Ik moet toch vragen om een nieuw hart?

“Maar ik moet toch vragen om een nieuw hart?

Of Jezus bidden in mijn hart te komen? De Heere klopt toch op mijn hart?”

Dit klinkt vroom en vertrouwd, maar het is niet Bijbels. Nergens leert de Schrift dat een zondaar eerst moet bidden om een nieuw hart, of Jezus moet vragen om “in zijn hart te komen”, voordat hij gered kan worden. Dat zijn religieuze formuleringen die in de Bijbel eenvoudig niet voorkomen.


De Bijbel is juist opvallend helder over de volgorde.


Een mens gelooft
en
dán handelt God.



Paulus zegt:

“En overmits gij zonen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!”

— Galaten 4:6

Let scherp op wat hier staat.
Niet:
nadat gij gebeden hebt.
Niet:
nadat gij gevraagd hebt.
Maar:
omdat gij zonen zijt.


En hoe wordt iemand een zoon van God?

“Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.”

— Johannes 1:12

Dus de Bijbelse volgorde is vast en onveranderlijk:


  1. u gelooft
  2. u wordt een kind van God
  3. God geeft Zijn Geest
  4. Christus woont in u


Niet andersom.




De Schrift zegt dit nog explicieter:

“In Welke gij ook, nadat gij het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt, in Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte.”

— Efeze 1:13

De Heilige Geest wordt niet gegeven na een speciaal gebed,
niet na een innerlijke ervaring,
niet nadat iemand Jezus “binnenlaat”.



Hij wordt gegeven op het moment dat iemand gelooft.
Dat is Gods werk — volledig, direct en zeker.


Maar hoe zit het dan met ‘een nieuw hart’?


De Bijbel leert inderdaad dat God een nieuw hart geeft — maar niet omdat iemand daarom bidt, en niet vóór het geloof.

“En Ik zal u een nieuw hart geven, en een nieuwen geest zal Ik geven in het binnenste van u.”

— Ezechiël 36:26

Dit is geen opdracht aan een zondaar om te bidden, maar een belofte van God over wat Hij Zelf doet wanneer Hij iemand redt.



Paulus bevestigt datzelfde principe:

“Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel.”

— 2 Korinthe 5:17

Niet: indien iemand bidt om vernieuwing.
Maar:
indien iemand in Christus is.


En hoe komt iemand in Christus?

“Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.”

— Galaten 3:26

Dus opnieuw is de lijn glashelder:
geloof → in Christus → nieuw leven → nieuw hart


Waarom bidden om ‘een nieuw hart’ vaak verkeerd begrepen wordt


Veel mensen bidden om een nieuw hart omdat zij voelen dat er iets tussen hen en God in staat. En dát klopt ook. Maar de Bijbel zegt dat dit probleem niet opgelost wordt door een gebed, maar door verzoening.

“Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen ulieden en uw God, en uw zonden verbergen het aangezicht van u, dat Hij niet hoort.”

— Jesaja 59:2

Zonde veroorzaakt scheiding.
Niet een gebrek aan gebed.
Niet een gebrek aan gevoel.



Die scheiding wordt niet opgeheven door God te vragen dichterbij te komen, maar door te geloven in Hem Die de scheiding heeft weggenomen.

“Want Christus is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende.”

— Efeze 2:14

Zodra iemand gelooft, is de scheiding weg — en dán woont God in hem.


En klopt Jezus dan niet op het hart? (Openbaring 3:20)


Dit vers wordt bijna altijd verkeerd toegepast.

“Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop…”

— Openbaring 3:20

Dit is geen evangelisatietekst.
Het gaat niet over een ongelovige die Jezus binnen moet laten.



De context is glashelder:

“En schrijf aan den engel der gemeente van Laodicea…”

— Openbaring 3:14

Jezus spreekt tot een gemeente — tot mensen die Hem kenden, maar Hem buitengesloten hadden uit hun dagelijkse gemeenschap. Het gaat hier niet over wedergeboorte, maar over herstel van gemeenschap.



Christus stond niet buiten hun hart om binnen te komen,
maar buiten hun
gemeenteleven.


Wat zegt de Bijbel dan wél?


De Bijbel zegt niet:
Bid totdat God iets doet.


De Bijbel zegt:

“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden.”

— Handelingen 16:31

En:

“Die in den Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven.”

— Johannes 3:36

En zodra iemand gelooft:

“Christus woont door het geloof in uw harten.”

— Efeze 3:17

Niet door bidden.
Niet door vragen
Door geloof


Waarom deze misvatting zo gevaarlijk is


Omdat mensen hierdoor blijven wachten:


– op een gevoel
– op een ervaring
– op een verandering
– op “iets van God”


Terwijl God zegt:

“Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet.”

— Hebreeën 3:7

Niet morgen.
Niet na een gebed.
Niet na een teken.


Heden. Geloof.



De Bijbelse conclusie — eenvoudig en vast


U hoeft Jezus niet te vragen om in uw hart te komen.
U hoeft niet te bidden om een nieuw hart.
U hoeft niet te wachten op een gevoel.


Zodra u gelooft in de Heere Jezus Christus:


– is de scheiding opgeheven
– bent u een kind van God
– woont Christus in u
– hebt u de Heilige Geest ontvangen
– bent u verzegeld tot de dag der verlossing


Dat is geen hoop.
Dat is een feit.

“Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.”

— Johannes 6:47

💥 U hoeft Hem dus niet binnen te laten.
Zodra u gelooft, is Hij er al.