal voor Christus’ verlossingswerk
Over gelovigen staat:
“Want gij zijt duur gekocht.”
— 1 Korinthe 6:20
En over Christus:
“Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed.”
— Openbaring 5:9
De handelende Man Die alles prijsgeeft en de koopprijs betaalt, past daarom niet primair bij de zondaar die redding zoekt, maar bij Christus Die Zichzelf geeft.
3. „De akker is de wereld”
De akker uit de schatgelijkenis is niet onverklaard. Enkele verzen eerder heeft Christus gezegd: „De akker is de wereld.” Binnen dezelfde onderwijseenheid is er geen aanwijzing dat dezelfde akker plotseling iets anders betekent.
De schat bevindt zich dus in de wereld, maar is niet zelf de gehele wereld. Zij is een bijzonder voorwerp binnen die wereldakker.
Dat sluit nauwkeurig aan bij de Bijbelse verhouding tussen Israël en de volken:
- de volken vormen de brede wereld;
- Israël bevindt zich geografisch onder de volken;
- Israël blijft in Gods profetische ordening van hen onderscheiden;
- Israël is Zijn bijzondere eigendom binnen de aarde die Hem geheel toebehoort.
De schat is daarom geen derde soort gewas naast tarwe en onkruid. Christus verandert het beeld doelbewust. Tarwe en onkruid groeien in de akker; de schat ligt als afzonderlijk bezit in diezelfde akker verborgen.
4. Israël wordt door God Zijn bijzondere eigendom genoemd
God zegt bij Sinaï:
“Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken; want de ganse aarde is Mijn.”
— Exodus 19:5
Dit vers bevat vrijwel de hele verhouding van de gelijkenis:
| Exodus 19 | Mattheüs 13 |
|---|---|
| De ganse aarde behoort God toe | De akker is de wereld |
| Er bestaan vele volken | De wereldakker omvat de volken |
| Israël is Gods bijzondere eigendom uit alle volken | De schat bevindt zich in de akker |
Dezelfde benaming keert terug:
“Want de HEERE heeft Zich Jakob verkoren, Israël tot Zijn eigendom.”
— Psalm 135:4
En:
“En de HEERE heeft u heden doen zeggen dat gij Hem tot een volk des eigendoms zult zijn.”
— Deuteronomium 26:18
De schat is daarom niet slechts een algemeen kostbaar voorwerp. Zij sluit rechtstreeks aan bij Gods eigen verbondstaal voor Israël: Zijn verkoren, bijzondere eigendom uit alle volken.
5. Israël is onder de volken, maar wordt niet tot de volken gerekend
Bileam zegt door Goddelijke openbaring:
“Zie, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.”
— Numeri 23:9
Israël kan zich dus midden tussen de volken bevinden en toch in Gods ordening een afzonderlijk volk blijven.
Mozes zegt eveneens:
“Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israëls. Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.”
— Deuteronomium 32:8–9
Enerzijds zijn er de volken; anderzijds is Jakob het bijzondere deel des HEEREN. Dat is precies de verhouding van de schat tot de akker:
Israël bevindt zich in de wereld der volken, maar wordt profetisch niet met de volken vereenzelvigd. Het is de afzonderlijke schat in dezelfde wereldakker.
6. „In den akker verborgen” — Israël wordt onder de volken verstrooid
God had voorzegd dat Israël wegens ongehoorzaamheid onder de volken verstrooid zou worden:
“En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde.”
— Deuteronomium 28:64
Ezechiël beschrijft de uitvoering:
“En Ik verstrooide hen onder de heidenen, en zij werden verspreid in de landen.”
— Ezechiël 36:19
De verstrooiing vernietigt Israëls identiteit niet. Het volk kan uit het openbare centrum van Gods Koninkrijksregering verdwijnen en toch door God gekend, bewaard en voor toekomstig herstel bestemd blijven.
Een verborgen schat is niet waardeloos geworden. Zij is aan het openbare zicht onttrokken. Zo wordt ook Israël tijdens zijn verstrooiing niet tot een willekeurig deel van de volken opgelost.
7. De Mens Die de schat vindt, is Christus
Binnen dezelfde reeks heeft Christus de Zaaier van het goede zaad reeds geïdentificeerd:
“Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen.”
— Mattheüs 13:37
Niet iedere man in iedere gelijkenis moet daarom automatisch Christus voorstellen. Maar de verdere handelingen bevestigen hier dezelfde identiteit: deze Mens komt tot Israël, geeft alles prijs en koopt de wereldakker.
Christus zegt over Zijn eerste komst:
“Ik ben niet gezonden dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.”
— Mattheüs 15:24
Johannes schrijft:
“Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.”
— Johannes 1:11
„Vinden” betekent niet dat de alwetende Zoon iets ontdekte waarvan Hij tevoren niets wist. Het beeld beschrijft de historische ontmoeting:
- de Messias komt tot Zijn eigen volk;
- Hij zoekt de verloren schapen van Israël;
- Hij verkondigt het nabijgekomen Koninkrijk;
- de nationale schat verschijnt opnieuw in het middelpunt van Gods handelen;
- maar de leiders verwerpen hun Koning.
8. „En verborg dien” — Israëls Koninkrijksvervulling wordt uitgesteld
De schat was verborgen, wordt gevonden en daarna opnieuw verborgen. Dat opvallende verloop past nauwkeurig bij Israëls geschiedenis rondom de eerste komst van Christus:
- Israël bevindt zich onder vreemde heerschappij;
- de Messias verschijnt aan Zijn volk;
- het Koninkrijk wordt nabij verkondigd;
- de leiders verwerpen de Koning;
- de openbare nationale Koninkrijksvervulling wordt uitgesteld;
- over Israël komt gedeeltelijke en tijdelijke verharding;
- later volgt nationale aanneming en herstel.
Paulus noemt deze tijdelijke toestand een verborgenheid:
“Dat de verharding voor een deel over Israël gekomen is, totdat de volheid der heidenen zal ingegaan zijn.”
— Romeinen 11:25
„Voor een deel” betekent dat God nog altijd een gelovig overblijfsel kent. „Totdat” betekent dat de toestand niet eeuwig voortduurt.
Hosea beschrijft dezelfde tussenperiode:
“Want de kinderen Israëls zullen vele dagen blijven zitten zonder koning en zonder vorst, en zonder offer en zonder opgericht beeld, en zonder efod en terafim. Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren en zoeken den HEERE hun God en David hun koning.”
— Hosea 3:4–5
De „vele dagen” worden gevolgd door „daarna”. Het opnieuw verbergen betekent daarom niet dat Christus Israël heeft afgeschreven of door de Gemeente heeft vervangen.
De boze landlieden van Mattheüs 21 laten in een andere gelijkenis hetzelfde onderscheid zien: de ongelovige leiders verliezen het beheer van Gods wijngaard, maar de wijngaard Israël blijft aan God toebehoren.
De nationale Koninkrijksheerlijkheid blijft tijdelijk verborgen totdat Gods vastgestelde tijd voor herstel aanbreekt.
9. „Van blijdschap over denzelven” — Christus’ vreugde over het herstelde Israël
De vreugde betreft uitdrukkelijk de schat. De profeten spreken over Gods toekomstige vreugde over het verloste Israël:
“De HEERE uw God is in het midden van u, een Held Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.”
— Zefanja 3:17
Over Jeruzalem staat:
“Gelijk de bruidegom vrolijk is over de bruid, alzo zal uw God over u vrolijk zijn.”
— Jesaja 62:5
Israëls huidige vijandschap tegen het Evangelie vernietigt Gods verkiezingsdoel niet:
“Zo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie om uwentwil, maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden om der vaderen wil. Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.”
— Romeinen 11:28–29
De vreugde van de Koper ziet daarom verder dan Israëls huidige ongeloof. Zij ziet op het toekomstige gelovige, verloste en in Koninkrijksheerlijkheid herstelde volk.
10. „Hij verkoopt al wat hij heeft” — Christus geeft Zichzelf
Een zondaar kan Israël, de wereld of het Koninkrijk niet met zijn bezittingen kopen. De alles prijsgevende Man past daarentegen nauwkeurig bij Christus’ vernedering.
Paulus schrijft:
“Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.”
— 2 Korinthe 8:9
En:
“Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; en in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.”
— Filippenzen 2:7–8
Christus verliet de heerlijkheid die Hij bij de Vader had, nam de gestaltenis van een dienstknecht aan, werd arm en gaf Zichzelf tot de dood. Dat is de werkelijkheid achter het verkopen van alles.
11. Waarom koopt Hij de gehele akker?
De Man koopt niet alleen de schat. Hij koopt de gehele akker. Omdat de akker de wereld is, wijst dit op de wereldwijde reikwijdte van Christus’ verzoeningswerk.
Johannes schrijft:
“En Hij is een Verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.”
— 1 Johannes 2:2
Hebreeën zegt:
“Opdat Hij door de genade Gods voor allen den dood smaken zou.”
— Hebreeën 2:9
En Paulus:
“Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen.”
— 1 Timotheüs 2:6
Zelfs over valse leraars schrijft Petrus:
“En den Heere, Die hen gekocht heeft, verloochenende.”
— 2 Petrus 2:1
De volledige uitleg van 2 Petrus 2 laat zien waarom „gekocht” hier de betaalde koopprijs en het recht van de Meester vaststelt, zonder deze valse leraars daardoor automatisch wedergeboren te noemen.
Christus stierf dus niet uitsluitend voor een beperkte groep in de akker. Zijn offer geldt de gehele wereld. Dat betekent niet dat ieder mens automatisch behouden is. De koopprijs is voor allen betaald en het eeuwige leven wordt allen oprecht aangeboden; alleen degene die in Christus gelooft, ontvangt het eeuwige leven daadwerkelijk.
De schat heeft binnen deze wereldwijde aankoop een bijzondere plaats. Kajafas profeteerde:
“Dat Jezus sterven zou voor het volk; en niet alleen voor dat volk, maar opdat Hij ook de kinderen Gods die verstrooid waren, tot één zou vergaderen.”
— Johannes 11:51–52
Het ene offer geldt de wereld en heeft tegelijk een bijzondere nationale betrekking tot Israël.
12. Israël als schat betekent niet dat iedere Israëliet behouden is
Israël als nationale schat betekent niet dat natuurlijke afkomst eeuwig leven geeft. Ieder mens moet persoonlijk geloven. Johannes de Doper waarschuwde dat afstamming van Abraham niemand automatisch rechtvaardig maakt. Ezechiël 20 zegt dat de wederstrevers uit Israël worden uitgezuiverd en het land niet zullen binnengaan.
De schat stelt Israël voor als:
- het door God gekozen nationale voorwerp van verbond en belofte;
- Gods bijzondere eigendom onder de volken;
- het volk waarvan de openbare Koninkrijksvervulling tijdelijk verborgen is;
- het volk dat overeenkomstig Gods onberouwelijke beloften toekomstig hersteld wordt.
Het Israël dat uiteindelijk de nationale Koninkrijkszegen ontvangt, bestaat uit het gelovige overblijfsel. Nationale verkiezing vervangt het persoonlijke geloof niet.
13. De parel is een ander kostbaar voorwerp
Na de schat begint Christus opnieuw met „wederom”. Hij vervolgt hetzelfde Koninkrijksonderwijs, maar verandert het beeld.
Bij de parel:
- zoekt de koopman actief;
- vindt hij één parel van grote waarde;
- wordt geen akker genoemd;
- wordt niets opnieuw verborgen;
- en wordt de parel zelf rechtstreeks gekocht.
Israël bestond reeds als Gods verbondsvolk en lag als schat in de wereldakker. De parel verschijnt als één afzonderlijk gevonden en rechtstreeks gekocht voorwerp. Dat past bij de Gemeente als een nieuwe, tevoren verborgen maar nu geopenbaarde werkelijkheid.
14. De Koopman is Jezus Christus
De koopman zoekt, herkent de waarde en betaalt de volledige prijs. Dat past opnieuw bij Christus:
“Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.”
— Lukas 19:10
De Vader zoekt eveneens ware aanbidders:
“Want de Vader zoekt ook dezulken die Hem alzo aanbidden.”
— Johannes 4:23
De koopman is niet primair een zondaar die door eigen inzicht een voorwerp vindt en met eigen bezit redding koopt. Hij is Christus Die zoekt, de werkelijke waarde kent, alles geeft en Zelf de prijs betaalt.
Christus verklaart niet afzonderlijk wat iedere „schone parel” voorstelt die de koopman zocht. Daarom is het onnodig daaraan onbewezen groepen, volken of bedelingen toe te wijzen. De nadruk ligt op de ene gevonden parel waarvoor hij alles geeft.
15. „Eén parel” — de ene Gemeente
Het woord „één” past bijzonder nauwkeurig bij de Gemeente. Zij bestaat uit gelovige Joden en gelovige heidenen, maar Christus maakt hen niet tot twee lichamen.
Paulus schrijft:
“Opdat Hij die twee in Zichzelven tot één nieuwen mens zou scheppen, vrede makende.”
— Efeze 2:15
En:
“En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis.”
— Efeze 2:16
Verder:
“Eén lichaam is het en één Geest.”
— Efeze 4:4
En:
“Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken.”
— 1 Korinthe 12:13
De ene parel sluit daardoor uitzonderlijk nauw aan bij:
- één nieuw mens;
- één lichaam;
- één Gemeente;
- samengesteld uit gelovigen uit verschillende achtergronden;
- maar als Gemeente onderscheiden van zowel Israël als de volken.
16. De Gemeente is een derde onderscheiden groep
De Gemeente is niet eenvoudig Israël onder een nieuwe naam. Paulus onderscheidt uitdrukkelijk:
“Weest zonder aanstoot te geven, en den Joden, en den Grieken, en der Gemeente Gods.”
— 1 Korinthe 10:32
Daar staan drie groepen:
- de Joden;
- de heidenen of Grieken;
- de Gemeente Gods.
Die driedeling keert binnen de besloten gelijkenissen van Mattheüs 13 terug:
| Mattheüs 13 | Schriftuurlijke groep |
|---|---|
| De verborgen schat in de akker | Israël of de Joden |
| De ene kostbare parel | De Gemeente Gods |
| Het net uit de zee | De volken of heidenen |
De parel staat precies tussen Israël als schat en de volken als visnet. Haar plaats in de reeks bevestigt haar identiteit als die derde, afzonderlijke groep.
17. De Gemeente was een verborgenheid
Paulus zegt over de Gemeente als één lichaam uit Jood en heiden:
“Dat mij door openbaring is bekendgemaakt deze verborgenheid.”
— Efeze 3:3
Hij verklaart de inhoud:
“Dat de heidenen zijn mede-erfgenamen en van hetzelfde lichaam en mededeelgenoten Zijner belofte in Christus door het Evangelie.”
— Efeze 3:6
En:
“Welke verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen.”
— Kolossenzen 1:26
Dat past exact binnen Mattheüs 13, waar Christus aan Zijn discipelen de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen bekendmaakt. Israël was als verbondsvolk reeds geopenbaard; de Gemeente als één nieuw lichaam was een verborgenheid die later door de apostelen volledig werd ontvouwd.
18. De waarde van de parel blijkt uit de liefde en prijs van Christus
De Gemeente is niet kostbaar omdat haar leden van nature zondeloos of voortreffelijk waren. Ook zij waren dood in misdaden en zonden. De waarde van de parel blijkt uit de liefde van de Koper en de prijs die Hij wilde betalen.
Paulus schrijft:
“Gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft en Zichzelven voor haar heeft overgegeven.”
— Efeze 5:25
En:
“Om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.”
— Handelingen 20:28
Christus zag niet een reeds volmaakte groep die Zijn offer verdiende. Hij gaf Zichzelf voor zondaren en maakte alle gelovigen door Zijn Geest tot één lichaam. De grote waarde van de parel openbaart daarom vooral de onmetelijke liefde van Christus.
19. De parel wordt rechtstreeks gekocht
Bij de schat koopt de Man de akker waarin de schat ligt. Bij de parel koopt de Koopman de parel zelf. Dat verschil is uiterst nauwkeurig.
De Schrift zegt rechtstreeks over de Gemeente:
“Welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.”
— Handelingen 20:28
En over haar leden:
“Want gij zijt duur gekocht.”
— 1 Korinthe 6:20
Christus’ verzoeningswerk geldt de gehele wereld. Israël bevindt zich als bijzondere schat binnen die gekochte wereldakker. Maar de Gemeente wordt als het ene lichaam rechtstreeks door Christus’ bloed verworven en aan Hem verbonden.
De parel wordt bovendien niet opnieuw verborgen. De Gemeente was tevoren een verborgenheid, maar is nu geopenbaard en wordt in de wereld als het lichaam van Christus gevormd.
20. Eén kruis, geen verschillende verlossingswegen
De twee gelijkenissen leren geen twee offers en geen verschillende wegen tot eeuwig leven. Christus stierf éénmaal. Datzelfde volbrachte werk heeft verschillende Schriftuurlijke betrekkingen:
| Reikwijdte | Schriftuurlijke bevestiging |
|---|---|
| De gehele wereld | 1 Johannes 2:2; Hebreeën 2:9; 1 Timotheüs 2:6 |
| Israël als volk | Johannes 11:51; Romeinen 11:26–29 |
| De Gemeente | Handelingen 20:28; Efeze 5:25 |
Daarom kan hetzelfde „alles verkopen” in beide gelijkenissen staan:
- één Christus vernedert Zich;
- één Christus geeft Zichzelf;
- één bloedprijs wordt betaald;
- één offer geldt de wereld;
- hetzelfde offer verzekert Gods beloften aan Israël;
- hetzelfde bloed koopt de Gemeente rechtstreeks als één lichaam.
Het ene kruis maakt Israël en de Gemeente niet tot dezelfde groep. Het verzekert juist Gods onderscheiden beloften en voornemens zonder dat Zijn heilsweg ooit verandert: ieder mens wordt uitsluitend door geloof in Christus gerechtvaardigd.
21. Waarom de parel niet opnieuw Israël voorstelt
Israël wordt elders zeker kostbaar en geliefd genoemd. Het enkele begrip „grote waarde” zou daarom op zichzelf geen voldoende bewijs voor de Gemeente zijn.
Maar binnen deze reeks is Israël reeds uiterst nauwkeurig als schat herkenbaar:
- Gods bijzondere eigendom;
- in de wereldakker;
- onder de volken maar van hen onderscheiden;
- tijdelijk verborgen;
- bestemd voor toekomstig nationaal herstel.
Wanneer de parel opnieuw Israël zou voorstellen, blijven haar belangrijkste verschillen onverklaard. De Gemeente verklaart juist:
- waarom het één parel is;
- waarom zij rechtstreeks wordt gekocht;
- waarom zij niet als schat of gewas in de akker ligt;
- waarom zij tussen Israël als schat en de volken als visnet staat;
- waarom de Schrift haar één nieuw lichaam noemt;
- en waarom zij naast Jood en heiden als derde groep wordt onderscheiden.
De parel als Gemeente is daarom niet op één overeenkomst gebouwd. Haar identiteit ontstaat uit de volledige Som van Gods Woord.
22. De volledige vergelijking
| Onderdeel | Verborgen schat | Kostbare parel |
|---|---|---|
| Het kostbare voorwerp | Israël, Gods bijzondere nationale eigendom | De ene Gemeente, het lichaam van Christus |
| De Koper | Jezus Christus | Jezus Christus |
| De omgeving | Verborgen in de wereldakker | Niet in de akker geplaatst |
| Historische toestand | Verstrooid en tijdelijk niet in Koninkrijksheerlijkheid openbaar | Als verborgenheid nu geopenbaard en gevormd |
| Het vinden | Christus komt bij Zijn eerste komst tot Israël | Christus zoekt en vormt één nieuw lichaam |
| Opnieuw verborgen | Nationale Koninkrijksvervulling na de verwerping uitgesteld | Niet opnieuw verborgen |
| Alles verkopen | Christus’ vernedering en zelfovergave | Dezelfde vernedering en hetzelfde kruis |
| Wat wordt gekocht? | De gehele wereldakker | De parel zelf |
| Toekomst | Israël nationaal verlost en hersteld | De Gemeente heerlijk aan Christus voorgesteld |
Deze verklaring bewaart ieder detail. Zij maakt de schat en de parel niet tot twee versies van dezelfde algemene gedachte, maar laat zien waarom Christus de beelden zo precies onderscheidt.
23. De persoonlijke vraag blijft geloof
Israëls nationale verkiezing redt geen ongelovige Israëliet. Lidmaatschap van een zichtbare gemeente redt evenmin een heiden. Eeuwig leven wordt in iedere bedeling uitsluitend ontvangen op grond van Christus’ werk en door persoonlijk geloof.
Jezus zegt:
“Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”
— Johannes 6:47
Paulus schrijft:
“Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:8–9
De Koper heeft alles betaald. De zondaar wordt niet gevraagd dezelfde prijs opnieuw op te brengen. Hij wordt geroepen te geloven in Jezus Christus, Die voor zijn zonden stierf, begraven werd en lichamelijk opstond uit de doden.
Wie in Hem gelooft, ontvangt onmiddellijk en voor eeuwig leven. Daarna mag de gelovige uit dankbaarheid alles aan Christus onderwerpen, maar dat discipelschap is het gevolg van ontvangen leven en nooit de koopprijs ervan.
Conclusie
De verborgen schat is Israël. God noemt Israël Zelf Zijn bijzondere eigendom uit alle volken. Het volk bevindt zich in de wereldakker, werd onder de volken verstrooid, verscheen bij Christus’ eerste komst opnieuw in het middelpunt en werd na de nationale verwerping niet vernietigd maar tijdelijk opnieuw verborgen. Gods vreugde ziet op het toekomstige gelovige en herstelde Israël.
De ene kostbare parel is de Gemeente. Zij is één nieuw mens en één lichaam uit gelovige Joden en heidenen, als verborgenheid geopenbaard en rechtstreeks door Christus’ eigen bloed gekocht. Zij vervangt Israël niet, maar vormt naast Jood en heiden een onderscheiden groep binnen Gods plan.
De Mens en de Koopman zijn Jezus Christus. Hij werd arm, vernederde Zich en gaf Zichzelf tot de dood. Door één offer kocht Hij de wereldakker, verzekerde Hij Gods onberouwelijke beloften aan Israël en verwierf Hij de Gemeente rechtstreeks als Zijn ene lichaam.
De slotsom luidt:
De schat is Israël in de wereldakker; de parel is de ene Gemeente; de Koper is Christus. Eén kruis omvat de gehele wereld, waarborgt Israëls toekomstige herstel en koopt de Gemeente met Christus’ eigen bloed—zonder Israël, de Gemeente en de volken ooit met elkaar te verwarren.
Lees verder
Volledig overzicht:
Mattheüs 13 en de zeven gelijkenissen uitgelegd
Vorige studie:
Het zuurdesem in Mattheüs 13 uitgelegd
Volgende studie: