Openbaring identificeert Babylon via “de grote stad”, hoerprofetieën, verbondsafval, profetenbloed en de stad waar de Heere werd gekruisigd. Deze onafhankelijke Schriftlijnen bouwen cumulatief naar het afvallige eindtijdse Jeruzalem. Daar zetelt het beest, totdat God de stad aan het einde van de week oordeelt.
Welke stad is Babylon?
Openbaring 17 toont een vrouw in purper en scharlaken, versierd met goud, kostelijke stenen en parels. Zij zit op een scharlakenrood beest met zeven hoofden en tien hoornen. In haar hand heeft zij een gouden beker vol gruwelen. Op haar voorhoofd staat een naam:
„VERBORGENHEID; HET GROTE BABYLON, DE MOEDER DER HOERERIJEN EN DER GRUWELEN DER AARDE.”
— Openbaring 17:5
Wie of wat is dit Babylon?
De Schrift laat ons hierover niet afhankelijk van aardrijkskundige vermoedens, krantenkoppen of kerkelijke overleveringen. De engel verklaart zelf wat de vrouw voorstelt. Daarna leggen Openbaring, de profeten en de woorden van de Heere Jezus gezamenlijk vast welke stad aan het einde de naam Babylon draagt.
De conclusie is ingrijpend, maar helder:
Babylon in Openbaring 17 en 18 is het afvallige Jeruzalem van de eindtijd.
„Babylon” is niet Jeruzalems blijvende naam. Het is de geestelijke en profetische naam van de stad in haar uiterste verbondsontrouw: verbonden met het beest, heersend binnen zijn wereldrijk, rijk geworden door het wereldstelsel en dronken van het bloed van Gods getuigen. De stad die geroepen was om de stad van de grote Koning te zijn, wordt dan het centrum van de valse koning.
Die conclusie rust niet op één overeenkomst. God heeft de identificerende kenmerken over Zijn Woord verdeeld. De som van Zijn Woord is de waarheid.
De bewijsstructuur in één overzicht
| Schriftlijn | Wat zij vastlegt |
|---|---|
| Openbaring 17:18 | De vrouw is geen losse religie of onzichtbaar beginsel, maar „de grote stad”. |
| Openbaring 11:8 | De plaats waar Christus gekruisigd werd heet „de grote stad” en kan geestelijk andere stadsnamen dragen. |
| Jesaja 1 en Ezechiël 16 en 23 | Jeruzalem is Gods verbondsvrouw die tot een hoer wordt en met vreemde machten hoereert. |
| Ezechiël 16:37-41 en Openbaring 17:16 | Haar eigen minnaars keren zich tegen haar, maken haar naakt en verbranden haar met vuur. |
| Mattheüs 23, Lukas 13 en Openbaring 17-18 | Jeruzalem doodt de profeten; in Babylon wordt het bloed van profeten, heiligen en Jezus’ getuigen gevonden. |
| Daniël 9 en 11, Mattheüs 24, 2 Thessalonicenzen 2 en Openbaring 13 en 17 | De eindtijdse wereldheerser verbindt zijn heerschappij aan Jeruzalem en Gods tempel en regeert vandaar wereldwijd. |
| Openbaring 16-19 en Zacharia 14 | Het oordeel over de hoer behoort tot de eindfase, rond de zevende fiool en vóór Christus’ zichtbare komst. |
Geen van deze lijnen hoeft de volledige conclusie alleen te dragen. Samen vormen zij één herkenbaar Bijbels profiel.
De vrouw is de grote stad
De engel begint niet met een raadsel, maar met een verklaring:
„En de vrouw, die gij gezien hebt, is de grote stad, die het koninkrijk heeft over de koningen der aarde.”
— Openbaring 17:18
De vrouw stelt dus een werkelijke stad voor. Zij belichaamt tegelijk een religieus, politiek en economisch wereldstelsel, maar zij mag niet in een onzichtbaar „systeem” worden opgelost. De tekst zegt niet slechts dat zij een gedachte, kerkelijke stroming of cultuur is. Zij is de grote stad.
Daarmee verandert de vraag. Niet langer: wat betekent de vrouw? Maar:
Welke stad noemt Openbaring „de grote stad”?
De grote stad waar onze Heere gekruisigd werd
Openbaring heeft die aanduiding al eerder gebruikt. Wanneer het beest de twee getuigen heeft gedood, lezen wij:
„En hun dode lichamen zullen liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook onze Heere gekruist is.”
— Openbaring 11:8
De plaatsbepaling kan niet worden gemist: „alwaar ook onze Heere gekruist is.” Dat is Jeruzalem.
Openbaring 11 legt daardoor twee fundamentele gegevens vast:
- Jeruzalem wordt in Openbaring „de grote stad” genoemd.
- Jeruzalem kan naast haar geografische naam een geestelijke naam dragen die haar toestand beschrijft.
In Openbaring 11 heet zij geestelijk „Sodom en Egypte”. Zij is geografisch geen van beide steden. God gebruikt die namen om haar verdorvenheid en haar verbondenheid met de wereldmacht te tekenen.
Dat Bijbelse principe is beslissend. Wanneer de grote stad later „Babylon” heet, mogen wij niet zonder verder onderzoek aannemen dat het geografisch om de oude stad aan de Eufraat moet gaan. Openbaring heeft zelf al geleerd dat Jeruzalem door God onder een andere geestelijke stadsnaam kan worden gesteld.
Waarom Jeruzalem Sodom en Egypte wordt genoemd
Die namen komen niet uit het niets. Jesaja opent zijn profetie als „het gezicht ... over Juda en Jeruzalem” en spreekt vervolgens de leiders en het volk aan als Sodom en Gomorra:
„Hoort des HEEREN woord, gij oversten van Sodom! neemt ter ore de wet onzes Gods, gij volk van Gomorra!”
— Jesaja 1:10
Jeremia zegt over de profeten van Jeruzalem dat zij voor God als Sodom zijn en haar inwoners als Gomorra (Jeremia 23:14). Ezechiël 16 vergelijkt Jeruzalem eveneens uitvoerig met Sodom.
Ook Egypte past in het profetische profiel. God had Israël uit Egypte verlost, maar het volk zocht later juist bij Egypte de veiligheid die het bij de HEERE had moeten zoeken. Jesaja waarschuwt degenen die „afgaan naar Egypte” om hulp en op paarden vertrouwen (Jesaja 30:1-2; 31:1). In Ezechiël 16:26 zegt God rechtstreeks tegen Jeruzalem dat zij met de kinderen van Egypte heeft gehoereerd.
Sodom tekent haar gruwelijke zonde. Egypte tekent haar vertrouwen op een vreemde wereldmacht in plaats van op God. In Openbaring 17 komen beide trekken tot hun uiterste ontwikkeling. Dan draagt Jeruzalem de naam van nog een wereldmacht die tegen God opstond:
Babylon.
„De grote stad” alleen is niet het hele bewijs
Nauwkeurigheid is belangrijk. De woorden „de grote stad” zijn op zichzelf geen unieke eigennaam die in ieder vers automatisch Jeruzalem betekent. Openbaring 21:10 noemt ook het heilige Jeruzalem „de grote stad”. In andere gedeelten wordt Babylon eveneens de grote stad genoemd.
Daarom luidt het bewijs niet: Openbaring 11 gebruikt dezelfde twee woorden, dus de zaak is klaar.
Openbaring 11 levert de geografische sleutel en het principe van de geestelijke naam. Daarna moet het volledige profiel van de vrouw worden getest. Juist die verdere test maakt de identificatie zo sterk.
De grote stad is een hoer — en Jesaja noemt Jeruzalem zo
Openbaring noemt de vrouw „de grote hoer” (Openbaring 17:1). Is er een stad die God Zelf op die manier beschrijft?
Jesaja zegt:
„Hoe is de getrouwe stad tot een hoer geworden! Zij was vol recht, gerechtigheid herbergde daarin, maar nu doodslagers.”
— Jesaja 1:21
Het hoofdstuk heeft Juda en Jeruzalem als onderwerp. De „getrouwe stad” die tot een hoer werd, is Jeruzalem.
Het woord hoer alleen zou nog niet voldoende zijn. Ook Tyrus en Ninevé ontvangen in de profeten hoerentaal (Jesaja 23:15-17; Nahum 3:4). Maar bij Jeruzalem beschrijft God niet slechts één overeenkomst. Hij geeft haar volledige verbondsgeschiedenis als vrouw, haar relaties met vreemde machten én het oordeel door haar voormalige minnaars. Precies die complete geschiedenis keert terug in Openbaring 17.
Ezechiël noemt Jeruzalem Gods verbondsvrouw
Ezechiël 16 begint ondubbelzinnig:
„Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend.”
— Ezechiël 16:2
Jeruzalem wordt daarna als vrouw voorgesteld. God vindt haar, wast haar, bekleedt haar, versiert haar en verheft haar. Vervolgens zegt Hij:
„Ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE, en gij werdt Mijne.”
— Ezechiël 16:8
Daarom is haar zonde hoererij. Jeruzalem is niet slechts een heidense stad die kwaad doet. Zij is een stad die door God werd afgezonderd, Zijn Naam droeg en toch haar vertrouwen en liefde aan andere machten gaf.
Ezechiël 16 noemt Egypte, Assyrië en Chaldea. Ezechiël 23 vertelt hetzelfde onder het beeld van twee vrouwen en verklaart zelf: „Samaria nu is Ohola, en Jeruzalem is Oholiba” (Ezechiël 23:4).
Vergelijk dit met Openbaring:
„...met welke de koningen der aarde gehoereerd hebben...”
— Openbaring 17:2
Dezelfde kern is aanwezig: de stad die aan God had moeten toebehoren, verbindt zich voor macht en veiligheid aan de koningen van de aarde.
Haar eigen minnaars maken haar naakt en verbranden haar
De overeenkomst wordt nog veel scherper. Openbaring zegt over de tien hoornen en het beest:
„En de tien hoornen, die gij gezien hebt op het beest, die zullen de hoer haten, en zullen haar woest maken, en naakt; en zij zullen haar vlees eten, en zullen haar met vuur verbranden.”
— Openbaring 17:16
Eerst zit de vrouw op het beest. Het beest draagt haar. Zij hoereert met de koningen. Later keren juist die machten zich tegen haar.
Dat is exact het oordeelsprincipe dat God bij Jeruzalem heeft beschreven. Tegen Jeruzalem zegt Hij in Ezechiël 16 dat Hij haar minnaars rondom tegen haar zal vergaderen. Hij geeft haar in hun hand. Zij nemen haar kleding en sieraden af, laten haar naakt en bloot, en:
„En zij zullen uw huizen met vuur verbranden...”
— Ezechiël 16:41
De volgorde is opmerkelijk precies:
- Jeruzalem wordt als vrouw voorgesteld;
- zij staat in verbond met God;
- zij wordt een hoer;
- zij zoekt vreemde machthebbers als minnaars;
- haar minnaars keren zich tegen haar;
- zij wordt ontkleed en naakt gemaakt;
- zij wordt met vuur verbrand.
Openbaring 17 volgt hetzelfde patroon. Dit is geen algemeen beeld van een slechte stad. Het is de door God beschreven verbondsgeschiedenis van Jeruzalem die in de eindtijd haar laatste en zwaarste vorm bereikt.
In Babylon wordt het bloed van profeten gevonden
Openbaring geeft nog een veel specifieker identificatiekenmerk:
„En ik zag, dat de vrouw dronken was van het bloed der heiligen, en van het bloed der getuigen van Jezus.”
— Openbaring 17:6
En:
„En in dezelve is gevonden het bloed der profeten en der heiligen, en van al degenen, die gedood zijn op de aarde.”
— Openbaring 18:24
Welke stad klaagt de Heere Jezus Zelf op deze wijze aan?
„Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn...”
— Mattheüs 23:37
Vlak daarvoor zegt Hij dat op die generatie zal komen „al het rechtvaardige bloed, dat vergoten is op de aarde” (Mattheüs 23:35-36). Lukas verbindt dezelfde aanklacht direct aan Jeruzalem:
„...want het gebeurt niet, dat een profeet gedood wordt buiten Jeruzalem. Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt...”
— Lukas 13:33-34
Jeremia 51 gebruikt over het oude Babylon inderdaad ook wereldwijde bloedschuldtaal. Dat verklaart mede waarom de naam Babylon passend is. Maar Openbaring beperkt zich niet tot algemene oorlogsslachtoffers. Het spreekt over profeten, heiligen en getuigen van Jezus. Juist Jeruzalem draagt in de woorden van Christus die bijzondere geschiedenis: zij doodde de profeten, verwierp de Messias en vervolgde degenen die tot haar gezonden werden.
Openbaring 11 voegt daar een toekomstige daad aan toe. De twee getuigen zullen worden gedood in „de grote stad ... alwaar ook onze Heere gekruist is”. Zo loopt de bloedschuldlijn van de vroegere profeten, via Christus en Zijn eerste getuigen, door tot Gods twee eindtijdse getuigen.
De stad van Openbaring 11 en de bloeddronken stad van Openbaring 17 en 18 hebben dezelfde herkenbare biografie.
Babylon is een echte stad én het centrum van een wereldstelsel
Omdat de vrouw een stad is, moeten wij Babylon niet reduceren tot een onzichtbare religie of een vaag wereldsysteem. Tegelijk vertegenwoordigt die stad veel meer dan haar straten en gebouwen.
Zij zit op vele wateren. De engel legt uit wat die wateren zijn:
„De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natiën, en tongen.”
— Openbaring 17:15
Zij zit bovendien op het beest, wordt door het beest gedragen en heeft „het koninkrijk over de koningen der aarde” (Openbaring 17:7,18). Openbaring 18 toont koningen, kooplieden en zeevarenden die door haar wereldwijde rijkdom werden beïnvloed.
De juiste conclusie is daarom niet: Babylon is óf een stad óf een systeem. Het is een werkelijke stad die het religieuze, politieke en economische centrum van het eindtijdse beestrijk wordt.
En de overige profetieën laten zien waarom juist Jeruzalem die positie inneemt.
Daniëls laatste week draait om Israël en Jeruzalem
Daniël 9 geeft het onderwerp van de zeventig weken voordat het iets over de komende vorst zegt:
„Zeventig weken zijn bestemd over uw volk en over uw heilige stad...”
— Daniël 9:24
Daniëls volk is Israël; zijn heilige stad is Jeruzalem. Binnen die profetie versterkt de komende vorst met velen een verbond voor één week. In het midden van die week doet hij slachtoffer en spijsoffer ophouden en verschijnt de verwoestende gruwel (Daniël 9:27).
Dit is geen willekeurig internationaal verdrag dat toevallig ergens ter wereld wordt gesloten. De profetische context is Israël, Jeruzalem, offerdienst en heiligdom.
Jesaja 28 toont hetzelfde zondige veiligheidsprincipe vanuit Jeruzalem. God spreekt daar tot de spotters die over het volk in Jeruzalem heersen. Zij zeggen dat zij een verbond met de dood en een verdrag met het graf hebben gemaakt, zodat de overvloeiende gesel hen niet zal bereiken. God antwoordt dat dit verbond niet zal bestaan (Jesaja 28:14-18).
De stad zoekt veiligheid bij een wereldmacht. Dat is precies de verbondsontrouw die Ezechiël hoererij noemt en die Openbaring afbeeldt als de vrouw die op het beest zit.
De valse wereldkoning eigent zich Gods tempel toe
In het midden van de week slaat de verhouding om. De Heere Jezus verwijst rechtstreeks naar Daniël:
„Wanneer gij dan zult zien den gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, den profeet, staande in de heilige plaats...”
— Mattheüs 24:15
Daarop moeten degenen in Judea naar de bergen vluchten. Dan begint de grote verdrukking (Mattheüs 24:16-21).
Paulus beschrijft dezelfde openlijke godslastering door de mens der zonde:
„Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geëerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.”
— 2 Thessalonicenzen 2:4
Daniël 11:45 zegt over de laatste koning dat hij de tenten van zijn paleis plant „tussen de zeeën aan den berg des heiligen sieraads”. Die heilige sierlijke berg voert ons opnieuw naar het land en de stad van Gods heiligdom.
Leg deze teksten naast Openbaring 13. Het beest ontvangt 42 maanden macht. Het lastert God. Het voert oorlog tegen de heiligen. Het krijgt macht over alle geslacht, taal en volk. De aarde aanbidt het beest, en via het tweede beest wordt het economische leven beheerst door het merkteken (Openbaring 13:5-8,11-17).
De Schriftlijnen grijpen in elkaar:
- Daniël plaatst de laatste week bij Israël en Jeruzalem;
- de komende vorst verbreekt daar in het midden het verbond en de offerdienst;
- Christus plaatst de gruwel in de heilige plaats en beveelt Judea te vluchten;
- Paulus ziet de mens der zonde in Gods tempel zitten;
- Daniël plaatst zijn koninklijke hoofdkwartier bij de heilige berg;
- Openbaring geeft dezelfde beestmacht daarna wereldwijd gezag voor 42 maanden;
- Openbaring 17 toont de grote stad midden in die macht, gedragen door het beest en heersend over de koningen.
Daarom opereert het wereldwijde beestrijk vanuit Jeruzalem. Zeker in de laatste 42 maanden is de stad het politieke, religieuze en economische middelpunt van de wereldorde van het beest. Het beest heeft wereldmacht, maar zet zich in Gods tempel en verbindt zijn hoofdkwartier aan Gods heilige berg.
Dit is de duistere omkering van Jeruzalems roeping. Christus noemt haar „de stad des groten Konings” (Mattheüs 5:35). In de eindtijd eigent de valse koning zich juist die stad en die tempel toe. De plaats die van de ware Messias getuigt, wordt tijdelijk het toneel van de hoogste mensverheerlijking en godslastering.
Waarom heeft de vrouw het koninkrijk over de koningen?
Openbaring 17:18 zegt niet slechts dat de stad invloed heeft; zij heeft „het koninkrijk over de koningen der aarde”. Dat past precies bij haar positie in het beestrijk.
Zij zit op het beest. Zij bevindt zich boven volken, natiën en talen. De koningen hoereren met haar. De stad waarin de wereldheerser zich als God vertoont, krijgt binnen zijn orde een unieke verheffing. Religieuze aanbidding, politieke heerschappij en economische dwang komen daar samen.
Jeruzalem wordt in de Schrift bovendien vaker als middelpunt onder de volken geplaatst. God zegt:
„Dit is Jeruzalem; Ik heb haar in het midden der heidenen gezet, en landen rondom haar henen.”
— Ezechiël 5:5
Wat onder de ware Koning tot zegen voor de volken bestemd is, wordt onder de valse koning tijdelijk verdraaid. Het beest maakt de stad tot centrum van zijn wereldorde. Maar hij kan haar alleen dragen zolang God dat toestaat.
De wereldhandel van Openbaring 18 past bij een wereldhoofdstad
Openbaring 18 beschrijft een ongekende economische macht. Koningen leven weelderig met haar. Kooplieden worden rijk door haar kostbaarheid. Goud, zilver, edelstenen, fijn linnen, purper, specerijen, voedsel, dieren, wagens en zelfs „lichamen en zielen der mensen” worden genoemd. Schippers en zeelieden weeklagen wanneer haar rijkdom in één uur wordt verwoest.
Sommigen menen daarom dat Babylon een zeehaven moet zijn. Maar de tekst zegt niet dat alle schepen in de stad zelf aanleggen. Zij zegt dat allen die op zee handelen door haar rijkdom ontvingen en op afstand haar brand zien. Een wereldhoofdstad kan het bestuurlijke, religieuze en financiële centrum van een handelsnetwerk zijn zonder zelf aan de open zee te liggen.
Ook de vroegere heerlijkheid van Jeruzalem onder Salomo bewijst dat zo’n positie Bijbels voorstelbaar is. Koningen en volken zochten Salomo. Kooplieden, handelaars en de schepen van Tarsis brachten goud, zilver, ivoor en andere rijkdommen. De rijkdom werd rond de koning in Jeruzalem verzameld (1 Koningen 10).
Jesaja 60 spreekt bovendien tot Sion over de menigte der zee, de rijkdom der heidenen en de schepen van Tarsis die haar zonen en rijkdom brengen. Scheepvaarttaal sluit een centraal Jeruzalem dus niet uit.
Openbaring 18 gebruikt bewust de taal van Tyrus
De handelsbeschrijving van Openbaring 18 vertoont sterke overeenkomsten met Ezechiël 27, het oordeel over Tyrus. Daar verschijnen eveneens internationale goederen, kooplieden, schepen, zeelieden, enorme rijkdom en geweeklaag over een gevallen handelsmacht.
Dit helpt ons de profetische methode van Openbaring begrijpen. Het hoofdstuk brengt meerdere oudtestamentische oordeelsprofielen samen:
- van het oude Babylon komen de naam, de gouden beker, de hoogmoed, de toverij en veel oordeelstaal;
- van Tyrus komt een groot deel van de handels- en scheepvaarttaal;
- van het afvallige Jeruzalem komen de unieke verbondsgeschiedenis, de hoererij, de profetenmoord en het oordeel door haar eigen minnaars.
Een geleend beeld bepaalt dus niet automatisch de geografie. Tyrusachtige scheepvaarttaal maakt de stad niet tot Tyrus. Babylonische oordeelstaal maakt haar niet automatisch tot het herbouwde oude Babylon. De unieke biografie moet de identiteit bepalen — en die biografie behoort aan Jeruzalem.
Waarom de naam Babylon volkomen passend is
Dat „Babylon” een geestelijke naam is, betekent niet dat het slechts een willekeurig etiket is. Het oude Babel en Babylon geven de naam haar volle lading.
Babel staat vanaf Genesis 11 voor de mensheid die zich verenigt, een naam voor zichzelf wil maken en in gezamenlijke hoogmoed tegen Gods orde opstaat. Het historische Babylon verwoestte Jeruzalem en de tempel, voerde Gods volk weg en verhief zich tegen de God van Israël.
Jeremia noemt het:
„Babel was een gouden beker in de hand des HEEREN, die de ganse aarde dronken maakte...”
— Jeremia 51:7
Openbaring toont de hoer eveneens met een gouden beker, waardoor de bewoners van de aarde dronken worden (Openbaring 17:2,4; 18:3).
Jesaja 47 tekent Babylon als een verwende koningin die zegt dat zij geen weduwe zal zijn en geen verlies van kinderen zal kennen. Openbaring 18 laat de grote stad zeggen:
„Ik zit als een koningin, en ben geen weduwe, en zal geen rouw zien.”
— Openbaring 18:7
Ook hier raakt de Babylonische hoogmoed aan Jeruzalems eigen geschiedenis. Klaagliederen 1:1 beschrijft de geoordeelde stad die eens vol volks was als een vrouw die alleen zit, „als een weduwe” is geworden en vroeger „een vorstin onder de landschappen” was. In Openbaring beroemt de hoer zich juist op het tegenovergestelde: zij zit weer als koningin, zij is geen weduwe en zij zal geen rouw zien. Zij meent de vroegere vernedering achter zich te hebben gelaten door haar verbond met de wereldmacht. God laat haar echter op één dag ervaren dat haar schijnzekerheid niets vermag (Openbaring 18:8).
Jeremia 50 en 51 leveren verder de taal van plotseling oordeel, vergelding, uitgaan uit haar midden, zonden die tot de hemel reiken, de beker, het verbranden en de molensteen. Openbaring neemt die woorden bewust op.
De geestelijke naam zegt daarom wat Jeruzalem in haar eindtijdse afval is geworden: een hoogmoedig wereldcentrum dat zich met de verenigde macht van de mens verbindt, Gods heerschappij verdringt, de volken bedwelmt en Gods getuigen vervolgt.
De stad van Gods Naam draagt dan het karakter van Babel.
Waarom de zeven bergen niet automatisch naar Rome wijzen
De vrouw zit op zeven bergen (Openbaring 17:9). Daarom wordt Babylon vaak onmiddellijk met Rome geïdentificeerd. Maar de engel verklaart de zeven hoofden niet als een eenvoudig stadsadres:
„De zeven hoofden zijn zeven bergen, op welke de vrouw zit. En het zijn ook zeven koningen...”
— Openbaring 17:9-10
Dezelfde hoofden zijn bergen én koningen. Vijf zijn gevallen, één is er in Johannes’ tijd, een andere moet nog komen. Het gaat om opeenvolgende koninklijke wereldmachten, niet slechts om zeven heuvels binnen één stad.
Bovendien behoren de zeven hoofden aan het beest waarop de vrouw zit. De bergen beschrijven dus de koninkrijksmacht die haar draagt. Zij vervangen niet de identiteitskenmerken die Openbaring en de profeten aan de vrouw zelf geven.
Rome was in Johannes’ tijd de bestaande zesde wereldmacht en heeft daarom een werkelijke plaats in het profiel van het beest. Maar dat maakt de vrouw nog niet tot de stad Rome. Voor de vrouw geeft de Schrift andere, veel specifiekere kenmerken: Christus werd daar gekruisigd, de stad wordt geestelijk hernoemd, zij is Gods ontrouwe verbondsvrouw en zij doodt de profeten.
De kleding van de hoer verdiept het Jeruzalem-profiel
De vrouw is bekleed met purper en scharlaken en versierd met goud, kostelijke stenen en parels. Openbaring 18 noemt ook fijn linnen.
Die pracht toont allereerst haar rijkdom. Maar Ezechiël 16 laat zien dat God Jeruzalem Zelf eens met fijn linnen, gestikt werk, goud, zilver en sieraden bekleedde. Haar schoonheid en roem kwamen van Hem. Vervolgens vertrouwde zij op die schoonheid en werd zij een hoer (Ezechiël 16:10-15).
Er is nog een aangrijpend aanvullend contrast. De vrouw draagt een naam op haar voorhoofd. De hogepriester droeg eveneens op zijn voorhoofd een gouden plaat met de woorden:
„DE HEILIGHEID DES HEEREN.”
— Exodus 28:36
In de priesterlijke kleding kwamen goud, purper, scharlaken, fijn linnen en kostelijke stenen voor. De kleding is niet op ieder detail identiek en vormt op zichzelf geen identificatiebewijs. Maar nadat de vrouw als Jeruzalem is herkend, wordt de tegenstelling huiveringwekkend.
De stad van tempel en priesterschap draagt niet langer „DE HEILIGHEID DES HEEREN”, maar „BABYLON”, „HOERERIJEN” en „GRUWELEN”. Haar voorhoofd toont wat haar eredienst onder de valse koning geworden is.
De twee vrouwen van Openbaring 12 en 17 mogen niet worden verward
Openbaring 12 toont Israël als de Messiaanse vrouw: bekleed met zon, maan en twaalf sterren, vervolgd door de draak en door God gedurende 1260 dagen beschermd.
Openbaring 17 toont het afvallige Jeruzalem als grote hoer: verbonden met het beest en uiteindelijk door hem geoordeeld.
Dat is geen tegenspraak. Eén volk en één stad kunnen in de profetie in verschillende geestelijke verhoudingen worden getoond. Tijdens de grote verdrukking bewaart God een vluchtend overblijfsel, terwijl de afvallige stad en haar machtsorde onder de valse messias doorgaan.
„Babylon” is daarom geen naam voor iedere Jood en geen ontkenning van Gods beloften aan Israël. Het oordeel treft de afvallige stad in haar hoererij en beestverbond. De trouwe getuigen worden er juist vervolgd, en God bewaart het overblijfsel dat Hij heeft aangewezen.
Openbaring 17 en 21 tonen twee tegenovergestelde steden als vrouwen
Openbaring bouwt een doelbewuste tegenstelling tussen de hoer en de bruid.
In Openbaring 17 zegt één van de zeven engelen met de fiolen: „Kom herwaarts”; Johannes wordt in de geest weggevoerd; de engel toont hem een vrouw; en die vrouw wordt als stad verklaard.
In Openbaring 21 zegt opnieuw één van de zeven engelen met de fiolen: „Kom herwaarts”; Johannes wordt in de geest weggevoerd; de engel toont hem de bruid, de vrouw des Lams; en Johannes ziet „de grote stad, het heilige Jeruzalem”, neerdalend uit de hemel.
De opbouw is bijna spiegelbeeldig:
- de grote hoer tegenover de reine bruid;
- Babylon tegenover het heilige Jeruzalem;
- de vrouw die op het beest zit tegenover de vrouw die aan het Lam behoort;
- een stad vol gruwelen tegenover een stad waarin niets onreins binnenkomt;
- een stad die valt tegenover een stad die uit de hemel neerdaalt.
De overeenkomst in vorm betekent niet dat ieder detail van beide steden gelijk is. Zij laat juist de morele tegenstelling zien. De vraag is uiteindelijk niet alleen tot welke stad iemand uiterlijk behoort, maar tot welke koning en welke vrouw hij geestelijk behoort: tot het beest en Babylon, of tot het Lam en Zijn bruid.
Wanneer vernietigt het beest de hoer?
Hier moet de tijdlijn nauwkeurig worden gelezen. Daniël 9 plaatst de breuk van het verbond en het ophouden van de offers in het midden van de zeventigste week. Mattheüs 24 verbindt dat moment met de gruwel in de heilige plaats en de vlucht uit Judea. Openbaring 12 en 13 geven daarna 1260 dagen of 42 maanden van bescherming, vervolging en beestheerschappij.
Maar daaruit volgt niet dat de hoer reeds op datzelfde middenmoment volledig wordt verbrand.
Openbaring plaatst het uitdrukkelijke oordeel over Babylon in de eindfase:
- bij de zevende fiool wordt het grote Babylon voor God gedacht om haar de drinkbeker van Zijn toorn te geven (Openbaring 16:17-21);
- Openbaring 17 en 18 verklaren vervolgens de vrouw, haar verhouding met het beest en haar ondergang;
- in Openbaring 19 verheugt de hemel zich over het oordeel aan de grote hoer;
- daarna opent de hemel zich en verschijnt Jezus Christus zichtbaar als Koning der koningen (Openbaring 19:11-21).
Ook Zacharia 14 beschrijft hoe de volken tegen Jeruzalem worden verzameld, de stad wordt ingenomen en vervolgens de voeten van de HEERE op de Olijfberg staan.
De sterke Schriftvolgorde is daarom: in het midden van de week ontheiligt het beest de tempel en begint zijn openlijke 42-maandse wereldheerschappij; de afvallige stad blijft in die laatste helft het centrum van zijn orde; in de voleindigende oordeelsfase keren de tien koningen en het beest zich tegen de hoer; kort daarop verschijnt Christus.
Openbaring geeft niet het exacte aantal dagen tussen de brand van de stad, Armageddon en Christus’ komst. Wel staat de plaats in de grote tijdlijn vast: de vernietiging van de hoer behoort tot het einde van de tweede helft, rond de zevende fiool — niet aantoonbaar tot het midden van de week.
Waarom vernietigt het beest zijn eigen wereldstad?
Op menselijk niveau haten de tien koningen en het beest de hoer. Mogelijk willen zij iedere overgebleven stedelijke of religieuze aanspraak uitschakelen die naast de absolute heerschappij van het beest bestaat. Openbaring openbaart hun precieze politieke motieven niet volledig.
Maar de diepste oorzaak zegt de Schrift wel:
„Want God heeft hun in hun harten gegeven, dat zij Zijn mening doen...”
— Openbaring 17:17
De koningen handelen goddeloos en blijven verantwoordelijk voor hun geweld. Toch staan ook zij onder Gods soevereiniteit. Het beest draagt de vrouw slechts zolang God het toelaat. Daarna gebruikt God haar voormalige bondgenoten om het oordeel uit te voeren dat Hij over haar hoererij heeft uitgesproken.
Daarmee herhaalt zich het patroon uit Ezechiël: de machten waarop Jeruzalem vertrouwde, worden de instrumenten van haar vernedering.
Spreekt Openbaring 16:19 de identificatie tegen?
Bij de zevende fiool staat:
„En de grote stad is in drie delen gescheurd, en de steden der heidenen zijn gevallen; en het grote Babylon is gedacht geworden voor God...”
— Openbaring 16:19
Omdat „de grote stad” en „het grote Babylon” beide in de zin staan, wordt soms geconcludeerd dat het twee verschillende plaatsen moeten zijn. Maar de tekst zegt niet uitdrukkelijk: de eerste stad is niet Babylon. Zij kan eerst de getroffen grote stad noemen, vervolgens de val van de steden der volken, en daarna dezelfde Babylonische wereldstad onder haar oordeelsnaam voor Gods aangezicht brengen.
De beschrijving in drie delen heeft bovendien een sterke Jeruzalem-achtergrond. In Ezechiël 5 moet de profeet zijn haar in drie delen verdelen als teken van oordeel. God verklaart direct daarna: „Dit is Jeruzalem; Ik heb haar in het midden der heidenen gezet” (Ezechiël 5:2,5).
Dat maakt Openbaring 16:19 niet op zichzelf tot het bewijs. Het laat wel zien dat de driedeling uitstekend binnen Jeruzalems profetische oordeelstaal past. Het vers biedt daarom geen grond om de veel duidelijkere verklaringen uit Openbaring 11, 17 en 18 en het volledige profetenprofiel omver te werpen.
Hoe kan Jeruzalem later worden hersteld als Babylon „niet meer” gevonden wordt?
Openbaring 18 gebruikt radicale taal. Babylon wordt als een grote molensteen neergeworpen en „zal niet meer gevonden worden”. Muziek, ambacht, het geluid van de molen, het licht van de kaars en de stem van bruidegom en bruid worden er niet meer gehoord (Openbaring 18:21-23).
Betekent dit dat de geografische plaats Jeruzalem nooit meer kan bestaan? Nee. De profeten gebruiken dezelfde oordeelstaal over Juda en Jeruzalem en spreken daarna toch over herstel.
Jeremia 7:34 zegt dat God in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem de stem van vreugde, bruidegom en bruid zal doen ophouden. Jeremia 25:10 noemt daarbij ook het geluid van molenstenen en het licht van de lamp. Toch belooft God in Jeremia 33:10-11 dat juist in de plaats die verwoest en zonder inwoners was, opnieuw de stem van vreugde, bruidegom en bruid zal worden gehoord.
Jesaja 1 geeft hetzelfde grote patroon:
- de getrouwe stad wordt een hoer;
- God keert Zijn hand tegen haar en zuivert haar schuim;
- daarna zal zij weer genoemd worden „stad der gerechtigheid, een getrouwe stad” (Jesaja 1:21-27).
Het oordeel over Babylon vernietigt dus werkelijk en definitief de afvallige Babylonische orde van de stad. Haar hoererij, beestverbond, valse eredienst en wereldheerschappij komen nooit terug. Maar Gods oordeel annuleert Zijn beloften niet. Hij reinigt Jeruzalem en herstelt wat onder de ware Koning aan Hem behoort.
Zacharia 14 bevestigt die beweging: Jeruzalem wordt zwaar getroffen, de HEERE verschijnt, en daarna wordt Hij Koning over de ganse aarde. Het oordeel is niet Gods laatste woord over Zijn stad. Christus is dat.
Is het dan niet het letterlijke Babylon aan de Eufraat?
Een letterlijke-Babylonlezing verdient een serieus antwoord. Openbaring gebruikt immers uitdrukkelijk de naam Babylon en neemt veel taal uit Jesaja 47 en Jeremia 50 en 51 over.
Maar dezelfde hoofdstukken van Openbaring gebruiken ook uitvoerig de handelstaal van Tyrus zonder dat de stad daarom Tyrus is. Profetische taal kan het karakter en het oordeel van een eerdere stad op een latere stad leggen.
Het oude Babylon levert de naam en het archetype. Jeruzalem levert de beslissende biografie:
- zij is in Openbaring de grote stad waar Christus gekruisigd werd;
- zij kan volgens datzelfde vers geestelijk met andere stadsnamen worden aangeduid;
- zij is Gods verbondsvrouw die tot een hoer werd;
- zij hoereert met vreemde politieke machten;
- haar eigen minnaars maken haar naakt en verbranden haar;
- zij doodt de profeten en draagt de aanklacht van al het rechtvaardige bloed;
- zij staat centraal in de laatste week, de tempelgruwel en de 42 maanden van het beest.
Een herbouwde stad aan de Eufraat heeft deze unieke geschiedenis niet. De naam alleen kan het gezamenlijke profiel niet overstemmen.
Is Babylon dan Rome?
Ook Rome heeft verbindingen met het beestprofiel. In Johannes’ dagen was Rome de wereldmacht die „is”, en Rome vervolgde gelovigen. Maar de vrouw en het beest zijn niet hetzelfde. De vrouw zit op het beest; zij wordt door hem gedragen en later door hem vernietigd.
De zeven bergen worden bovendien door de engel als zeven koningen verklaard. Zij vormen dus niet eenvoudig het adres „Rome”. En Rome voldoet niet aan de meest specifieke identiteitskenmerken van de vrouw. Onze Heere werd niet in Rome gekruisigd. De profeten noemen Rome niet Gods verbondsvrouw die tot hoer werd. Jezus legt het profetenbloed niet op Rome maar op Jeruzalem.
Rome kan deel uitmaken van de historische wereldrijkslijn van het beest. Dat maakt Rome niet tot de vrouw die op het beest zit.
De kern is niet één naam, maar de som van Gods Woord
De identificatie kan nu in de volgorde van de Schrift worden samengevat.
Openbaring zegt:
de vrouw is de grote stad.
Openbaring noemt de plaats waar Christus gekruisigd werd:
de grote stad.
En het leert in dezelfde zin dat Jeruzalem:
geestelijk andere stadsnamen kan dragen.
Jesaja noemt Jeruzalem:
de getrouwe stad die tot een hoer werd.
Ezechiël noemt haar:
Gods verbondsvrouw die met vreemde machten hoereert.
Ezechiël laat haar minnaars:
zich tegen haar keren, haar naakt maken en met vuur verbranden.
Openbaring laat precies dat met de hoer gebeuren.
Jezus noemt Jeruzalem:
de stad die de profeten doodt en waarop al het rechtvaardige bloed komt.
Openbaring zegt over Babylon:
in haar is het bloed van profeten, heiligen en Jezus’ getuigen gevonden.
Daniël, Christus en Paulus plaatsen de laatste verbondsbreuk, gruwel en zelfverheffing van de wereldheerser bij:
Israël, Jeruzalem, Judea, de heilige plaats en Gods tempel.
Openbaring geeft die beestmacht vervolgens:
wereldwijd gezag gedurende 42 maanden,
terwijl de grote stad op het beest zit en over de koningen regeert.
De conclusie hangt daardoor niet aan één mogelijk dubbelzinnig vers. Verschillende, onafhankelijke Schriftlijnen wijzen naar dezelfde stad.
De grote hoer Babylon is het afvallige eindtijdse Jeruzalem.
Van de stad van de grote Koning tot Babylon
Dat maakt de profetie zo aangrijpend.
Jeruzalem is de stad die God afzonderde. De stad van Zijn tempel. De stad van het priesterschap. De stad waar de Messias stierf en opstond. De stad die Christus „de stad des groten Konings” noemt.
Maar grote voorrechten maken afval niet minder ernstig. Zij maken die ernst juist groter.
In de eindtijd zoekt de stad opnieuw veiligheid bij wereldmacht. Zij verbindt zich met de komende vorst. Zij wordt door het beest gedragen. Haar heerser neemt plaats in Gods tempel. De wereld buigt voor hem. Koningen, kooplieden en volken worden in zijn orde samengebracht.
Jeruzalem wordt dan het wereldcentrum van de valse messias.
Daarom noemt God haar Babylon. Niet omdat Hij Zijn beloften vergeten is, maar omdat Hij haar werkelijke geestelijke toestand volkomen juist benoemt.
Toch heeft het beest niet het laatste woord. De koningen kunnen slechts volbrengen wat God in Zijn raad toelaat. De stad valt. Haar rijkdom verdwijnt in één uur. Haar valse eredienst wordt beëindigd. De hemel verheugt zich omdat God het bloed van Zijn knechten aan haar gewroken heeft.
Daarna verschijnt niet het beest, maar Jezus Christus als „KONING DER KONINGEN EN HEERE DER HEEREN” (Openbaring 19:16).
De valse koning bezet Gods stad tijdelijk. De ware Koning neemt Zijn recht voor eeuwig.
De waarschuwing en het Evangelie
Babylon is meer dan een onderwerp voor toekomstige aardrijkskunde. Haar geschiedenis openbaart de dwaasheid van ieder menselijk vertrouwen buiten God.
Jeruzalem zegt in haar hoogmoed dat zij als koningin zit en geen rouw zal zien. Zij heeft een wereldheerser, politieke verbonden, religieuze pracht, economische overvloed en invloed over koningen. Toch valt zij in één uur wanneer God haar oordeelt.
