Jezus Christus is het middelpunt van Openbaring: de Eerste en de Laatste, het geslachte Lam, de Rechter en de Koning der koningen. Hij is niet geschapen, maar de Oorsprong en Heer van de schepping. Het Lam Dat Gods toorn uitvoert, gaf eerst Zijn bloed om zondaren het eeuwige leven om niet te geven.
Wie is Jezus Christus in Openbaring?
Openbaring spreekt uitvoerig over oorlog, hongersnood, demonische machten, Babylon, het beest, het merkteken, Armageddon en Gods laatste oordelen. Wie alleen die onderwerpen onthoudt, heeft echter het middelpunt van het boek gemist.
Het eerste vers noemt onmiddellijk zijn werkelijke onderwerp:
“De openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten.”
— Openbaring 1:1
Jezus Christus geeft de openbaring door, maar wordt er ook Zelf in geopenbaard. Hoofdstuk na hoofdstuk wordt duidelijker Wie Hij is, wat Hij heeft volbracht, welk gezag Hij bezit en hoe Zijn overwinning de geschiedenis tot haar door God bepaalde eindpunt brengt.
Het boek begint met Christus te midden van Zijn Gemeente. Daarna neemt Hij als enige het verzegelde boek uit Gods hand en opent Hij de zegels. Hij bewaart Zijn dienstknechten, verslaat de laatste wereldmacht, keert zichtbaar terug, regeert duizend jaren, oordeelt de doden en brengt Zijn verlosten in de eeuwige schepping. Aan het einde staat de troon van God en het Lam in het Nieuwe Jeruzalem en is het Lam Zelf haar Kaars.
Openbaring is daarom geen verzameling losse eindtijdbeelden. Het is de ontvouwing van Gods raad rondom Zijn Zoon.
De Getrouwe Getuige
Johannes opent zijn groet met een drievoudige bekendmaking:
“En van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden, en de Overste van de koningen der aarde.”
— Openbaring 1:5
Christus is allereerst
de Getrouwe Getuige. Hij heeft op aarde volmaakt bekendgemaakt Wie God is. Johannes schrijft in zijn Evangelie:
“Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.”
— Johannes 1:18
Jezus sprak niet uit Zichzelf alsof Hij een onafhankelijke menselijke leraar was. Hij getuigde wat Hij van de Vader gehoord en gezien had en volbracht het werk dat de Vader Hem gegeven had (Johannes 3:32–34; 5:19–20; 17:4–8). Zelfs tegenover Pilatus verklaarde Hij dat Hij in de wereld gekomen was om der waarheid getuigenis te geven (Johannes 18:37).
Dat maakt Hem volkomen anders dan het beest en de valse profeet. Hun wereldorde rust op godslastering, misleiding en de leugen. Christus draagt daarentegen opnieuw de naam “Getrouw en Waarachtig” wanneer de hemel opengaat en Hij tot de eindstrijd verschijnt (Openbaring 19:11).
Aan het begin én aan het einde is Hij dezelfde. Wat Hij over de Gemeente, de verdrukking, Zijn komst, het Koninkrijk en de eeuwige toestand zegt, is betrouwbaar omdat Hij Zelf de Getrouwe en Waarachtige is.
De Eerstgeborene uit de doden
Christus is vervolgens de Eerstgeborene uit de doden. Dat betekent niet dat Hij de eerste mens was die ooit lichamelijk uit de dood terugkeerde. In het Oude Testament en tijdens Zijn aardse bediening werden mensen opgewekt. Zij keerden echter terug tot een sterfelijk leven en stierven later opnieuw.
Christus stond anders op. Hij zegt:
“Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid.”
— Openbaring 1:18
Hij stond op in een onverderfelijk, onsterfelijk lichaam en sterft niet meer. Paulus noemt Hem daarom “de Eersteling dergenen, die ontslapen zijn” en verklaart dat iedere opstanding ten leven haar plaats onder Hem ontvangt (1 Korinthe 15:20–23). Kolossenzen 1:18 noemt Hem eveneens “de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn”.
“Eerstgeborene” spreekt dus over Zijn voorrang, waardigheid en leidende plaats in de opstandingsorde. Zijn overwinning is niet alleen persoonlijk. Omdat Hij leeft, zullen degenen die Hem toebehoren eveneens leven. Openbaring kan de martelaren en alle andere verlosten een zekere toekomst geven omdat de Eerstgeborene de dood reeds werkelijk heeft overwonnen.
De Overste van de koningen der aarde
Terwijl aardse machthebbers nog tegen God opstaan, noemt Openbaring Jezus reeds de Overste van de koningen der aarde. Zijn heerschappij hoeft niet eerst door menselijke verkiezing, militaire overwinning of erkenning van de volken geldig te worden. De Vader heeft Hem alle macht in hemel en op aarde gegeven (Mattheüs 28:18).
Psalm 2 had dit aangekondigd. De volken woeden en de koningen stellen zich tegen de HEERE en Zijn Gezalfde, maar God heeft Zijn Koning over Sion gezalfd. De Zoon ontvangt de heidenen tot Zijn erfdeel en zal hen met een ijzeren scepter verpletteren (Psalm 2:1–9).
Openbaring brengt die psalm tot vervulling. Het mannelijke Kind zal alle heidenen hoeden met een ijzeren roede (Openbaring 12:5). Het Lam overwint de tien koningen omdat Hij “een Heere der heren is en een Koning der koningen” (Openbaring 17:14). Bij Zijn zichtbare komst draagt Hij diezelfde titel op Zijn kleed en dij (Openbaring 19:16).
De Antichrist bezit zijn macht slechts voor een korte, door God afgemeten tijd. Christus bezit het uiteindelijke en rechtmatige koningschap.
Hij heeft ons liefgehad en in Zijn bloed gewassen
Voordat Openbaring de rechterlijke heerlijkheid van Christus ontvouwt, plaatst het Zijn verlossende liefde voorop:
“Hem, Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters Gode en Zijn Vader; Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid.”
— Openbaring 1:5–6
De Koning heeft Zijn onderdanen niet verlost door hen betere werken te leren verzamelen. Hij heeft hen van hun zonden gewassen in Zijn bloed. Hij droeg Zelf het oordeel dat zij verdienden.
Deze lijn loopt door het hele boek. Het Lam is geslacht en heeft mensen voor God gekocht uit alle geslacht, taal, volk en natie (Openbaring 5:9). De grote schare heeft haar klederen wit gemaakt in het bloed des Lams (Openbaring 7:14). De broeders overwinnen de aanklager door het bloed des Lams (Openbaring 12:11). Alleen degenen die geschreven zijn in het boek des levens des Lams gaan de eeuwige stad binnen (Openbaring 21:27).
Openbaring scheidt het bloed nooit van de troon. Dezelfde Christus Die Zijn leven gaf, maakt de verlosten tot koningen en priesters. Genade brengt hen niet slechts uit het oordeel; zij brengt hen tot dienst en heerschappij met Hem.
De Zoon des mensen te midden van de kandelaars
Johannes hoort achter zich een grote stem als van een bazuin. Wanneer hij zich omkeert, ziet hij zeven gouden kandelaars en in hun midden “Een, den Zoon des mensen gelijk” (Openbaring 1:12–13).
De uitdrukking grijpt terug op Daniël 7. Daniël zag met de wolken des hemels Iemand komen als eens mensen Zoon. Hem werden heerschappij, eer en een eeuwig Koninkrijk gegeven, zodat alle volken, natiën en talen Hem zouden eren (Daniël 7:13–14). Jezus gebruikte juist deze titel voor Zichzelf en verbond haar met Zijn toekomstige komst in heerlijkheid (Mattheüs 24:30; 26:64).
Openbaring toont Hem nu niet meer in de vernedering van Zijn eerste komst, maar in rechterlijke en koninklijke heerlijkheid:
- Zijn lange kleed en gouden gordel tonen waardigheid en heilige dienst.
- Zijn hoofd en haar zijn wit als wol en sneeuw. Dat herinnert aan de Oude van dagen uit Daniël 7:9 en toont hemelse reinheid en eeuwige waardigheid.
- Zijn ogen zijn als een vlam vuurs. Niets in mens, gemeente of wereld blijft voor Zijn onderzoek verborgen.
- Zijn voeten zijn blinkend koper gelijk, als in een oven gloeiend. Zijn wandel en oordeel zijn volkomen rein.
- Zijn stem klinkt als vele wateren. Geen menselijke stem kan haar overstemmen.
- Uit Zijn mond gaat een tweesnijdend scherp zwaard. Hij overwint door het gezag van Zijn gesproken Woord.
- Zijn aangezicht is als de zon die in haar kracht schijnt. Johannes valt voor Hem als dood.
Niet ieder onderdeel hoeft met menselijke fantasie verder te worden ingevuld. De gezamenlijke voorstelling is glashelder: Christus wandelt als de alwetende, heilige en gezaghebbende Heere te midden van de kandelaars.
Openbaring 1:20 verklaart dat de kandelaars de zeven gemeenten zijn. Zij behoren Hem toe. Hij houdt hun sterren in Zijn rechterhand, kent hun werken, beoordeelt hun leer en wandel, prijst trouw, bestraft zonde en tuchtigt degenen die Hij liefheeft. Geen plaatselijke gemeente is haar eigen heer. De verheerlijkte Christus staat in haar midden.
Hij doorzoekt nieren en harten
Aan Thyatire zegt Christus:
“En al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uw werken.”
— Openbaring 2:23
Het Oude Testament schrijft dit onderzoek aan de HEERE toe: “Ik, de HEERE, doorgrond het hart, en proef de nieren” (Jeremia 17:10). In Openbaring spreekt Christus die bevoegdheid over Zichzelf uit.
Daarom kan Zijn beoordeling nooit oppervlakkig of onrechtvaardig zijn. Hij ziet niet alleen de zichtbare daad, maar ook haar bron, liefde, waarheid en motief. Hij weet waar gelovigen trouw zijn en waar het vlees hun wandel beschadigt. Hij kan loon geven, loon laten verloren gaan, tuchtigen en plaatselijk getuigenis wegnemen zonder ooit de eeuwige redding van een uit God geboren gelovige te herroepen.
De brieven aan de zeven gemeenten worden uitvoerig behandeld in Wat betekenen de zeven gemeenten in Openbaring?. Voor het Christusportret is dit de kern: de Zaligmaker is ook de Heere Die Zijn huis volmaakt kent.
De Eerste en de Laatste
Wanneer Johannes als dood aan Zijn voeten valt, legt Christus Zijn rechterhand op hem en zegt:
“Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste; en Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid.”
— Openbaring 1:17–18
De Identiteit van de Spreker kan niet worden verschoven naar een engel of slechts naar de Vader: Hij is dood geweest en leeft. Dit is Jezus Christus.
Toch noemt Hij Zich “de Eerste en de Laatste”. In Jesaja zegt de HEERE:
“Ik ben de Eerste, en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.”
— Jesaja 44:6
En:
“Ik ben Dezelfde; Ik ben de Eerste, ook ben Ik de Laatste.”
— Jesaja 48:12
Openbaring past deze eeuwigheidstitel rechtstreeks toe op de gekruisigde en opgestane Jezus. Hij behoort niet tot de rij geschapen machten die tussen begin en einde verschijnen. Hij staat aan het begin en einde van Gods raad en omvat de geschiedenis met Zijn gezag.
Dat wordt in Openbaring 2:8 herhaald: “Dit zegt de Eerste en de Laatste, Die dood geweest is en weder levend is geworden.” Aan het einde van het boek zegt Christus opnieuw:
“Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde; de Eerste en de Laatste.”
— Openbaring 22:13
De namen uit Jesaja, Openbaring 1 en Openbaring 22 vormen één lijn. Jezus Christus is waarachtig Mens — Hij kon sterven — en tegelijk de eeuwige Zoon, de Eerste en de Laatste.
Hij heeft de sleutels van hel en dood
Christus vervolgt:
“En Ik heb de sleutels der hel en des doods.”
— Openbaring 1:18
De “hel” is hier het dodenrijk. Sleutels spreken over werkelijk gezag om te openen en te sluiten. De dood is daarom geen zelfstandig rijk dat Christus uiteindelijk misschien zal kunnen overwinnen. De Opgestane bezit nu reeds zijn sleutels.
Hij heeft in Zijn aardse bediening doden opgewekt, stond Zelf lichamelijk op, zal de doden in Christus bij de opname uit hun graven roepen en zal uiteindelijk ook de overige doden voor het oordeel doen opstaan (Johannes 5:28–29; 1 Thessalonicenzen 4:16; Openbaring 20:12–13).
Aan het einde worden dood en dodenrijk in de poel des vuurs geworpen. De laatste vijand wordt tenietgedaan en in de eeuwige toestand zal de dood niet meer zijn (1 Korinthe 15:26; Openbaring 20:14; 21:4). De sleutels in Christus’ hand aan het begin waarborgen de volledige overwinning aan het einde.
“Het Begin der schepping Gods” betekent niet: het eerste schepsel
Aan Laodicea stelt Christus Zich voor als:
“De Amen, de trouwe en waarachtige Getuige, het Begin der schepping Gods.”
— Openbaring 3:14
Wanneer deze woorden los van de rest van de Schrift worden gelezen, zou iemand kunnen denken dat Christus het eerste door God gemaakte schepsel is. De som van Gods Woord sluit die uitleg volledig uit.
Johannes schrijft over het Woord:
“Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.”
— Johannes 1:3
Als zonder Hem geen enkel gemaakt ding gemaakt is, kan Hij Zelf niet tot de gemaakte dingen behoren. Paulus zegt hetzelfde nog uitvoeriger:
“Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alle dingen.”
— Kolossenzen 1:16–17
Hebreeën 1 zegt dat God door de Zoon de wereld heeft gemaakt en noemt de Zoon Degene Die alle dingen draagt door het Woord Zijner kracht (Hebreeën 1:2–3). Openbaring zelf noemt Hem de Eerste en de Laatste en laat de gehele schepping God en het Lam aanbidden.
“Het Begin der schepping Gods” betekent daarom niet dat Hij het begin van de rij schepselen is. Hij is het Begin in de veel grotere zin: de Oorsprong, de Heer en het doel van de schepping. Zij is door Hem en tot Hem gemaakt. De schepping vindt haar begin, samenhang en bestemming in Hem.
De Leeuw uit Juda en de Wortel van David
In Openbaring 5 ligt een van binnen en buiten beschreven boek in Gods rechterhand, verzegeld met zeven zegels. Niemand in hemel, op aarde of onder de aarde is waardig het te openen. Johannes weent zeer, totdat een ouderling zegt:
“Ween niet; zie, de Leeuw, Die uit den stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken.”
— Openbaring 5:5
De Leeuw uit Juda verbindt Christus met Genesis 49:8–10. Juda wordt als leeuw voorgesteld en de scepter zal van hem niet wijken totdat Silo komt; Hem zullen de volken gehoorzaam zijn.
“De Wortel Davids” gaat nog verder dan te zeggen dat Jezus slechts een latere afstammeling van David is. Jesaja 11 spreekt over een Rijsje uit de afgehouwen tronk van Isaï en tegelijk over de Wortel van Isaï tot Wie de heidenen zullen vragen. Als waarachtig Mens komt Christus uit Davids geslacht. Als eeuwige Zoon is Hij Davids Oorsprong en Heere.
Jezus stelde de Farizeeën precies voor die vraag. Als de Christus Davids Zoon is, hoe kan David Hem dan in de Geest “mijn Heere” noemen (Mattheüs 22:41–46)? Openbaring geeft het antwoord in één Persoon: Hij is zowel de Wortel als het Geslacht van David (Openbaring 22:16).
Johannes verwacht de Leeuw en ziet een geslacht Lam
Na de aankondiging van de Leeuw kijkt Johannes op:
“En ik zag, en ziet, in het midden van den troon, en van de vier dieren, en in het midden van de ouderlingen, een Lam, staande als geslacht.”
— Openbaring 5:6
De Leeuw en het Lam zijn geen twee personen. Christus overwint juist als het Lam Dat Zich heeft laten slachten. Het kruis was geen nederlaag die later door brute macht hersteld moest worden. Door Zijn dood heeft Hij de schuld betaald; door Zijn opstanding heeft Hij dood en graf overwonnen; daardoor is Hij waardig Gods eindraadsboek te nemen.
Het Lam staat. Hij is geslacht geweest, maar niet meer dood. Zijn zeven hoornen tonen Zijn volmaakte macht. Zijn zeven ogen, “dewelke zijn de zeven Geesten Gods, die uitgezonden zijn in alle landen”, tonen de volmaakte volheid en alomvattende werking van Gods Geest. Niets ontbreekt aan Zijn macht, kennis of uitvoering.
De ouderlingen zingen waarom Hij waardig is:
“Gij zijt waardig dat boek te nemen, en zijn zegelen te openen; want Gij zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie.”
— Openbaring 5:9
Zijn waardigheid wordt dus niet losgemaakt van Golgotha. De hand die de zegels opent, is de hand van het Lam Dat Zijn bloed gaf.
Het Lam ontvangt de aanbidding van de gehele schepping
Rond de troon roepen ontelbare engelen:
“Het Lam, Dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging.”
— Openbaring 5:12
Daarna hoort Johannes ieder schepsel in hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee zegen, eer, heerlijkheid en kracht toebrengen “Hem, Die op den troon zit, en het Lam” (Openbaring 5:13).
Openbaring bewaakt elders scherp dat alleen God aanbeden mag worden. Wanneer Johannes voor een engel wil neervallen, weigert die engel onmiddellijk: “Zie, dat gij het niet doet … aanbid God” (Openbaring 19:10; 22:9). Het Lam weigert de aanbidding niet. Hij ontvangt samen met Hem Die op de troon zit de eer van de gehele schepping.
Dat past alleen bij alles wat de rest van de Schrift over de Zoon zegt. Alle engelen Gods moeten Hem aanbidden; tot de Zoon wordt gezegd: “Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid” (Hebreeën 1:6,8).
De toorn van het Lam
Bij het zesde zegel roepen koningen, rijken, oversten en slaven tot de bergen en steenrotsen:
“Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams. Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?”
— Openbaring 6:16–17
“Toorn des Lams” klinkt voor menselijke oren misschien tegenstrijdig. Een lam roept zachtheid en offer op. Juist daarin ligt de ernst. De wereld verwerpt niet een wrede tiran, maar Degene Die Zichzelf tot redding heeft gegeven. Wie het bloed van het Lam verwerpt, ontmoet uiteindelijk de rechtvaardige toorn van hetzelfde Lam.
Zijn oordeel is niet het tegenovergestelde van Zijn liefde. Omdat Hij volmaakt goed is, kan Hij het kwaad niet eeuwig laten voortbestaan. Omdat Hij de verdrukten liefheeft, wreekt Hij hun bloed. Omdat Hij de rechtmatige Koning is, beëindigt Hij de regering van leugen, moord en godslastering.
Dat Gods oordeel niet tegenover Zijn liefde staat, wordt verder uitgewerkt in God is liefde: bewezen in Jezus Christus en God is rechtvaardig: zonde moet geoordeeld worden.
De zegels zijn daarom niet gebeurtenissen die buiten Christus om over de wereld komen. Het Lam opent ze één voor één. De volledige samenhang wordt behandeld in De zeven zegels: het oordeelspanorama van Daniëls zeventigste week.
Het Lam is ook de Herder
Dezelfde Openbaring die over de toorn des Lams spreekt, toont Hem als de Herder van Zijn verlosten. Over de grote schare staat:
“Want het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden, en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.”
— Openbaring 7:17
Het Lam weidt als een Herder. Dat beeld sluit aan bij Psalm 23, waar de HEERE de Herder is, en bij Johannes 10, waar Jezus zegt: “Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen” (Johannes 10:11).
Zijn herderschap rust dus op Zijn offer. Hij kent de Zijnen, gaf Zijn leven voor hen, leidt hen door de dood heen tot levende wateren en verliest niemand die de Vader Hem gegeven heeft.
Het Kind van Israël en de Heerser over de volken
Openbaring 12 toont een vrouw die een mannelijk Kind baart:
“Hetwelk al de heidenen zou hoeden met een ijzeren roede; en haar Kind werd weggerukt tot God en Zijn troon.”
— Openbaring 12:5
De vrouw is Israël. Uit Israël kwam Christus naar het vlees (Romeinen 9:4–5). Het Kind is Jezus: de door Psalm 2 beloofde Heerser, geboren uit Israël, door de draak bestreden, maar tot God en Zijn troon opgenomen.
In één samengedrongen profetisch beeld verbindt het vers Zijn geboorte, de vijandschap van Satan, Zijn verhoging en Zijn toekomstige regering. Satan kon Gods Messias niet vernietigen. Wanneer hij later de vrouw en haar overige zaad vervolgt, blijft zijn woede die van een reeds verslagen tegenstander.
De uitleg van de vrouw en haar 1260 dagen bescherming staat in Wie is de vrouw in Openbaring 12?.
Het ware Lam tegenover het beest met lamshoornen
Openbaring 13 toont een tweede beest met twee hoornen “des Lams hoornen gelijk”, maar het spreekt als de draak (Openbaring 13:11). Het lijkt uiterlijk op het Lam, maar zijn stem verraadt zijn bron.
Dat is de kern van de laatste religieuze misleiding. De valse profeet komt niet alleen met openlijke demonische lelijkheid. Hij bootst gezag en godsdienstige geloofwaardigheid na, terwijl hij de wereld naar de aanbidding van het eerste beest leidt.
De tegenstelling is volkomen:
- het ware Lam werd geslacht en koopt mensen voor God;
- het tweede beest laat mensen doden die het beeld niet aanbidden;
- het Lam schrijft de namen van de Zijnen in Zijn boek des levens;
- de valse profeet dwingt de naam of het getal van het beest op hand of voorhoofd;
- het Lam geeft het water des levens om niet;
- het beestsysteem beheerst kopen en verkopen;
- het Lam spreekt waarheid;
- het tweede beest spreekt als de draak.
Daarom is uiterlijke godsdienstige gelijkenis nooit voldoende. De beslissende vraag is welke Christus wordt verkondigd, welke stem spreekt en tot welke aanbidding zij leidt.
Het Lam op Sion
Na de verschrikking van Openbaring 13 ziet Johannes in Openbaring 14 onmiddellijk het antwoord:
“En ik zag, en ziet, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vier en veertig duizend.”
— Openbaring 14:1
Het beest kan oorlog voeren, heiligen doden en wereldwijd aanbidding opeisen. Toch eindigt hoofdstuk 13 niet werkelijk met zijn overwinning. Het volgende gezicht toont het Lam staande op de plaats van koninklijke belofte.
De 144.000 dragen niet de naam van het beest, maar de Naam van de Vader op hun voorhoofden. Zij volgen het Lam waar Het ook heengaat. Hun verzegeling, dienst en uiteindelijke verschijning bij Hem laten zien dat Christus Zijn dienstknechten door de zwaarste periode heen tot hun bestemming brengt.
De Mensenzoon en de oogst van de aarde
Later in hetzelfde hoofdstuk ziet Johannes een witte wolk en daarop Iemand gezeten “des mensen Zoon gelijk”, met een gouden kroon en een scherpe sikkel (Openbaring 14:14). Het profiel sluit aan bij Daniël 7 en Openbaring 1: de gekroonde Mensenzoon treedt op wanneer de oogst der aarde rijp is.
Openbaring 14 plaatst zo drie grote werkelijkheden naast elkaar:
- het Lam bewaart de Zijnen;
- het eeuwige Evangelie wordt wereldwijd verkondigd;
- de Mensenzoon voltrekt uiteindelijk de oogst en het oordeel.
De Rechter is geen onbekende macht. Hij is dezelfde Jezus Die Zichzelf de Zoon des mensen noemde en Zijn leven gaf als rantsoen voor velen (Mattheüs 20:28).
Het Lam overwint de laatste wereldmacht
Openbaring 17 geeft de uitkomst van de oorlog van het beest en de tien koningen in één zin:
“Dezen zullen tegen het Lam krijgen, en het Lam zal hen overwinnen (want Het is een Heere der heren, en een Koning der koningen).”
— Openbaring 17:14
Menselijk gezien staat één Lam tegenover de geconcentreerde macht van de wereld. Geestelijk gezien staat de Schepper en rechtmatige Koning tegenover afhankelijke schepselen die slechts een uur macht ontvangen. De uitkomst kan niet onzeker zijn.
Bij het Lam zijn “de geroepenen, en uitverkorenen en gelovigen”. Zijn overwinning wordt ook de zichtbare overwinning van degenen die bij Hem behoren. De Gemeente wordt niet aan de kant van een verslagen Koning gevonden, maar verschijnt met Hem in heerlijkheid.
De Bruidegom en Zijn vrouw
Openbaring 19 kondigt aan:
“Laat ons blijde zijn, en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid.”
— Openbaring 19:7
Het Lam is niet alleen Herder, Verlosser en Koning, maar ook Bruidegom. De Gemeente is door Zijn bloed gekocht, door Zijn Woord geheiligd en tot een eeuwige verbinding met Hem bestemd (Efeze 5:25–32).
Zijn vrouw maakt zichzelf niet door eigen werken tot bruid en verdient haar redding niet. Christus heeft haar liefgehad en Zichzelf voor haar overgegeven. Wel worden de werken van de reeds geredde Gemeente voor Zijn rechterstoel onderzocht en worden haar de rechtvaardigmakingen der heiligen als fijn en blinkend lijnwaad gegeven.
De bruiloft volgt na het oordeel over Babylon en vóór Christus’ zichtbare verschijning. Het aangekondigde bruiloftsmaal ontvouwt zich vervolgens in Zijn aardse Koninkrijksorde. De samenhang staat in De bruiloft des Lams en het bruiloftsmaal.
Getrouw en Waarachtig, het Woord Gods
Daarna gaat de hemel open:
“En ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.”
— Openbaring 19:11
Bij Zijn eerste komst reed Jezus zachtmoedig op een ezel Jeruzalem binnen. Bij Zijn wederkomst verschijnt Hij op een wit paard om rechtvaardig te oordelen en oorlog te voeren. Zijn ogen zijn als een vlam vuurs; op Zijn hoofd zijn vele koninklijke hoeden; Zijn kleed is met bloed geverfd en de hemelse heirscharen volgen Hem.
Zijn Naam is:
“Het Woord Gods.”
— Openbaring 19:13
Dat verbindt het einde van de Bijbel met het begin van Johannes’ Evangelie: “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God” (Johannes 1:1). Het Woord door Wie alle dingen gemaakt zijn, werd vlees. Hetzelfde vleesgeworden Woord verschijnt nu in heerlijkheid.
Uit Zijn mond gaat een scherp zwaard. Hij heeft geen menselijke wapentechniek nodig om Zijn Koninkrijk te vestigen. Het beest en de legers kunnen zich verzamelen, maar één woord van de Koning beëindigt hun opstand.
Koning der koningen en Heere der heren
Op Zijn kleed en dij staat:
“KONING DER KONINGEN, EN HEERE DER HEREN.”
— Openbaring 19:16
Dit is niet slechts een eretitel voor een bijzonder machtige koning. Alle andere koningen ontvangen hun bestaan en tijdelijke bevoegdheid onder Hem. Hij neemt het beest en de valse profeet weg, vernietigt de verzamelde legers, bevrijdt het gelovige Israël en vestigt Zijn regering over de aarde.
Openbaring 11 had dit moment reeds bezongen:
“De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.”
— Openbaring 11:15
Zijn duizendjarige Koninkrijk is daarom niet de volledige duur van Zijn koningschap, maar de eerste zichtbare wereldwijde fase nadat Hij wederkomt. Na de duizend jaren, de laatste opstand en de grote witte troon blijft de troon van God en het Lam eeuwig staan.
Christus is de Rechter van levenden en doden
Openbaring toont meerdere oordeelsscènes: de beoordeling van de Gemeente, de toorn over de aarde, het oordeel over Babylon, de vernietiging van het beest en zijn legers, de scheiding van de levende volken en uiteindelijk de grote witte troon.
De rest van de Schrift maakt bekend Wie als Mens het oordeel voltrekt. Jezus zegt:
“Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft al het oordeel den Zoon gegeven.”
— Johannes 5:22
En:
“En heeft Hem macht gegeven, ook gericht te houden, omdat Hij des mensen Zoon is.”
— Johannes 5:27
Paulus zegt dat Christus Jezus de levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn Koninkrijk (2 Timotheüs 4:1). God heeft een dag gesteld waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen “door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft”, waarvan Hij aan allen zekerheid gaf door Hem uit de doden op te wekken (Handelingen 17:31).
De Rechter is dus werkelijk Mens en volmaakt bevoegd om mensen te oordelen. Tegelijk doorzoekt Hij alle harten, bezit Hij goddelijk gezag en doet Hij volkomen recht. Niemand wordt verkeerd begrepen; geen verborgen daad of motief wordt gemist.
Het Lam is de Tempel en het Licht van de eeuwige stad
In het Nieuwe Jeruzalem ziet Johannes geen afzonderlijke tempel:
“Want de Heere, de almachtige God, is haar Tempel, en het Lam.”
— Openbaring 21:22
De hele stad is Gods heilige woonplaats. De afstand die sinds de zonde door voorhangsel en offers werd gemarkeerd, bestaat niet meer. Het Lam heeft door Zijn offer de toegang tot God geopend en is eeuwig het middelpunt van die gemeenschap.
Ook haar licht komt rechtstreeks van God:
“Want de heerlijkheid Gods heeft haar verlicht, en het Lam is haar Kaars.”
— Openbaring 21:23
De volken wandelen in haar licht. Zij hebben toegang omdat zij in het boek des levens des Lams staan. Uit de troon van God en het Lam stroomt de rivier van het water des levens. Zijn dienstknechten zien Zijn aangezicht, dragen Zijn Naam en regeren in alle eeuwigheid (Openbaring 22:1–5).
Het Lam blijft dus eeuwig Lam. Zijn offer wordt nooit herhaald, want het is volbracht. Maar de Persoon en het werk van de Gekruisigde worden nooit vergeten. De eeuwige heerlijkheid wist Golgotha niet uit; zij toont voor altijd wat Zijn bloed heeft verworven.
De troon van God en het Lam
Openbaring 22 spreekt over “de troon Gods en des Lams” en vervolgt in het enkelvoud: “Zijn dienstknechten zullen Hem dienen; en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn” (Openbaring 22:3–4).
Wij hoeven de onderscheidenheid van de Vader en de Zoon niet uit te wissen om de eenheid te bewaren. De Vader is niet het Lam en het Lam is niet de Vader. Toch is er niet een concurrerende troon voor een lager schepsel naast Gods troon. God en het Lam delen de ene eeuwige regering, heerlijkheid, dienst en aanbidding.
Dat sluit aan bij Jezus’ woorden: “Ik en de Vader zijn één” (Johannes 10:30), en bij Paulus’ beschrijving van de uiteindelijke orde, wanneer iedere vijand onderworpen is en God alles in allen zal zijn (1 Korinthe 15:24–28).
De Wortel, het Geslacht van David en de blinkende Morgenster
Vlak voor de laatste uitnodiging van de Bijbel zegt Christus:
“Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de Gemeenten. Ik ben de Wortel en het Geslacht Davids, de blinkende Morgenster.”
— Openbaring 22:16
“Ik, Jezus” maakt de Spreker persoonlijk en onmiskenbaar. Hij is de Wortel van David: Davids oorsprong en Heere. Hij is het Geslacht van David: de waarachtige Mens Die uit Davids lijn geboren werd en recht heeft op de beloofde troon.
Hij is ook de blinkende Morgenster. De morgenster kondigt aan dat de nacht ten einde loopt en de dag nadert. Voor de Gemeente is Christus Zelf haar hemelse verwachting. Zij wacht niet allereerst op een gebeurtenis, wereldleider of rekensom, maar op Hem.
Dat past bij Zijn belofte aan de overwinnaar: “En Ik zal hem de morgenster geven” (Openbaring 2:28). De hoogste gave is niet los van Christus verkrijgbaar. Hij geeft uiteindelijk Zichzelf.
De Persoon Die Openbaring bijeenhoudt
Wanneer alle titels en handelingen worden samengebracht, verschijnt één volkomen samenhangend Christusportret:
- Hij is waarachtig God: de Eerste en de Laatste, Schepper, Voorwerp van aanbidding, Doorzoeker van harten en eeuwige Regeerder.
- Hij is waarachtig Mens: het Geslacht van David, de Zoon des mensen, Degene Die dood geweest is en lichamelijk opstond.
- Hij is het offer: het Lam Dat geslacht is en door Zijn bloed verlost.
- Hij is de Opgestane: de Eerstgeborene uit de doden, levend in alle eeuwigheid.
- Hij is de Heere van de Gemeente: wandelend tussen de kandelaars, tuchtigend, vertroostend en belonend.
- Hij is de Uitvoerder van Gods eindraadsplan: waardig om het boek te nemen en de zegels te openen.
- Hij is de Herder: leidend tot levende fonteinen.
- Hij is de Bruidegom: eeuwig verbonden met Zijn vrouw.
- Hij is de Koning: de Heerser over de volken, Koning der koningen en Heere der heren.
- Hij is de Rechter: volkomen rechtvaardig over levenden en doden.
- Hij is het eeuwige Middelpunt: Tempel, Kaars en mede-Bezitter van de troon in het Nieuwe Jeruzalem.
Het beest vormt daarom nooit de werkelijke hoofdpersoon van de profetie. Zijn opkomst wordt slechts beschreven binnen het boek dat het Lam opent. Zijn 42 maanden zijn afgemeten. Zijn aanbidding is namaak. Zijn stad wordt geoordeeld. Zijn legers worden door Christus verslagen. Zijn einde staat vast voordat zijn macht begint.
Openbaring vergroot niet de vijand, maar onthult de absolute genoegzaamheid en overwinning van Jezus Christus.
Dezelfde Rechter biedt nu redding aan
De indrukwekkendste waarheid van Openbaring is misschien wel deze: de Rechter voor Wie de aarde en hemel uiteindelijk wegvlieden, is dezelfde Zaligmaker Die eerst voor zondaren gestorven is.
Jezus Christus stierf voor onze zonden naar de Schriften. Hij werd begraven en stond op de derde dag lichamelijk op (1 Korinthe 15:3–4). Zijn bloed is de volledige betaling. Geen kerkelijkheid, doop, profetische kennis, goede werken of menselijke volharding kan daaraan iets toevoegen.
De Bijbel zegt:
“Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.”
— Johannes 3:36
De scheiding is niet tussen mensen die genoeg over Openbaring begrijpen en mensen die een tijdlijn verkeerd tekenen. Zij loopt tussen degene die de Zoon heeft en degene die Hem niet heeft.
Wie in Jezus Christus gelooft, ontvangt nu eeuwig leven, komt niet in de verdoemenis en is uit de dood overgegaan in het leven (Johannes 5:24). Hij wordt niet door het bloed van zijn eigen inzet gewassen, maar door het bloed des Lams.
Daarom eindigt de ware bestudering van Openbaring niet bij angst voor de toekomst. Zij eindigt bij aanbidding, zekerheid en verwachting:
“Hem, Die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed … Hem, zeg ik, zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.”
Verder lezen in de serie Openbaring en de eindtijd
Vorige artikel:
Waarom zouden wij Openbaring onderzoeken?
Volgende artikel:
Wat betekenen de zeven gemeenten in Openbaring?
Serieoverzicht: