Zegels, bazuinen en fiolen

Panorama, tijdsruggengraat en voleindigende oordelen in één raamwerk.

Zegels, bazuinen en fiolen

Panorama, tijdsruggengraat en voleindigende oordelen in één raamwerk.

De zegels, bazuinen en fiolen zijn geen 21 losse oordelen zonder overlap. De zegels openen het panorama van Daniëls week; de bazuinen vormen de voortgaande tijdsruggengraat. Binnen bazuin 7 brengen de zeven laatste fiolen Gods toorn tot haar voleinding.

Hoe verhouden de zeven zegels, bazuinen en fiolen zich?

Wie Openbaring voor het eerst leest, kan gemakkelijk deze eenvoudige voorstelling krijgen:


  1. eerst gebeuren zeven zegels;
  2. daarna zeven bazuinen;
  3. daarna zeven fiolen.


Dan zouden het in totaal 21 oordelen zijn die allemaal netjes achter elkaar plaatsvinden.


Maar zodra de verschillende hoofdstukken met elkaar en met de rest van de Schrift worden vergeleken, blijkt dat deze rechte tijdlijn niet vol te houden is. Het zesde zegel reikt al tot de grote eindfase. Na de zevende bazuin grijpt Openbaring 12 terug naar de geboorte en hemelvaart van Christus. De 1260 dagen van de twee getuigen worden pas in Openbaring 11 als één geheel verteld, hoewel hun bediening naast eerdere bazuinen loopt. En de zeven fiolen worden voorgesteld als de plagen waarin Gods toorn wordt voleindigd, nadat bij bazuin 7 al is uitgeroepen dat Gods toorn is gekomen.


Openbaring geeft dus geen simpele rij van 21 losstaande gebeurtenissen. Het boek heeft een gelaagde architectuur:


  • de zegels openen het boek en tonen het grote profetische panorama;
  • de bazuinen vormen de duidelijkste voortgaande ruggengraat van het oordeelprogramma;
  • de zevende bazuin opent de grote afsluitende fase;
  • de fiolen zijn de zeven laatste, voleindigende plagen binnen die eindfase.


Wanneer dit onderscheid eenmaal helder is, valt een groot deel van Openbaring op zijn plaats.



De eerste sleutel: vertelvolgorde is niet altijd gebeurtenisvolgorde


Openbaring vertelt niet alles in één ononderbroken kalenderlijn.


Dat bewijst Openbaring 12 rechtstreeks. Openbaring 11 eindigt met de zevende bazuin. Daarna ziet Johannes een vrouw, een draak en een mannelijk Kind. Dat Kind zal de heidenen hoeden met een ijzeren roede en wordt weggerukt tot God en Zijn troon (Openbaring 12:5). Dit ziet op Jezus Christus. Zijn geboorte en hemelvaart vonden uiteraard niet pas ná de zevende bazuin plaats.


Het visioen gaat dus terug in de tijd om de eeuwenoude strijd tussen Satan, Christus en Israël te tonen. Vervolgens komt het opnieuw bij de eindtijdse omslag: Satan wordt naar de aarde geworpen, de vrouw vlucht en wordt 1260 dagen door God onderhouden.


Daarmee geeft Openbaring zelf de leesregel:


Waar Johannes iets vertelt, is niet automatisch hetzelfde als wanneer het gebeurt.


Het boek bevat terugblikken, vooruitblikken, samenvattingen en parallelle gezichtspunten. Daarom moeten de hoofdstuknummers niet als kalenderdata worden behandeld. De chronologie moet uit de tijdsaanduidingen, de genummerde reeksen en de inhoudelijke verbindingen worden opgebouwd.



Het boek met zeven zegels


De structuur begint in Openbaring 5. Johannes ziet in Gods rechterhand:

„een boek, beschreven van binnen en van buiten, verzegeld met zeven zegelen.”
— Openbaring 5:1

De grote vraag is wie waardig is om het boek te openen en de zegels ervan te verbreken. Alleen het Lam is waardig. Jezus Christus heeft overwonnen en neemt het boek uit Gods hand.


De zegels staan dus niet los van het boek. Zij sluiten het af. Pas wanneer alle zeven zegels verbroken zijn, is het boek volledig geopend.


Dat helpt verklaren waarom de zegels anders functioneren dan de bazuinen. De zegels geven eerst grote openingsvisioenen van wat het komende oordeelstraject inhoudt. Daarna, bij het zevende zegel, verschijnen de zeven bazuinen en begint de meer uitgewerkte uitvoering.



Zegels 1 tot en met 4: werkelijke oordeelsprocessen


Bij de eerste vier zegels verschijnen vier paarden.


  • Het witte paard brengt overwinning en verovering.
  • Het rode paard neemt de vrede van de aarde weg en brengt oorlog.
  • Het zwarte paard brengt schaarste en honger.
  • Het vale paard draagt de naam Dood; het zwaard, de honger, de dood en de wilde dieren volgen.


Deze gebeurtenissen zijn niet onwerkelijk omdat de zegels panoramisch functioneren. De vierde ruiter gebruikt vrijwel dezelfde viervoudige oordeelstaal als Ezechiël 14:21: zwaard, honger, boos gedierte en pestilentie. Ook Zacharia 1 en 6 gebruiken gekleurde paarden in een hemelse oordeelssfeer.


„Panorama” betekent daarom niet dat oorlog, honger en dood slechts lege symbolen zijn. Het betekent dat Openbaring 6 deze werkelijke oordeelsprocessen in grote profetische scènes toont, zonder te zeggen dat zij zes volledig afgehandelde tijdvakken vóór bazuin 1 vormen.


De identiteit van de eerste witte ruiter hoeft niet eerst te worden vastgesteld om deze hoofdstructuur te bewijzen. Openbaring 6:2 noemt zijn naam niet rechtstreeks, maar wel zijn functie: hem wordt een kroon gegeven en hij trekt uit overwinnende. Wanneer deze ruiter vervolgens Schrift met Schrift wordt vergeleken met de overwinnende beestmacht van Openbaring 11 en 13, de kleine hoorn van Daniël 7 en de volgorde van Mattheüs 24, ligt zijn identiteit cumulatief stevig vast. Hij stelt de overwinnende macht van het eerste beest voor, persoonlijk belichaamd in de Antichrist; hij is niet Christus en niet het Evangelie.



Zegel 5 kijkt nadrukkelijk vooruit


Bij het vijfde zegel ziet Johannes geen nieuwe plaag op aarde, maar gedode getuigen onder het altaar. Zij roepen:

„Hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser! oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet van degenen, die op de aarde wonen?”
— Openbaring 6:10

Hun wordt gezegd dat zij nog een kleine tijd moeten rusten, totdat ook hun mededienstknechten en broeders gedood zullen zijn (Openbaring 6:11).


Dit zegel kan dus niet als een volledig afgesloten kort moment worden gelezen. De martelaren wachten nog op verdere martelaren en op de vergelding van hun bloed. Openbaring 20:4 gebruikt dezelfde taal over mensen die om het Woord Gods en de getuigenis van Jezus zijn gedood en het beest, zijn beeld en zijn merkteken hebben geweigerd.


Zegel 5 kijkt daarmee door naar het latere beestcomplex. De martelaarschaplijn loopt nog verder.


Ook de plaats onder het altaar is belangrijk. Wanneer het zevende zegel is geopend, verschijnen opnieuw het altaar en de gebeden van de heiligen. Vervolgens wordt vuur van het altaar op de aarde geworpen en maken de bazuinengelen zich gereed. De bazuinen vormen daardoor een sterk antwoord op de roep om vergelding die bij zegel 5 klinkt.



Zegel 6 reikt tot de grote eindfase


Het zesde zegel is de beslissende toets voor de chronologie. Johannes ziet:


  • een grote aardbeving;
  • een zwart geworden zon;
  • een maan als bloed;
  • vallende sterren;
  • een hemel die wegwijkt als een opgerold boek;
  • bergen en eilanden die uit hun plaats worden bewogen.


De koningen, groten, rijken, oversten, machtigen, dienstknechten en vrijen verbergen zich in spelonken en rotsen. Zij zeggen:

„Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op den troon zit, en van den toorn des Lams. Want de grote dag Zijns toorns is gekomen, en wie kan bestaan?”
— Openbaring 6:16-17

Deze taal plaatst zegel 6 niet vroeg vóór de bazuinen, maar bij het grote eind- en wederkomstcomplex.


Christus zegt in Mattheüs 24:29-30 dat terstond na de verdrukking de zon wordt verduisterd, de maan haar schijnsel niet geeft en de sterren van de hemel vallen. Daarna verschijnt het teken van de Zoon des mensen en zien de volken Hem komen.


Jesaja 2 beschrijft mensen die zich in rotsen en spelonken verbergen voor de schrik des HEEREN wanneer Hij opstaat om de aarde te verschrikken. Jesaja 34:4 spreekt over de hemel die wordt toegerold als een boek. Joël 2:31 noemt de zon die in duisternis en de maan die in bloed verandert vóór de grote en vreselijke dag des HEEREN. Maleachi 3:2 vraagt bij de komst van de Heere: „wie zal bestaan, als Hij verschijnt?”


Zelfs de groepen mensen uit Openbaring 6 keren in Openbaring 19 terug: koningen, oversten, sterken, vrijen, dienstknechten, kleinen en groten worden bij Christus’ zichtbare komst met Zijn oordeel geconfronteerd.


De som is krachtig: zegel 6 schiet vooruit naar de climactische dag van het Lam. Het laat het eindpunt al zien voordat de bazuinen de weg naar dat eindpunt uitvoeriger ontvouwen.



Openbaring 7 bevestigt de niet-lineaire opbouw


Na zegel 6 volgt Openbaring 7. Vier engelen houden de winden tegen en krijgen bevel:

„Beschadigt de aarde niet, noch de zee, noch de bomen, totdat wij de dienstknechten onzes Gods zullen verzegeld hebben aan hun voorhoofden.”
— Openbaring 7:3

Daarna worden 144.000 uit de stammen van Israël verzegeld.


Deze verzegeling moet vóór de bazuinschade plaatsvinden. Bazuin 1 treft aarde, bomen en gras. Bazuin 2 treft de zee. En bij bazuin 5 blijkt hetzelfde zegel nog werkelijk bescherming te geven: de machten uit de afgrond mogen alleen de mensen beschadigen die het zegel Gods niet aan hun voorhoofden hebben (Openbaring 9:4).


Openbaring 7 staat dus niet na zegel 6 omdat de verzegeling pas na de kosmische eindfase gebeurt. Het hoofdstuk geeft thematisch antwoord op de slotvraag van zegel 6: „Wie kan bestaan?” God kent Zijn dienstknechten, verzegelt hen en toont vervolgens een ontelbare verloste schare voor Zijn troon.


Ook dit bevestigt dat visioenvolgorde en aardse tijdsvolgorde niet hetzelfde hoeven te zijn.



Het zevende zegel vormt de overgang naar de bazuinen


Dan wordt het zevende zegel geopend:

„En toen Het het zevende zegel geopend had, werd er een stilzwijgen in den hemel, omtrent van een half uur.”
— Openbaring 8:1

Het zevende zegel heeft opvallend genoeg geen afzonderlijke aardse plaag zoals de eerdere zegels. Er is stilte in de hemel. In het Oude Testament past stilte voor Gods aangezicht bij Zijn naderende optreden en oordeel (Habakuk 2:20; Zefanja 1:7; Zacharia 2:13).


Daarna ziet Johannes de zeven engelen die voor God staan, en hun worden zeven bazuinen gegeven. Reukwerk stijgt met de gebeden van de heiligen op voor God. Vervolgens neemt de engel vuur van het altaar en werpt het op de aarde. Er volgen stemmen, donderslagen, bliksemen en een aardbeving. Dan bereiden de zeven engelen zich om te bazuinen (Openbaring 8:2-6).


De volgorde is helder:


  1. het zevende zegel wordt geopend;
  2. de zeven bazuinengelen verschijnen;
  3. de gebeden komen voor God;
  4. altaarvuur wordt op de aarde geworpen;
  5. de engelen maken zich gereed;
  6. bazuin 1 klinkt.


Daarom moeten we precies formuleren. Openbaring zegt niet letterlijk: „de zeven bazuinen zijn het zevende zegel.” Wel staat zeer sterk dat het zevende zegel het bazuinprogramma introduceert en de overgang vormt naar de uitvoerende oordelen.



De bazuinen vormen de tijdsruggengraat


De bazuinen hebben een duidelijker opeenvolgende structuur dan de panoramische zegels. Zij zijn genummerd, de eerste vier vormen één herkenbaar cluster en de laatste drie worden door God Zelf als drie weeën aangeduid.



Bazuinen 1 tot en met 4: één samenhangend cluster


De eerste vier bazuinen volgen compact op elkaar:


  • Bazuin 1: aarde, bomen en groen gras worden getroffen door hagel en vuur, gemengd met bloed.
  • Bazuin 2: de zee wordt getroffen; een derde deel wordt bloed, zeedieren sterven en schepen vergaan.
  • Bazuin 3: rivieren en waterfonteinen worden getroffen; het water wordt bitter.
  • Bazuin 4: zon, maan en sterren worden gedeeltelijk geslagen, zodat een derde deel van dag en nacht wordt verduisterd.


Steeds keert de beperking tot een derde deel terug. God oordeelt werkelijk, maar het oordeel wordt nog onder maat en grens uitgevoerd.


Na bazuin 4 klinkt:

„Wee, wee, wee dengenen, die op de aarde wonen, vanwege de overige stemmen der bazuin der drie engelen, die nog bazuinen zullen.”
— Openbaring 8:13

God deelt de zeven bazuinen dus Zelf in als vier plus drie.



Bazuin 5 is het eerste wee


Bij bazuin 5 wordt de afgrond geopend. De daaruit komende machten mogen het groen niet beschadigen en Gods verzegelden niet treffen. Ook mogen zij de mensen niet doden, maar slechts pijnigen. Hun tijd wordt tweemaal exact begrensd tot vijf maanden (Openbaring 9:5,10).



Daarna zegt Openbaring 9:12:

„Het ene wee is weggegaan; ziet, er komen nog twee weeën na dezen.”

Daarmee staat rechtstreeks vast:


bazuin 5 = het eerste wee.



Bazuin 6 is het tweede wee


Bij bazuin 6 worden vier engelen aan de Eufraat losgemaakt. Een enorm ruiterleger verschijnt en een derde deel van de mensen wordt gedood. Toch bekeren de overigen zich niet van hun afgoderij, doodslagen, venijngevingen, hoererij en dieverijen (Openbaring 9:13-21).



Bazuin 6 loopt verder dan hoofdstuk 9. Openbaring 10 staat tussen bazuin 6 en bazuin 7. De machtige engel heeft een geopend boekje. Johannes moet het eten en opnieuw profeteren. De engel zegt bovendien:

„Maar in de dagen der stem des zevenden engels, wanneer hij bazuinen zal, zo zal de verborgenheid Gods vervuld worden...”
— Openbaring 10:7

Bazuin 7 ligt daar nog vooruit. De woorden „in de dagen” laten tegelijk zien dat de zevende bazuin niet als één losse seconde hoeft te worden opgevat. Zij opent een periode waarin Gods aangekondigde plan naar zijn vervulling gaat.


Openbaring 11 vertelt vervolgens de 1260-daagse bediening van de twee getuigen als één geheel. Dat gedeelte grijpt terug over de voorafgaande periode; hun bediening kan niet pas na Openbaring 10 beginnen. Nadat hun getuigenis voleindigd is, doodt het beest hen. Na drieënhalve dag wekt God hen op. Dan lezen we:

„Het tweede wee is weggegaan; ziet, het derde wee komt haastelijk.”
— Openbaring 11:14

Daarmee staat eveneens vast:


bazuin 6 = het tweede wee.



De twee getuigen vormen de parallelle aardse lijn


Openbaring 11 helpt vervolgens om de eerste zes bazuinen als één voorafgaand oordeelcomplex te herkennen. De twee getuigen krijgen 1260 dagen om te profeteren. Tijdens die bediening hebben zij macht om de hemel te sluiten, de wateren in bloed te veranderen en de aarde met allerlei plagen te slaan (Openbaring 11:3,6).


Hun werkterrein correspondeert opvallend met de eerste bazuinen:


  • bazuin 1 treft de aarde;
  • bazuin 2 de zee en het bloed;
  • bazuin 3 de rivieren en waterfonteinen;
  • bazuin 4 de hemellichten.


De verbinding loopt zelfs door naar bazuin 5. Daar worden mensen gepijnigd. Wanneer de twee getuigen later dood zijn, vieren de aardbewoners feest, omdat juist deze twee profeten „degenen, die op de aarde woonden, gepijnigd hadden” (Openbaring 11:10). Hetzelfde begrip — de aardbewoners — staat centraal in de aankondiging van de drie weeën.


Dit betekent niet dat de twee getuigen de bazuinengelen zijn. Het laat twee gezichtspunten van hetzelfde voorafgaande programma zien:


  • vanuit de hemel bazuinen de engelen en komt het oordeel van God;
  • op aarde staan twee profeten die Gods Woord spreken en de aarde met plagen slaan.


Hun volledige 1260-daagse getuigenis moet eerst worden voleindigd. Daarna voert het beest oorlog tegen hen, overwint hen en doodt hen (Openbaring 11:7). Openbaring 13 gebruikt dezelfde oorlogstaal voor de 42 maanden waarin het beest macht ontvangt om de heiligen krijg aan te doen en hen te overwinnen.


Daarom vormen de twee getuigen de parallelle aardse lijn van de voorafgaande 1260-dagenfase, terwijl de 42 maanden van het beest tot het daaropvolgende eindcomplex behoren. Dit plaatst bazuinen 1 tot en met 6 vóór de grote B7-omslag. Het vereist echter niet dat wij bazuin 1 zonder afzonderlijke tijdtekst op een exact dagnummer vastzetten.



Bazuin 7 is het derde wee en de grote eindfase


Onmiddellijk na de aankondiging van het derde wee klinkt de zevende bazuin (Openbaring 11:15). Daarom is:


bazuin 7 = het derde wee.



Maar bazuin 7 is niet eenvoudig een zevende ramp naast de zes voorgaande. De inhoud verandert volledig. Grote stemmen in de hemel zeggen:

„De koninkrijken der wereld zijn geworden onzes Heeren en van Zijn Christus, en Hij zal als Koning heersen in alle eeuwigheid.”
— Openbaring 11:15

De ouderlingen aanbidden God omdat Hij Zijn grote kracht heeft aangenomen en als Koning heeft geheerst. De volken zijn toornig geworden en:

„Uw toorn is gekomen...”
— Openbaring 11:18

De tempel Gods in de hemel wordt geopend (Openbaring 11:19).


Deze taal plaatst bazuin 7 bij de grote omslag naar het laatste 1260-dagen-/42-maandencomplex. Openbaring 12 gebruikt na Satans nederwerping bijna dezelfde Koninkrijkstaal: „Nu is de zaligheid, en de kracht, en het Koninkrijk geworden onzes Gods, en de macht van Zijn Christus” (Openbaring 12:10). Daarna klinkt een wee over aarde en zee, vlucht de vrouw en wordt zij 1260 dagen — een tijd, tijden en een halve tijd — onderhouden. Openbaring 13 geeft het beest in dezelfde eindfase 42 maanden macht.


De sterkste plaatsing is daarom dat bazuin 7 bij het middencomplex de laatste grote fase opent: Satans korte tijd op aarde, Israëls 1260 dagen bewaring, de 42 maanden van het beest, de grote verdrukking en uiteindelijk Gods voleindigende oordelen.


Openbaring 11 vertelt de dood, de drieënhalve dag en de opstanding van de twee getuigen als één ingevoegde episode rond deze overgang. Daarna keert de tekst terug naar de genummerde bazuinreeks. Omdat Openbaring aantoonbaar vooruitgrijpt en terugkeert, hoeven wij de grote B7-structuur niet afhankelijk te maken van de vraag op welke exacte seconde binnen dit korte overgangscomplex de formele bazuinklank wordt geplaatst.


Wat wél stevig staat, is veel belangrijker: B7 behoort niet bij het eerdere, begrensde oordeelcluster, maar opent het derde wee en de grote afsluitende fase waarin Gods Koninkrijk, toorn, oordeel en voleinding centraal staan.


De plaats en inhoud van deze laatste bazuin worden stap voor stap uitgewerkt in: De zevende bazuin en de zeven fiolen.



De fiolen vallen binnen de eindfase van bazuin 7


Na bazuin 7 zijn Gods oordelen nog niet voltooid. Openbaring 11 zegt:

„Uw toorn is gekomen.”

Openbaring 15 zegt vervolgens over de zeven laatste plagen:

„...zeven engelen, hebbende de zeven laatste plagen; want in dezelve is de toorn Gods geëindigd.”
— Openbaring 15:1

En bij de zevende fiool klinkt uit de tempel en van de troon:

„Het is geschied.”
— Openbaring 16:17

De beweging is dus:


  1. bij bazuin 7 is Gods toorn gekomen;
  2. in de zeven laatste plagen wordt die toorn voleindigd;
  3. bij fiool 7 klinkt: „Het is geschied.”


Daarom zijn de fiolen geen vierde oordeelreeks die pas begint nadat de zevende bazuin volledig voorbij is. Zij geven de volle uitvoering van de laatste bazuin-/derde-wee-fase.



De geopende tempel vormt een tweede brug


Bij bazuin 7 lezen we:

„En de tempel Gods in den hemel is geopend geworden...”
— Openbaring 11:19

Direct vóór de zeven fiolen lezen we opnieuw:

„...de tempel des tabernakels der getuigenis in den hemel werd geopend.”
— Openbaring 15:5

Uit die tempel komen de zeven engelen met de zeven laatste plagen. Zij ontvangen zeven gouden fiolen, vol van de toorn Gods. De tempel wordt met rook vervuld totdat de plagen voleindigd zijn (Openbaring 15:6-8).


Dezelfde combinatie keert dus terug:


  • geopende hemelse tempel;
  • Gods toorn;
  • zeven engelen;
  • zeven laatste plagen;
  • voleinding.


Dit verbindt de fiolen inhoudelijk rechtstreeks met de fase die bij bazuin 7 wordt aangekondigd.



De bazuinen en fiolen spiegelen elkaar


Ook hun inhoud laat zien dat de fiolen de latere, volle tegenhangers van de bazuinen zijn.

Bazuin Getroffen gebied Fiool Voleindigende tegenhanger
Bazuin 1 Aarde, bomen en gras Fiool 1 Aarde; zwaar gezwel op de aanbidders van het beest
Bazuin 2 Een derde van de zee wordt bloed Fiool 2 De zee wordt bloed als van een dode; alle levende ziel in de zee sterft
Bazuin 3 Een derde van rivieren en waterbronnen Fiool 3 Rivieren en waterbronnen worden bloed
Bazuin 4 Een derde van zon, maan en sterren Fiool 4 De zon verzengt de mensen met grote hitte
Bazuin 5 Duisternis en pijniging Fiool 5 Het rijk van het beest wordt verduisterd; mensen knagen hun tongen van pijn
Bazuin 6 Eufraat en een enorme krijgsmacht Fiool 6 Eufraat droogt op; koningen worden tot de eindstrijd verzameld
Bazuin 7 Koninkrijk, toorn en eindvoleinding Fiool 7 „Het is geschied”; grootste aardbeving, val van steden, oordeel over Babylon en grote hagel

Dit is geen bewijs dat iedere fiool eenvoudig exact hetzelfde oordeel nogmaals uitvoert. De verschillen zijn juist belangrijk. De fiolen zijn zwaarder, voller en definitiever.


Bij bazuin 2 wordt een derde deel van de zee bloed en sterft een derde van de zeedieren. Bij fiool 2 wordt de zee bloed als van een dode en sterft alle levende ziel in de zee. Bij de bazuinen keert herhaaldelijk „het derde deel” terug; bij de fiolen verdwijnt die voortdurende beperking.


De ontwikkeling is daarom:


gedeeltelijk en begrensd oordeel → vol, ongemengd en voleindigend oordeel.



Gods toorn begint niet pas bij de fiolen


Dat onderscheid voorkomt nog een andere fout. Soms wordt gezegd dat Gods toorn pas bij zegel 6, bazuin 7 of de fiolen begint, omdat daar staat dat Zijn toorn „is gekomen”. Maar vóór bazuin 7 zijn al zes oordelen rechtstreeks vanuit Gods hemelse regering over de aarde gekomen.


Na het zevende zegel wordt vuur van Gods altaar op de aarde geworpen. Daarna klinken de bazuinen. Zij zijn geen neutrale natuurrampen buiten Gods oordeel om.


Toch zegt Openbaring 11:18 bij bazuin 7 opnieuw: „Uw toorn is gekomen.” Dat bewijst dat deze uitdrukking niet noodzakelijk het allereerste begin van iedere vorm van Goddelijke toorn markeert. Zij kan de aankomst van de grote, beslissende fase aanduiden.


Openbaring 14:10 spreekt vervolgens over de wijn van Gods toorn die „ongemengd” wordt ingeschonken. Openbaring 15:7 noemt de fiolen „vol van den toorn Gods”. En Openbaring 15:1 zegt dat Gods toorn daarin wordt geëindigd.


De juiste tegenstelling is dus niet:


  • eerst geen toorn;
  • daarna wel toorn.


Maar:


  • eerst werkelijke, dikwijls begrensde oordelen;
  • daarna de volle, ongemengde en voleindigende toorn.


Zegel 6 kan daarom panoramisch spreken over „de grote dag Zijns toorns” zonder te ontkennen dat Gods oordelen al eerder werkzaam zijn.



Hoe ver reikt bazuin 7?


Wanneer bazuin 7 als de grote eindfase wordt herkend, worden Openbaring 12 tot en met 19 veel beter plaatsbaar.


Binnen dit eindcomplex vallen onder meer:


  • Satan die naar de aarde wordt geworpen en weet dat hij een kleine tijd heeft;
  • de vrouw die 1260 dagen door God wordt bewaard;
  • de 42 maanden van het beest;
  • oorlog tegen de heiligen;
  • het tweede beest en het beeld;
  • het merkteken en 666;
  • de wereldwijde waarschuwingen van Openbaring 14;
  • de zeven laatste plagen;
  • alle zeven fiolen;
  • de verzameling tot Armageddon;
  • de val en verklaring van Babylon;
  • de zichtbare komst van Jezus Christus;
  • de vernietiging van het beest en de valse profeet.


Niet ieder volgend hoofdstuk is daarbij een nieuw kalenderblok. Openbaring 14 geeft verschillende aankondigingen en vooruitblikken. Openbaring 17 verklaart de vrouw, het beest, de hoofden en de hoornen. Openbaring 18 werkt Babylons val uit. Openbaring 19 brengt de grote Koninkrijksverkondiging van bazuin 7 tot haar zichtbare vervulling: de Heere regeert en Christus verschijnt als Koning der koningen.


Daarna begint Openbaring 20 met een nieuwe fase: Satan wordt gebonden en het duizendjarige Koninkrijk volgt. Dat ligt ná het B7- en zeventigste-weekcomplex.



Het volledige raamwerk in één overzicht

Onderdeel Hoofdfunctie Belangrijkste inhoud
Zegels 1-4 Panoramische opening Verovering, oorlog, honger en dood als werkelijke oordeelsprocessen
Zegel 5 Hemelse martelaarschaplijn Roep om vergelding; meer martelaren zullen nog volgen
Zegel 6 Panoramische eindblik Kosmische tekenen, dag van het Lam, zichtbare eindfase
Openbaring 7 Thematisch antwoord en voorbereiding Wie kan bestaan? 144.000 verzegeld vóór de bazuinschade; verloste schare getoond
Zegel 7 Overgang Stilte, gebeden, altaarvuur; zeven bazuinen worden geïntroduceerd
Bazuinen 1-4 Eerste bazuincluster Aarde, zee, wateren en hemellichten; herhaaldelijk een derde deel
Bazuin 5 Eerste wee Afgrond, pijniging, bescherming van Gods verzegelden, vijf maanden
Bazuin 6 Tweede wee Eufraat, grote krijgsmacht, een derde van de mensheid gedood; overgangsmateriaal in Openbaring 10-11
Bazuin 7 Derde wee en eindfase Koninkrijk uitgeroepen, toorn gekomen, laatste 42-maandencomplex, oordeel en voleinding
Zeven fiolen Laatste plagen binnen B7 Gods toorn vol, ongemengd en voleindigd; bij fiool 7: „Het is geschied”

De hoofdstructuur kan daardoor in één zin worden samengevat:


De zegels tonen waarheen het oordeelstraject voert, de bazuinen ontvouwen de voortgaande ruggengraat en de fiolen voltooien Gods toorn binnen de eindfase van bazuin 7.



Wat staat vast — en wat hoeven we niet in te vullen?


De hoofdarchitectuur hangt niet af van ieder chronologisch detail.


Openbaring zegt duidelijk dat:


  • het boek niet overal lineair vertelt;
  • het zevende zegel rechtstreeks overgaat naar de zeven bazuinen;
  • bazuin 5 het eerste wee is;
  • bazuin 6 het tweede wee is;
  • bazuin 7 het derde wee is;
  • de zevende bazuin „dagen” heeft waarin Gods plan naar zijn vervulling gaat;
  • bij bazuin 7 Gods toorn is gekomen en de hemelse tempel wordt geopend;
  • de fiolen de zeven laatste plagen zijn waarin Gods toorn wordt voleindigd;
  • bij de zevende fiool klinkt: „Het is geschied.”


De gezamenlijke Schriftlijnen leggen bovendien zeer sterk vast dat:


  • zegels 1-6 als panorama functioneren en zegel 6 tot de eindfase reikt;
  • bazuin 7 bij het midden-/laatste-42-maandencomplex hoort;
  • de fiolen binnen de B7-/derde-wee-fase vallen;
  • de bazuinen en fiolen een patroon van begrensd naar voleindigend oordeel tonen.


Daarvoor hoeven wij niet te beweren dat God ieder detail heeft gedateerd. De Schrift geeft geen exacte kalenderdatum voor ieder van de eerste vijf zegels. Ook de afzonderlijke duur van bazuin 2, 3, 4 en 6 wordt niet rechtstreeks genoemd. De naam van de eerste witte ruiter staat evenmin rechtstreeks in Openbaring 6:2, hoewel zijn identiteit als overwinnende beestmacht door de gezamenlijke Schriftlijnen stevig wordt vastgelegd.


Die open details verzwakken de hoofdstructuur niet. Zij voorkomen alleen dat wij méér zeggen dan God heeft geopenbaard.



Waarom deze profetie voor u belangrijk is


Het doel van Openbaring is niet dat wij onszelf door een perfecte kalender proberen te redden. De oordelen laten zien dat God de zonde werkelijk zal richten en dat de wereldgeschiedenis naar de zichtbare heerschappij van Jezus Christus gaat.


Wie nu tot het lichaam van Christus behoort, wacht niet op de eerste bazuin, het beest of de fiolen, maar op Jezus Christus Zelf. De Schrift zegt dat Jezus ons verlost van de toekomende toorn (1 Thessalonicenzen 1:10) en dat God ons niet gesteld heeft tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid door onze Heere Jezus Christus (1 Thessalonicenzen 5:9).


Maar wie Christus nog niet heeft aangenomen, moet de komende oordelen niet proberen te overleven. God biedt vandaag redding als vrije gave aan.


Jezus Christus stierf voor onze zonden, werd begraven en stond op uit de doden (1 Korinthe 15:3-4). Eeuwig leven wordt niet verdiend door goede werken, godsdienst, volhouden of uzelf eerst waardig te maken.

„Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”
— Handelingen 16:31

Vertrouw op Jezus Christus alleen. Wie in Hem gelooft, heeft eeuwig leven.



Conclusie


De zeven zegels, bazuinen en fiolen zijn geen drie onafhankelijke rijen van samen 21 oordelen die zonder terugblik of overlap na elkaar worden afgewerkt.


De zegels openen het boek en geven het grote panorama. De eerste vier tonen werkelijke oordeelsprocessen. Het vijfde toont martelaren die nog op verdere martelaren en vergelding wachten. Het zesde reikt tot de kosmische eindfase en de grote dag van het Lam. Het zevende zegel vormt vervolgens de plechtige overgang naar de zeven bazuinen.


De bazuinen geven de duidelijkste voortgaande ruggengraat. De eerste vier vormen één cluster. Bazuin 5 is het eerste wee, bazuin 6 het tweede en bazuin 7 het derde wee. Bij de zevende bazuin wordt Gods Koninkrijk uitgeroepen, is Zijn toorn gekomen en wordt de hemelse tempel geopend. Deze bazuin opent de grote afsluitende fase die doorloopt tot de zichtbare komst en overwinning van Jezus Christus.


Binnen die fase verschijnen de zeven fiolen. Zij beginnen Gods toorn niet, maar voleindigen hem. Hun inhoud spiegelt de bazuinen, maar de eerdere begrenzing tot een derde deel maakt plaats voor volle en beslissende oordelen. Daarom zijn de fiolen niet een vierde reeks ná bazuin 7. Zij zijn de zeven laatste plagen binnen de eindfase van de zevende bazuin.


De grote architectuur van Openbaring is daarmee:


zegelpanorama → bazuinruggengraat → zevende-bazuinfase → voleindigende fiolen → zichtbare overwinning van Jezus Christus.


En het eindpunt van al deze profetie is niet de macht van het beest, maar de heerschappij van het Lam.