Geen stad, kerk, religie, leider, verbond, bezit of wereldstelsel kan een zondaar met God verzoenen. Ook uiterlijke nabijheid tot heilige dingen redt niet. De stad van de tempel werd een hoer toen zij de God van de tempel verwierp.
Maar juist buiten en nabij deze stad gaf God Zijn ware Zoon. Jezus Christus droeg aan het kruis de straf voor zondaren. Hij stierf voor onze zonden naar de Schriften, werd begraven en stond op de derde dag op (1 Korinthe 15:3-4). Hij is niet één van de vele wegen tot veiligheid. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven (Johannes 14:6).
Redding wordt niet verdiend door godsdienst, verbetering of goede werken:
„Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; niet uit de werken, opdat niemand roeme.”
— Efeze 2:8-9
Wie zijn schuld voor God erkent en op Jezus Christus vertrouwt, ontvangt vergeving en eeuwig leven. De vraag die uiteindelijk beslist, is niet of iemand ieder profetisch detail kan uitleggen, maar of hij behoort aan de Koning Die komt.
Babylon valt.
Het beest wordt overwonnen.
Maar Jezus Christus blijft en regeert.
Veelgestelde vragen
Welke stad is Babylon in Openbaring 17 en 18?
Babylon is het afvallige Jeruzalem van de eindtijd. Openbaring noemt de vrouw de grote stad; noemt Jeruzalem eerder de grote stad waar Christus gekruisigd werd; leert dat Jeruzalem geestelijke stadsnamen kan dragen; en verbindt Babylon daarna met Jeruzalems unieke hoererij, bloedschuld en eindtijdse verhouding met het beest.
Is „Babylon” een symbolische naam of een letterlijke stad?
Beide kanten moeten worden vastgehouden. De vrouw stelt volgens Openbaring 17:18 een werkelijke grote stad voor. „Babylon” is haar geestelijke en profetische naam, zoals Jeruzalem in Openbaring 11 geestelijk Sodom en Egypte heet. De stad is werkelijk; de naam beschrijft haar afvallige karakter en wereldrol.
Waarom wordt Jeruzalem een hoer genoemd?
Omdat God Jeruzalem in Ezechiël 16 als Zijn verbondsvrouw beschrijft. Zij verlaat haar God en zoekt veiligheid, macht en heerlijkheid bij vreemde volken. Daarom noemt de Schrift haar politieke en religieuze ontrouw hoererij.
Opereert het wereldwijde beestrijk werkelijk vanuit Jeruzalem?
Ja. Daniëls laatste week gaat over Israël en Jeruzalem. De komende vorst stopt daar de offers. De gruwel staat in de heilige plaats. De mens der zonde zit in Gods tempel alsof hij God is. Zijn koninklijke hoofdkwartier staat bij de heilige berg. Openbaring geeft deze macht vervolgens 42 maanden wereldwijd gezag. Samen legt dit vast dat Jeruzalem vooral in de laatste drieënhalf jaar het religieuze, politieke en economische centrum van het beestrijk is.
Wordt de hoer in het midden van Daniëls week vernietigd?
Niet volgens de sterkste tijdlijn. In het midden worden het verbond en de offerdienst verbroken, verschijnt de gruwel en begint de openlijke 42-maandse beestheerschappij. Het volledige oordeel over Babylon wordt bij de zevende fiool genoemd, in Openbaring 17 en 18 uitgewerkt en in Openbaring 19 vlak vóór Christus’ verschijning bezongen. De vernietiging behoort dus tot de eindfase.
Waarom spreken kooplieden en zeelieden over haar val als Jeruzalem geen zeehaven is?
Omdat de stad het centrum van een wereldwijd handelsstelsel is; de tekst vereist niet dat ieder schip daar letterlijk aanlegt. Openbaring gebruikt bovendien de handels- en scheepvaarttaal van Tyrus. Ook 1 Koningen 10 en Jesaja 60 tonen dat rijkdom van koningen, kooplieden en schepen naar Jeruzalem kan stromen.
Bewijzen de zeven bergen dat Babylon Rome is?
Nee. De engel verklaart de zeven hoofden als zeven bergen én zeven koningen. Het zijn koninkrijksmachten van het beest waarop de vrouw zit, geen afdoende geografisch adres van de vrouw. De specifieke kenmerken van de vrouw wijzen naar Jeruzalem.
Hoe kan Jeruzalem later worden hersteld als Babylon definitief valt?
De Babylonische, afvallige toestand en wereldorde van de stad worden definitief vernietigd. De profeten gebruiken echter vergelijkbare taal van totale stilte voor het oordeel over Jeruzalem en beloven daarna herstel. Jesaja 1 zegt rechtstreeks dat de hoer na Gods zuivering weer „stad der gerechtigheid” en „getrouwe stad” zal heten.
Zijn alle Israëlieten dan onderdeel van de hoer?
Nee. Openbaring 12 toont dat God een deel van Israël gedurende 1260 dagen beschermt, terwijl de draak oorlog voert tegen de overigen van haar zaad. Openbaring 11 toont Gods getuigen juist als slachtoffers in de stad. „Babylon” benoemt de afvallige stad en haar beestverbond, niet iedere Israëliet.
De eerdere verborgen werking van deze afvallige religie wordt uitgewerkt in Het zuurdesem in Mattheüs 13 uitgelegd
Wat is de hoofdboodschap van Babylons val?
Wereldmacht, religieuze pracht en economische veiligheid kunnen Gods oordeel niet tegenhouden. Alleen Jezus Christus redt. De stad van de valse koning valt; de ware Koning komt en Zijn koninkrijk blijft.
Verder lezen in de serie Openbaring en de eindtijd
Vorige artikel:
Openbaring 14:6–20: het eeuwige Evangelie, Babylon en de oogst
Volgende artikel:
De bruiloft des Lams en het bruiloftsmaal
Serieoverzicht: